598 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `pe`
- met de kippen op stok gaan (=vroeg naar bed gaan)
- met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
- met de klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten)
- met de kop tegen de muur lopen (=nutteloos geweld gebruiken)
- met de kuikens gaan slapen. (=vroeg naar bed gaan)
- met de pet naar iets gooien (=niet echt moeite voor iets doen, zonder inzicht schatten)
- met de pet rondgaan (=geld inzamelen)
- met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
- met een hete aardappel in de keel praten (=op een bekakte manier praten)
- met een metworst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- met een sisser aflopen (=uiteindelijk viel het mee)
- met geen pen te beschrijven zijn (=iets niet met woorden kunnen zeggen)
- met het hoofd tegen de muur lopen (=het onmogelijke proberen)
- met het ongewapend oog (=met het blote oog (zonder hulpmiddelen))
- met het verkeerde been uit bed stappen (=een slecht humeur hebben)
- met hoorntjes lopen (=zijn vrouw bedriegt hem, heeft een minnaar)
- met iemand spelen als de kat met de muis (=iemand voor de gek houden)
- met iemand zijn voeten spelen (=iemand voor de gek houden)
- met iets op de proppen komen (=iets vertellen, ermee voor de dag komen)
- met je hoed in je hand kom je door het ganse land (maar met je pet op je test kom je er ook best) (=met beleefdheid kun je veel bereiken)
- met molentjes lopen (=in de war zijn, niet goed bij het verstand zijn)
- met open armen ontvangen (=erg hartelijk ontvangen worden)
- met open vizier (=met eerlijke middelen)
- met spek schieten (=overdrijven of opscheppen)
- met spek vangt men muizen (=met veel vrijgevigheid kan men iedereen overhalen)
- met vlag en wimpel slagen (=met een zeer goede beoordeling slagen)
- met vuur spelen (=met gevaarlijke dingen laks omgaan, gevaarlijke dingen doen)
- met zijn ziel onder de arm lopen (=zich vervelen)
- moet je nog peultjes (=wat zeg je daarvan!)
- mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
- na wat gepimpel, is de geest wat simpel (=na wat te hebben gedronken ben je meestal niet meer helder van geest)
- naar binnen spelen (=opeten)
- naar de maan lopen (=het wel mogen vergeten / weg moeten gaan)
- naar de pen grijpen (=een brief schrijven)
- naar de pomp lopen (=ga weg!)
- naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt)
- naast zijn schoenen lopen (=te veel eigendunk hebben)
- niet om de knikkers, maar om het spel (=het gaat niet om het winnen, maar om het spel)
- niet ruim kunnen soppen (=niet erg rijk zijn)
- niet veel meer dan een aardappel zijn (=niet erg veel voorstellen)
- niet vet kunnen soppen (=het niet breed hebben)
- nog geen koude aardappel waard zijn (=weinig waard zijn)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- om zeep brengen/helpen/zijn (=doden/mislukken)
- onder de (groene) zoden stoppen (=iemand begraven)
- onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
- onder de wol kruipen (=naar bed gaan)
- onder één hoedje spelen (=samen iets oneerlijks doen)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- oogkleppen dragen (=iets niet (willen) zien)
435 betekenissen bevatten `pe`
- het beste brood ligt voor het venster. (=wat je ziet is niet per se wat je krijgt)
- we zullen ze eens een poepie laten ruiken (=we zullen iets doen dat hen zal verbluffen (vooral toegepast in situaties waar sprake is van competitie))
- met andermans veren pronken (=weglopen met de ideeën van een ander, met iets van een ander zelf gaan pronken)
- bang voor zijn hachje zijn (=weinig durven en bang zijn om gevaar te lopen)
- geen bokkensprongen kunnen maken (=weinig geld hebben om extra dingen te kunnen kopen)
- een ongeletterde boer (=weinig geleerd persoon)
- weten waar Abraham de mosterd haalt (=weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen)
- iemand zien aankomen (=weten waar hij over zal beginnen, zich er alvast tegen wapenen)
- het eerste gewin is kattengespin (=wie het eerste spelletje wint, verliest soms alle volgende spelletjes)
- ongelukkig in het spel gelukkig in de liefde (=wie tegenslag heeft in het spel heeft misschien wel geluk in de liefde)
- het is een wijze man, die maat ramen kan. (=wijsheid komt van het vermogen om situaties te begrijpen en hoe daar op te reageren)
- schip met zure appelen (=wolk die regen en storm voorspelt)
- scheepjes met zuren appelen (=wolkjes die regen of storm voorspellen)
- de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
- jeu de mots (=woordspeling)
- stoot je hielen niet (=wordt gezegd tegen een grote lomperd)
- als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
- geen mens zo gek of hij heeft een goeie trek. (=zelfs vreemde mensen hebben goede eigenschappen)
- onder het juk moeten doorgaan (=zich aan andermans macht moeten onderwerpen)
- naar Canossa gaan (=zich aan een ander onderwerpen)
- een leeuwenhuid aantrekken (=zich dapper tonen)
- aan de vishaak bijten (=zich laten vangen, toehappen)
- op de pit leunen (=zich laten voorzeggen (door toneelspelers))
- opzitten en pootjes geven (=zich onderwerpen aan een verplicht gesprek)
- je schaduw vooruit werpen (=zich onheilspellend aankondigen)
- de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
- als een pareltje in het goud zitten (=zich tussen aangename personen (buren) bevinden)
- lege vaten klinken het holst (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)
- blaffende honden bijten niet (=zij die het hardst roepen, zijn het minst gevaarlijk)
- stille waters/wateren hebben diepe gronden (=zij die weinig zeggen hebben vaak het onvoorspelbaarste karakter)
- van zijn hart geen moordkuil maken (=zijn gevoelens niet opkroppen / vrijuit zeggen wat je niet bevalt / eerlijk zeggen over hoe er over iets gedacht wordt)
- binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)
- op de lat kopen (=zonder te betalen iets kopen en daarmee schulden maken)
- tot de tanden bewapend (=zwaar bewapend)
- lelijk ten haring gevaren zijn (=zwaar pech hebben)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen