28 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten ` geld`
- al krijg ik geld mee! (=dat doe ik beslist niet!)
- alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
- als het geld op is, is het kopen gedaan (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk)
- bulken van het geld (=geld in overvloed hebben)
- daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
- dat is geen geld (=dat is erg goedkoop als je ziet wat je ervoor krijgt)
- een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
- er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
- geen geld, geen Zwitsers (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)
- geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
- genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
- gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
- goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
- het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
- het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
- het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
- hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven (=met geld krijg je vrienden)
- je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
- liefde is waar de geldbuidel hangt (=liefde is te koop)
- tijd is geld (=zaken zo snel mogelijk voor elkaar krijgen is het goedkoopste)
- van geld voorzien zijn als een pad van veren (=arm zijn)
- voor geen geld of goede woorden (tot iets bereid zijn) (=niet bereid zijn tot iets, wat iemand ook ervoor biedt, en welke argumenten iemand ook naar voren brengt)
- voor geen geld ter wereld (=niet bereid zijn tot iets, hoeveel er ook voor geboden wordt)
- voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
- voor hetzelfde geld (=net zo goed)
- vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
78 betekenissen bevatten ` geld`
- een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
- geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
- de Mammon dienen (=alleen maar belangstelling hebben voor geld)
- om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
- voor niets gaat de zon op (=alles kost geld en/of moeite)
- laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
- aan het laatje zitten (=bij de bron zitten / geld hebben)
- klinkende munt (=contant geld)
- dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
- dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
- een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
- uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
- in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
- een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
- goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
- het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
- het is broekzak-vestzak. (=er wordt betaald, maar het geld blijft bij dezelfde kliek)
- op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
- iets ertegenaan gooien (=ergens geld aan uitgeven)
- geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- beurs op de knip / Hand op de knip (=geen geld (meer) uitgeven)
- op zwart zaad zitten (=geen geld hebben)
- kruis noch munt hebben (=geen geld hebben)
- rut zijn (=geen geld meer hebben)
- arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
- de lamp hangt scheef (=het geld is op)
- pijn in de portemonee hebben (=het geld is op)
- aan het eind van zijn akker zijn (=het geld is op)
- een dronkemansgebed doen (=het geld natellen (als het zo goed als op is))
- de aap binnen/weg hebben (=het geld ontvangen hebben)
- het is geen roofgoed (=het heeft veel geld (of moeite) gekost)
- het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
- het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
- de duiten bijten hem (=hij verspilt zijn geld)
- wat doe je voor de kost? (=hoe verdien je je geld?)
- lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
- wie het breed heeft laat het breed hangen (=iemand die veel geld heeft kan veel geld uitgeven)
- iemand bijspijkeren (=iemand met geld of kennis ondersteunen)
- iemand een kies trekken (=iemand veel geld afnemen)
- in de slappe was (=in de contanten, in het geld)
- aan de bedelstaf raken (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt)
- een doodshemd heeft geen zakken. (=je hebt niets aan je geld als je dood bent)
- je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
- verkoop de huid niet voordat de beer geschoten is (=je moet niet geld uitgeven voordat je het hebt verdiend)
- op je vet teren (=leven van gespaard geld)
- hoe kaler, hoe royaler. (=mensen met minder geld zijn guller dan mensen met veel geld)
- hoeren en dieven, met geld zijn zij mijn gelieven (=met geld krijg je vrienden)
- voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
Eén dialectgezegde bevat ` geld`
- de gruute Jan uithange (=verteren, geld opmaken) (Gents)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen