Spreekwoorden met `ra`

Zoek


431 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ra`

  1. voorbij de schout zijn deur mogen dragen (=wel gezien mogen worden)
  2. vragen kost geen geld (=al heb je weinig kans, je kan het in elk geval maar vragen)
  3. vragen staat/is vrij (=iedereen heeft de gelegenheid om vragen te stellen)
  4. vroeger, toen kraaiden de hanen nog. Tegenwoordig gapen ze alleen nog maar, zei de dove (=veranderingen in een situatie zijn vaak niet feitelijk, maar een subjectieve beleving)
  5. waar aas is vliegen kraaien (=als er iets te halen valt staat iedereen vooraan)
  6. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  7. water in de zee dragen (=iets totaal zinloos doen)
  8. water naar de zee dragen (=een zinloos karwei opknappen)
  9. weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
  10. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  11. wie een kluitje heeft, heeft  er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen)
  12. wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in (=wie een ander iets wil misdoen, kan er zelf het slachtoffer van worden)
  13. wie vis heeft, moet ook de graat hebben (=je moet ook de nadelen accepteren (geen rozen zonder doornen))
  14. wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal niet in een hogere sociale klasse terechtkomen)
  15. wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten (=als je iets doms doet, moet je de gevolgen dragen (liefst zonder klagen))
  16. wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten (=wie een risico neemt, moet de gevolgen dragen)
  17. wie zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (=schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  18. wijze raad Is halve daad. (=met verstandig advies ben je al halverwege om succesvol te zijn)
  19. wilde beren vertoeven graag bij soortgenoten (=soort zoekt soort)
  20. zich gedragen als een baars (=zeer onhandig zijn)
  21. zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn)
  22. zijn haring braadt daar niet (=hij is daar niet welkom)
  23. zo arm als een kerkmuis/kerkrat (=straatarm)
  24. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
  25. zo oud als de straat. (=erg oud.)
  26. zo oud als de weg naar Kralingen zijn (=heel erg oud)
  27. zo scheef als een krab (=erg scheef)
  28. zo vraagt men de boeren de kunst af (=zo verneem je hoe het moet)
  29. zoals het raait en draait (=zoals het zijn gangetje gaat)
  30. zweten als een aandrager (=overmatig zweten)
  31. zwijgen als het graf (=helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen)

520 betekenissen bevatten `ra`

  1. er een slag naar slaan (=raden)
  2. ook een raspaard schijt als een karhengst. (=rangen en standen maken mensen niet meer of minder waard)
  3. aan de lus hangen (=recht blijven staan in tram of bus)
  4. bij elkaar flansen (=samenrapen)
  5. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  6. een kaars voor de duivel branden (=slechte daden goedpraten omdat er je er voordeel uit kan halen)
  7. de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
  8. rad/rap van tong zijn (=snel praten / welbespraakt zijn)
  9. er een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  10. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  11. als de boeren niet meer klagen en de pastoors niet meer vragen, dan nadert het einde der dagen (=sommige mensen veranderen nooit)
  12. als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
  13. zijn rokje gekeerd hebben (=standpunten veranderen)
  14. van de os op de ezel springen (=steeds van onderwerp veranderen)
  15. van de hak op de tak springen (=steeds weer van onderwerp wisselen en geen duidelijke rode draad in een verhaal hebben)
  16. aan de pimpel zijn (=sterkedrank drinken)
  17. je kop houden (=stil zijn, niet praten)
  18. zo arm als de mieren (=straatarm)
  19. zo arm als een kerkmuis/kerkrat (=straatarm)
  20. iemand de pen op de neus zetten (=streng ondervragen of aanpakken)
  21. niet alle winden schudden noten af. (=succes is niet altijd gegarandeerd)
  22. goed boeren / goed geboerd hebben (=succesvol geweest zijn, vooral financieel)
  23. er in stinken (=te grazen genomen worden, er in trappen)
  24. aan Bacchus offeren (=te veel alcoholhoudende drank nuttigen)
  25. over het paard getild zijn (=te veel eigendunk hebben of een naar karakter hebben, doordat je zoveel geprezen of verwend bent)
  26. je moet een paard niet doodknuppelen, voordat je thuis bent. (=te veel haast kan wel eens vertraging opleveren)
  27. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  28. kaart, keurs en kan, bederven menig man. (=ten onder gaan aan gokken, vrouwen en drank)
  29. het niet meer hebben (=totaal in verwarring geraken - van de kook zijn)
  30. man met de hamer tegenkomen (=totaal uitgeput geraken)
  31. uit de lijken geslagen (=totaal van zijn stuk gebracht)
  32. het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
  33. koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
  34. je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
  35. in het huisje wegen (=uiterst nauwkeurig het gevraagde gewicht geven)
  36. onder de voet geraken (=uitgeput raken, ziek worden)
  37. op verhaal komen (=uitrusten en op krachten komen)
  38. iets breed uitmeten (=uitvoerig (overdreven) over iets praten)
  39. ongegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
  40. een bocht nemen (=van gedachten veranderen)
  41. uit het goede hout gesneden zijn (=van goede afkomst zijn / een goed karakter hebben)
  42. van a tot z (=van het begin tot het einde /met alles erop en eraan)
  43. voor iemand kruipen (=van iemand schrik hebben , slaafs alles doen wat hij vraagt)
  44. je draai nemen (=van mening veranderen)
  45. de bakens verzetten (=van richting of ingesteldheid veranderen)
  46. van zijn veren laten (=van zijn eer kwijtraken)
  47. aan de weg timmeren (=veel activiteiten ontplooien en daarmee naar buiten treden om verandering en vernieuwing te bewerkstelligen)
  48. veel noten op zijn zang hebben (=veel eisen en wensen waaraan voldaan moet worden)
  49. gevleugelde woorden (=veel gebruikte en breed gedragen uitspraken)
  50. over heel veel schijven gaan (=veel hiërarchische of administratieve niveaus moeten zich ermee bemoeien)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen