Spreekwoorden met `nn`

Zoek


220 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nn`

  1. tot geen drie kunnen tellen (=erg dom zijn)
  2. uit zuivere bronnen vloeit zuiver water. (=eerlijke mensen praten geen kwaad)
  3. van de dertig penningen niet gehad hebben (=niet al te slim zijn)
  4. veld winnen (=steeds belangrijker worden)
  5. verkeren kunnen (=omstandigheden kunnen snel veranderen)
  6. voor de bui binnen zijn (=voordat het slechter wordt genoeg verdiend hebben)
  7. voor goede munt aannemen (=geloven)
  8. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  9. wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt)
  10. we kunnen niet allen paus van Rome zijn (=niet iedereen kan de baas zijn)
  11. wel onder zijn zolen kunnen schrijven (=wel mogen vergeten)
  12. wel thuis kunnen blijven (=het wel kunnen vergeten)
  13. wie tot een penning geboren is kan tot geen stuiver komen (=wat het lot voor je in petto heeft kan je niet ontlopen)
  14. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  15. zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
  16. zo gewonnen, zo geronnen (=wat je makkelijk hebt gewonnen, kun je ook makkelijk weer kwijt raken)
  17. zonder strijd, geen overwinning (=na grote inspanning wordt succes pas bereikt)
  18. zoveel hoofden, zoveel zinnen (=iedereen heeft een eigen mening waarbij men moeilijk samen tot een oplossing kan komen)
  19. zuidwest, regennest. (=met een zuidwesten wind komt vaak regen)
  20. zwemmen als een vis kunnen (=een expert zijn in zwemmen)

378 betekenissen bevatten `nn`

  1. iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
  2. uit de duim zuigen (=iets verzinnen)
  3. je oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  4. het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
  5. iets op je buik kunnen schrijven (=iets wel kunnen vergeten, dat wat je wilde gaat niet door)
  6. mijn vingers jeuken (=ik heb zin om eraan te beginnen)
  7. aan een balk, die uit het bos gehaald wordt, moet veel gehakt worden, voor hij in het huis past (=in een religieuze groep, vereniging, etc,: je kunt leden uit een gemeenschap winnen, maar hun moet wel geleerd worden zich aan te passen)
  8. in het vizier hebben (=in het oog hebben, binnen het gezichtsveld zijn)
  9. aan het vinkentouw zitten (=in spanning iets afwachten en graag door willen)
  10. een kat komt altijd op z`n pootjes terecht (=ingewikkelde en vervelende dingen kunnen vanzelf weer voor elkaar komen)
  11. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  12. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  13. aan een dood paard trekken. (=je inspannen voor iets, dat tot mislukken gedoemd is)
  14. een goed pad krom loopt niet om. (=je kunt beter geen onnodige veranderingen aanbrengen)
  15. een schop van een ezel kunnen verdragen (=je moet het aankunnen dat iemand zonder verstand van zaken kritiek geeft)
  16. wat hansje niet leert zal hans nooit weten (=je moet het eerst leren om het later te kunnen)
  17. een mens moet werken voor de brok en voor de rok. (=je moet werken om te kunnen eten en kleding te kunnen kopen.)
  18. het hoofd koel houden (=kalm blijven, zich niet door de spanning laten meeslepen)
  19. kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
  20. kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
  21. met de witte perdekies naar Velzeke rijden (=krankzinnig worden. In Velzeke bevindt zich een sanatorium; de `witte perdekies` (witte paardjes) verwijzen naar een ziekenwagen, waarmee de geestesgestoorde afgevoerd wordt. Uitdrukking uit het zuiden van Oost-Vlaanderen)
  22. kunnen behappen (=kunnen begrijpen)
  23. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  24. overweg kunnen (=kunnen verdragen, aankunnen)
  25. tegemoet zien (=kunnen verwachten)
  26. snotterige veulens worden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
  27. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  28. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  29. wat de vrouw graag mag, eet de man elke dag. (=mannen eten wat hun vrouw kookt, ook als het niet hun favoriete gerecht is)
  30. in het schuitje zitten en mee moeten varen (=mee moeten doen, zich niet meer kunnen terugtrekken)
  31. meer pijlen op zijn boog hebben (=meer kunnen dan reeds laten zien)
  32. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  33. zelfkennis is het begin van alle wijsheid (=men moet eerst zichzelf kennen om verdere kennis te kunnen verwerven)
  34. de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
  35. wie staat ziet toe dat hij niet valle (=mensen die alles denken te weten of kunnen, moeten zelf maar oppassen voor fouten en problemen)
  36. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  37. wat de boer niet kent, dat eet hij niet. (=mensen houden niet van (zijn bang voor) wat ze niet kennen.)
  38. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  39. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  40. waar het warm is, is het goed vrijen. (=mensen uit een rijke familie kunnen makkelijker een partner krijgen)
  41. de koe bij de horens vatten (=met de lastige zaak beginnen)
  42. goed beslagen (=met de nodige kennis en ervaring)
  43. een fluwelen tong hebben (=met gladde woorden mensen kunnen overtuigen)
  44. met iemand in zee gaan (=met iemand een samenwerking beginnen)
  45. met een kennersblik bekijken (=met kennis van zaken beoordelen)
  46. met de deur in huis vallen (=meteen ter zake komen / onmiddellijk over datgene beginnen waarvoor men kwam zonder)
  47. verdrinken eer men water gezien heeft (=mislukken voordat het begonnen is)
  48. op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
  49. het staal wordt in de wind gehard. (=moeilijkheden en tegenslagen kunnen je sterker maken)
  50. niet van de wind kunnen leven (=moeten werken om alles te kunnen betalen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen