738 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijn`
- er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
- ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)
- ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
- ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
- eten dat je zweet en werken dat je het koud krijgt, dat zijn de waren. (=slecht personeel. Uit de tijd dat meiden en knechts bij de boer in de kost waren.)
- fietsen zijn (=weg zijn, ervandoor zijn)
- fijnbesnaard (=gevoelig)
- gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
- gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
- gauw op de teentjes getrapt zijn (=erg gauw boos en beledigd zijn)
- gedachten zijn tolvrij (=iedereen mag vrij denken wat diegene wil)
- geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
- geef mijn fiets terug (=grapje om Duitsers te wijzen op de Tweede Wereldoorlog, toen er veel fietsen geconfisqueerd werden)
- geen centje pijn. (=een kleine moeite.)
- geen erger venijn dan kwade tongen. (=er is niets zo erg als dat men kwaad van je spreekt.)
- geen ezel en kan zijn eigen oren afbijten. (=het onmogelijke hoef je niet te doen.)
- geen groot licht zijn (=niet al te slim zijn)
- geen groter venijn, dan vriend tonen en vijand zijn. (=iemands vertrouwen schaden is het gemeenste wat je kunt doen)
- geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
- geen heilige zo klein of hij wil zijn kaarsje hebben. (=mensen vertellen graag wat voor goeds ze hebben gedaan)
- geen hoogvlieger zijn (=weinig talent hebben)
- geen knip voor de neus waard zijn (=zijn vak niet kennen en er geen verstand van hebben)
- geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
- geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterlijk.)
- geen nagel hebben om zijn gat te krabben (=heel erg arm zijn)
- geen profeet is in zijn (eigen) land geëerd (=in tegenstelling tot vreemden, zijn mensen uit je woonplaats minder bereid te luisteren)
- geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
- geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
- geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- gegeven brokken zijn gauw gegeten. (=weldadigheid gaat meestal niet ver.)
- geheel oog zijn (=heel goed opletten)
- geheel oor zijn (=heel goed opletten - goed luisteren)
- gehuisd en gehoofd zijn (=gegoede burger zijn)
- gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
- getroffen zijn door (=wat je bijzondere gevoelens geeft, geraakt zijn door)
- getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
- goed bij de tijd zijn (=snugger)
- goed gemutst zijn (=opgewekt zijn, in een goede, vrolijke bui zijn)
- goed zijn woord kunnen doen (=een vlotte prater zijn)
- goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)
- grijze haren zijn kerkhofsbloemen (=als je grijze haren krijgt, ben je niet zo ver van het kerkhof)
- hardlopers zijn doodlopers (=wie te snel begint, haalt misschien het einde niet)
- heel wat in zijn mandje hebben (=veel geleerd hebben, veel weten)
- heel wat op zijn kerfstok hebben (=veel dingen misdaan hebben (afgeleid van het gebruik om schulden bij een café te registreren door kerfjes in een stok te snijden))
- helemaal van slag zijn (=in de war zijn)
- het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
- het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
- het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is. (=iedereen is trots op zijn kinderen)
- het ei wil wijzer zijn dan de kip (=kinderen willen wijzer zijn dan de ouders)
876 betekenissen bevatten `ijn`
- iemand wel kunnen villen (=erg kwaad zijn op iemand / Een erge hekel hebben aan iemand)
- varkensvlees onder de armen hebben (=erg lui zijn)
- luisteren naar groeien van het gras (=erg lui zijn)
- je botten kunnen tellen (=erg mager zijn)
- vel over been zijn (=erg mager zijn)
- je geradbraakt voelen (=erg moe zijn en diverse pijnen hebben)
- iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen)
- een harde nek hebben (=erg onbuigzaam zijn)
- met twee linkerhanden geboren zijn (=erg onhandig zijn)
- rust noch duur hebben (=erg onrustig zijn)
- in vuur en vlam staan (=erg opgewonden zijn / hevig branden)
- van voor de zondvloed zijn (=erg oud zijn)
- met Noach in de ark geweest zijn (=erg oud(erwets) en uit de mode zijn)
- door de ziel gaan (=erg pijnlijk of verdrietig zijn)
- uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
- in zijn sas zijn (=erg tevreden met iets zijn of plezier met iets hebben)
- als een slak op een teerton (=erg traag zijn)
- er prat op gaan (=erg trots over iets zijn en er over opscheppen)
- het hart hoog dragen (=erg trots zijn)
- grote ogen opzetten (=erg verbaasd zijn)
- ogen op steeltjes hebben (=erg verbaasd zijn)
- de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
- het gras kunnen horen groeien (=erg verwaand zijn - ook gezegd als het ergens muisstil is)
- aan de leiband lopen (=erg volgzaam zijn)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
- er een streepje door lopen (=erg vreemd zijn/gedragen)
- zo wijs als Salomo`s kat zijn (=erg wijs denken te zijn, maar eigenlijk totaal niet zijn)
- stevig in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
- vast in je schoenen staan (=erg zeker zijn)
- `m knijpen (=erg zenuwachtig zijn)
- met knikkende knieën (=erg zenuwachtig zijn voor iets)
- een lucifer in drieën kunnen kloven (=erg zuinig zijn)
- iemand de loef afsteken (=ergens beter in zijn dan iemand)
- de vlag uitsteken (=ergens erg blij mee zijn)
- ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
- ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
- er gezoden en gebraden liggen. (=ergens heel vaak zijn)
- iemand iets op een briefje geven (=ergens heel zeker van zijn)
- schitteren door afwezigheid (=ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd)
- een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zich ergens niet thuis voelen)
- iets niet over zijn hart kunnen krijgen (=ergens niet toe kunnen komen of ergens op gesteld zijn)
- iets hoog opnemen (=ergens zeer gekrenkt over zijn)
- iets uit de eerste hand hebben (=ergens zelf bij zijn geweest of hebben gehoord van iemand die het zelf heeft meegemaakt)
- aan de latten hangen (=ermee ophouden - bijna bankroet zijn)
- je hart vasthouden (=ernstig zorgen maken, bang zijn dat het mis gaat)
- er de angel uittrekken (=ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- tussen kop en staart zit de beste vis. (=extremen zijn zelden wenselijk )
- gauw aangebrand zijn (=gauw geïrrteerd zijn)
- binnen mikken zijn (=geborgen zijn)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen