Spreekwoorden met `ijn`

Zoek


738 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijn`

  1. in de aap gelogeerd zijn (=in een vervelende positie beland zijn)
  2. in de ban zijn van iets (=zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten)
  3. in de bonen zijn (=verward zijn)
  4. in de contramine zijn (=tegen alles in gaan of altijd iets anders willen dan anderen)
  5. in de fuik zijn (=verloofd of getrouwd)
  6. in de gordijnen klimmen (=boos worden)
  7. in de kerk geboren zijn (=de deur open laten staan)
  8. in de laagte zijn (=in armoedige toestand verkeren)
  9. in de mat zijn (=ziek of ongesteld zijn)
  10. in de ogen schijnen/steken (=hinderlijk zijn, ergeren)
  11. in de olie zijn (=dronken zijn)
  12. in de wolken zijn (=erg blij en gelukkig zijn)
  13. in gebreke zijn (=de taak niet naar behoren uitgevoerd hebben)
  14. in geen velden of wegen te zien zijn (=iets is helemaal nergens te vinden)
  15. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  16. in grove lijnen (=met vooral aandacht voor de hoofdzaken)
  17. in het aanzijn roepen (=in het leven roepen)
  18. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  19. in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
  20. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  21. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  22. in Rome geweest zijn, maar de Paus gemist hebben (=het belangrijkste laten schieten)
  23. in touw zijn (=met iets druk bezig zijn)
  24. in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
  25. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  26. in zijn hemd laten staan (=voor schut laten staan)
  27. in zijn knollentuin zijn (=het naar de zin hebben)
  28. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  29. in zijn laatste schoenen lopen (=het einde naderen - erg ziek zijn)
  30. in zijn nopjes zijn (=erg blij ergens mee zijn)
  31. in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
  32. in zijn schik zijn (=blij en opgewekt zijn)
  33. in zijn schulp kruipen (=zich in zichzelf terugtrekken, niet verder aandringen)
  34. in zijn sop gaar laten koken (=zijn kritiek en protesten negeren)
  35. in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
  36. in zijn vuistje lachen (=in jezelf ergens plezier hebben / Op ietwat stiekeme wijze ergens voordeel van hebben)
  37. in zijn wiek geschoten zijn (=zich beledigd voelen)
  38. in zijn zak hebben (=iemand goed kennen, iets helemaal begrijpen, iets voor elkaar hebben)
  39. Jan Rap en zijn maat (=het gewone volk)
  40. je kent een vogel aan zijn veren (=je kent de mens aan zijn gedragingen)
  41. je licht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
  42. je lijn vasthouden (=voortgaan volgens de vanaf het begin gehanteerde aanpak)
  43. je lot getroost zijn (=zijn lot aanvaarden)
  44. job krijgt op zijn kop (=kaartspel: als klaveren heer wordt afgetroefd)
  45. Keulen en Aken zijn niet op een dag gebouwd (=grote projecten kosten tijd (en vergen geduld))
  46. kijken alsof hij zijn laatste oortje versnoept heeft (=heel ongelukkig kijken)
  47. klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
  48. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  49. koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  50. komen waar de duivel zijn staart keert (=op een zeer onherbergzame plaats aankomen.)

876 betekenissen bevatten `ijn`

  1. het muist al wat van katten komt (=ieder volgt zijn karakter)
  2. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  3. een haas is graag waar hij geworpen is. (=ieder wil graag zijn waar hij geboren is)
  4. elk ziet door zijn eigen bril (=ieder ziet het op zijn eigen manier)
  5. elk is een dief in zijn nering (=ieder zoekt zijn voordeel)
  6. men vindt geen molenaar of hij at gestolen koren. (=ieder zoekt zijn voordeel, ook al is het ten koste van anderen.)
  7. ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wil. (=iedereen behartigt zijn zaken, op een manier zoals hij dat zelf wil.)
  8. een slak komt er net zo goed als een kikker. (=iedereen doet dingen in zijn eigen tempo)
  9. elk hart heeft zijn smart. (=iedereen heeft zijn eigen zorgen om iets)
  10. het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
  11. maak je bed zoals je wilt slapen (=iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen daden)
  12. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  13. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  14. iemand in zijn eigen sop gaar laten koken (=iemand aan zijn lot overlaten (iemand die iets niet goed gedaan heeft))
  15. iemand bij de kladden grijpen (=iemand bij zijn kleren grijpen)
  16. iemand op de hielen zitten (=iemand bijna te pakken hebben)
  17. het gelijk van de vismarkt hebben (=iemand die (altijd) probeert men een grote mond zijn gelijk te krijgen)
  18. een stille in den lande zijn (=iemand die erg stil en ingetogen is of iemand die zich bijna nooit ergens mee bemoeit)
  19. een echte huismus (=iemand die het thuis naar zijn zin heeft, geen uitgaanstype)
  20. iemand in zijn eigen vet gaar laten smoren (=iemand die iets misdaan heeft aan zijn lot overlaten)
  21. een kind van zijn tijd (=iemand die leeft volgens de in zijn tijd heersende opvattingen)
  22. iemand die behoorlijk kan uitpakken (=iemand die ongeremd zijn toorn kan uiten)
  23. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  24. als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
  25. iemand de ogen verblinden (=iemand door uiterlijke schijn misleiden)
  26. met één voet in het graf staan (=iemand gaat bijna dood)
  27. iemand laten barsten (=iemand helemaal niet helpen, aan zijn lot overlaten)
  28. iemand blij maken met een dode mus (=iemand iets goeds in het vooruitzicht stellen, dat uiteindelijk waardeloos zal blijken te zijn)
  29. iemand onder de duim houden (=iemand in je macht hebben, iemand de baas zijn)
  30. iemand aan zijn angel krijgen (=iemand in zijn macht krijgen)
  31. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  32. iemand op zijn voorman zetten (=iemand nadrukkelijk op zijn plicht wijzen)
  33. iemand geloven bij ja en neen (=iemand op zijn woord geloven)
  34. iemand een vlieg afvangen (=iemand te vlug af zijn)
  35. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  36. iemand het land opjagen (=iemand uit zijn humeur brengen)
  37. iemand kunnen verraden en verkopen (=iemand veel te slim af zijn)
  38. aan iemands voeten liggen (=iemand vereren, een absolute fan van iemand zijn)
  39. iemand op zijn nummer zetten (=iemand zeer nadrukkelijk op zijn fouten wijzen, op een wijze die voor die persoon beschamend is)
  40. een voetveeg zijn (=iemand zijn die voor minderwaardige klusjes gebruikt wordt)
  41. iemand de vrije teugel laten. (=iemand zijn eigen gang laten gaan)
  42. iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door plagen)
  43. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  44. iemand in de tang nemen (=iemand zo vasthouden dat hij of zij niet kan ontsnappen. / Iemand in zijn macht hebben)
  45. iemands oogappel/ooilam zijn (=iemands lieveling zijn (vaak kind))
  46. iemands voetveeg zijn (=iemands slaaf zijn (zich alles moeten laten welgevallen))
  47. het voorland zijn (=iemands toekomst zijn)
  48. bijna is nog niet half en een koe is nog geen kalf (=iets bijna hebben is hetzelfde als iets helemaal niet hebben)
  49. er de vingers voor durven opsteken (=iets durven aanvaarden - zijn verantwoordelijkheid durven opnemen)
  50. er je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen