Spreekwoorden met `ri`

Zoek


439 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ri`

  1. iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
  2. iemand de vrije teugel laten. (=iemand zijn eigen gang laten gaan)
  3. iemand een bril op de neus zetten (=iemand terechtwijzen of dwingen gehoorzaam te zijn)
  4. iemand een hart onder de gordel/riem steken (=iemand moed inspreken)
  5. iemand een smet aanwrijven (=iemand van iets beschuldigen)
  6. iemand iets op een briefje geven (=ergens heel zeker van zijn)
  7. iemand in de wielen rijden (=iemand tegenwerken om te zorgen dat het mis gaat)
  8. iemand klein krijgen (=iemand laten merken dat je hem aankunt, over iemand de baas zijn en diegene tot gehoorzaamheid dwingen)
  9. iemand met open ogen bedriegen (=iemand bedriegen terwijl hij erbij staat)
  10. iemand onder de kin strijken (=vriendelijke of vleiende dingen tegen iemand zeggen)
  11. iemand van de sokken rijden/lopen (=iemand (bijna) omver rijden of lopen)
  12. iemands bloed wel kunnen drinken (=iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen)
  13. iemands geheugen opfrissen (=iemand ergens aan herinneren)
  14. iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
  15. iets in de gaten krijgen (=iets ontdekken, iets zien)
  16. iets in de schoot geworpen krijgen (=iets verkrijgen zonder al te veel moeite er voor te doen)
  17. iets in je vaandel schrijven. (=een principe waar je je per se aan vast wilt houden)
  18. iets met de moedermelk binnenkrijgen (=iets leren in de eerste levensjaren)
  19. iets met de paplepel ingegoten krijgen (=iets van kinds af aan leren.)
  20. iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
  21. iets onder de knie hebben/krijgen (=iets kunnen of leren kunnen)
  22. iets op de spits drijven (=iets verergeren of escaleren.)
  23. iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kunnen vergeten, dat wat je wilde gaat niet door)
  24. iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zicht houden op de situatie)
  25. ik ga horizontaal (=ik ga slapen)
  26. ik geloof er in als een jood in Jezus Christus (=ik geloof er maar weinig in)
  27. ik mag de tering krijgen (=er zeker van zijn)
  28. in de bres springen (=te hulp schieten)
  29. in de penarie zitten (=in grote moeilijkheden zitten)
  30. in februari klagen de boeren het minst. (=boeren klagen altijd maar februari heeft de minste dagen om in te klagen (grapje))
  31. in het donker zijn alle katten grijs/grauw (=als de situatie niet duidelijk is, zijn de zaken niet goed te beoordelen)
  32. in het krijt treden (=de strijd aanbinden)
  33. in het oog krijgen (=opmerken)
  34. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  35. in het strijdperk treden (=de strijd aanvatten)
  36. in nood leert men zijn vrienden kennen (=wanneer men in de problemen zit wordt duidelijk welke vrienden daadwerkelijk iets voor je willen betekenen)
  37. in verzekerde bewaring nemen (=opsluiten (in gevangenis))
  38. in zijn vaandel schrijven (=in zijn programma opnemen)
  39. Jantje Contrarie (=iemand die nooit akkoord is)
  40. je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist worden)
  41. je de wet niet voor laten schrijven (=geen bevelen accepteren van een ander)
  42. je een aap schrikken (=erg schrikken)
  43. je een hoedje schrikken (=enorm schrikken)
  44. je gat tegen de kribbe zetten (=onwillig zijn)
  45. je het apelazerus schrikken (=heel heftig schrikken)
  46. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  47. je kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
  48. je mag wel ergens anders honger krijgen, als je thuis maar komt eten. (=een getrouwde man mag wel met knappe meisjes flirten, daar moet het bij blijven.)
  49. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  50. je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)

652 betekenissen bevatten `ri`

  1. op de penning zijn (=gierig zijn)
  2. een goed begin heeft een goed behagen maar het eindje zal de last dragen (=goed beginnen is prima, maar je moet volhouden tot het einde)
  3. een goede dam leggen. (=goed eten (voor het drinken van alcohol))
  4. een vette bek halen. (=goed eten, vooral frituur)
  5. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  6. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  7. je zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
  8. je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
  9. in de waagschaal stellen (=groot risico nemen)
  10. het schip ingaan (=groot risico nemen, leidend tot verlies)
  11. iemand op handen dragen (=grote bewondering hebben voor iemand)
  12. op een papieren zoldertje lopen (=grote risico`s nemen)
  13. haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
  14. de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
  15. zo fris als een hoentje (=heel fris, nog erg jong)
  16. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  17. je het apelazerus schrikken (=heel heftig schrikken)
  18. zo hongerig als een kerkrat/kerkmuis (=heel hongerig zijn)
  19. op de letter (=heel nauwkeurig uitgesproken)
  20. te vies om met een tang aan te pakken (=heel vies en smerig)
  21. in Rome geweest zijn, maar de Paus gemist hebben (=het belangrijkste laten schieten)
  22. de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  23. het gaat van sassenbloed (=het gaat met grote opofferingen gepaard)
  24. het glaasje op zijn kant zetten (=het glas uitdrinken)
  25. het leeuwendeel van iets krijgen (=het grootste aandeel van iets krijgen)
  26. verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)
  27. zo klaar als een klontje voor iemand zijn (=het helemaal begrijpen)
  28. de dood wil een oorzaak hebben. (=het is belangrijk onm te weten waarom iets gebeurt)
  29. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  30. vertrouwen komt te voet en gaat te paard (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen)
  31. het is kwaad stelen waar de waard een dief is. (=het is moeilijk om een bedrieger te bedriegen)
  32. er is geen chocola van te maken (=het is niet te begrijpen)
  33. het is knudde met de pet op (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  34. het is knudde met een rietje (=het is triestig / het lijkt nergens op)
  35. het is bij de (wilde) beesten af (=het is verschrikkelijk; het is schandalig)
  36. er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
  37. er niet bij kunnen (=het niet kunnen begrijpen)
  38. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  39. wie met de duivel uit één schotel wil eten, moet een lange lepel hebben. (=het valt niet mee iemand te bedriegen, die er zelf bedrieglijke parktijken op na houdt.)
  40. het vaatje op zijn kant zetten (=het vat leegmaken (uitdrinken))
  41. de vis wordt duur betaald (=het vergt veel opoffering ( je moet er wat voor over hebben) om te krijgen wat je wilt)
  42. de wijde wereld intrekken (=het verkennen van nieuwe plaatsen, ervaringen en mogelijkheden buiten het vertrouwde)
  43. iemand uit de tent lokken (=het voor elkaar krijgen dat iemand ergens een uitspraak over doet)
  44. een lans breken voor iemand (=het voor iemand opnemen, voor iemand de best doen diegene ergens mee te helpen iets te verkrijgen)
  45. het hooi op de gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  46. er kunnen inkomen (=het wel kunnen begrijpen)
  47. er is tuk aan de hengel (=hij heeft beet (krijgt zijn zin))
  48. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  49. het bloed stolt hem in de aderen (=hij verstijft van schrik)
  50. het huilen staat hem nader dan het lachen (=hij ziet er vooral de trieste kant van)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen