Spreekwoorden met `da`

Zoek


486 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `da`

  1. dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
  2. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  3. dat zit gebeiteld (=dat komt in orde)
  4. dat zit wel snor (=dat komt wel goed)
  5. de aardappelen afgieten (=een plasje doen door heren)
  6. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  7. de beren zien dansen (=honger hebben)
  8. de centen dansen hem in de zak. (=hij kan niets sparen)
  9. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  10. de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
  11. de dag met manden uitdragen (=tijd verdoen)
  12. de dampen aandoen (=pesten)
  13. de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te worden)
  14. de dans ontspringen (=niet in het onheil betrokken worden)
  15. de darmen zalven. (=lekker eten en drinken.)
  16. de das omdoen (=iets dat problemen geeft)
  17. de domste boeren hebben de dikste aardappelen (=met geluk komt men vaak verder dan met verstand)
  18. de eerste klap is een daalder waard (=een goed begin is het halve werk)
  19. de ganzen geloven niet dat de kuikens hooi eten. (=zelfs bij domme mensen vinden ongerijmdheden geen geloof.)
  20. de hete aardappel doorspelen (=iemand anders de vervelende klus laten opknappen)
  21. de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  22. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  23. de koe is vergeten dat hij kalf geweest is. (=zeurende ouderen vergeten dat ze vroeger ook wild waren)
  24. de koe van de pastoor eet iedere dag mals gras (=wie trouw is aan machtige mensen, heeft een heerlijk leven)
  25. de kronkel in de darm hebben (=hevige buikpijn (koliek) hebben)
  26. de lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
  27. de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  28. de muizen dansen in het spek. (=er is welvaart)
  29. de mussen vallen (dood) van de daken (=het is snikheet)
  30. de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  31. de oude adam (=de zondige natuur (aard))
  32. de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
  33. de pen is machtiger dan het zwaard (=woorden kunnen meer teweeg brengen dan wapens)
  34. de poppen aan het dansen (=de ruzie of problemen kunnen beginnen)
  35. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  36. de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
  37. de wens is de vader van de gedachte (=je gelooft iets, omdat je wil dat het zo is)
  38. de wil voor de daad nemen. (=waarderen dat het goed bedoeld is ook al pakte het anders uit)
  39. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  40. denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog. (Guido Gezelle) (=maak een plan alvorens ergens aan te beginnen, en stel tijdens de activiteit het plan bij indien nodig)
  41. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
  42. doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. (=blijf vooral normaal doen)
  43. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  44. donkere morgens mooie dagen. (=een slecht begin hoeft geen mislukking te zijn)
  45. een blauwe maandag (=erg kort)
  46. een daad stellen. (=concrete aktie ondernemen)
  47. een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
  48. een dag voor de prins. (=een verloren dag.)
  49. een dak boven zijn hoofd hebben (=woonruimte hebben, onderdak hebben)
  50. een gat in de dag slapen (=lang doorslapen)

715 betekenissen bevatten `da`

  1. een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  2. dat kan Bruin(tje) niet trekken (=dat kunnen we ons niet veroorloven (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden))
  3. op dat mes kun je naar Keulen rijden (=dat mes is erg bot)
  4. daar moet de schoorsteen van roken (=dat moet de inkomsten voortbrengen. daar moeten we van bestaan)
  5. dat past als een vuist in een oog (=dat past helemaal niet)
  6. dat sluit als een haspel in een zak (=dat raakt kant noch wal)
  7. dat scheelt een slok op een borrel (=dat scheelt heel wat)
  8. dat slaat als een tang op een varken (=dat slaat nergens op)
  9. koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
  10. dat is het geheim van de smid. (=dat specifieke kennis die alleen vakmensen kennen)
  11. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  12. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  13. meer geluk dan wijsheid. (=dat was geluk hebben.)
  14. dat mag de duivel weten (=dat weet ik niet)
  15. id est (=dat wil zeggen)
  16. dát doet de deur dicht (=dat wordt niet geaccepteerd)
  17. dat paard zal mij niet meer slaan (=dat zal mij niet meer gebeuren)
  18. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  19. daar is wel wachten maar geen vasten naar (=dat zal niet gauw gebeuren)
  20. daar kan niets van inkomen (=dat zal niet lukken)
  21. daar kun je ketelaar van blijven (=dat zal niets opbrengen)
  22. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  23. dat houdt me op de been (=dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol)
  24. de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is wordt gauw vergeten)
  25. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  26. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  27. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  28. de vogel is gevlogen (=de dader is al weg (of gevlucht))
  29. mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
  30. in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)
  31. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
  32. er dik in zitten (=de kans is groot dat het zo is)
  33. de mens wikt, maar God beschikt (=de mensen maken allerlei plannen, maar het is niet aan hen of dat ook gebeurt)
  34. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  35. vreemde ogen dwingen (=de ogen van een vreemde heeft meer invloed op je dan van een bekende)
  36. het lieve leventje gaande (=de ruzie begonnen - de poppen aan het dansen)
  37. de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt)
  38. de beste stuurlui staan aan wal (=de toeschouwers kunnen het altijd beter dan de uitvoerders)
  39. de raven zullen het uitbrengen (=de waarheid komt hoe dan ook aan het licht)
  40. een zondagse steek houdt geen week (=de zondag is geen werkdag maar de dag des Heeren)
  41. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  42. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  43. je doet de boter in de pan, maar bakt er niks van (=denken dat je iets begrijpt, terwijl je dat niet doet)
  44. denken met kousen en schoenen in de hemel te komen (=denken dat men zich niet moet inspannen)
  45. het heen en weer krijgen (=diarree krijgen - vooral gezegd van iets dat helemaal niet bevalt)
  46. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  47. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  48. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  49. je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is)
  50. niet brandschoon zijn (=dingen misdaan hebben)

50 dialectgezegden bevatten `da`

  1. da geet dich nog voëre (=je gaat er nog dikke spijt van krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
  2. da geet em wol vanzelf iëver (=het zal wel overwaaien) (Bilzers)
  3. da geet kneep koste (=zie maar niet op een inspanning) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. da geet nog e stétsje krijge (=ge zult de gevolgen nog zien) (Bilzers)
  5. da geet wol iëver zonner bieëvet te gon (=dat waait wel over) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. da geet wol iëverwaeë (=dat gaat vanzelf voorbij) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. da gef nie, heur! (=dat geeft niet, hoor!) (Vechtdals)
  8. da geft ni (=dat is niet erg) (Onze-Lieve-Vrouw-Waver)
  9. da geneit (=dat stoort) (winksels)
  10. da gi op zn ellevendertigst (=tgaat niet vlug) (Zeeuws)
  11. da gie nè (=dat gaat niet) (Herks)
  12. da gif nie mee (=dat zit muurvast) (Oudenbosch)
  13. da gif nie, tgif nie (=het geeft niet) (Sint-Niklaas)
  14. da gij de nie deur het (=dat jij dat niet door hebt) (nieuwkuijks)
  15. da gô furruit gelèk bone knopen (=het vordert niet) (Sint-Niklaas)
  16. da gô furruit gelèk bone knoûpen (=dat schiet niet op; dat gaat slecht vooruit) (Sint-Niklaas)
  17. da go furruit gullèk bone knopen (=dat gaat traag vooruit) (Sint-Niklaas)
  18. da gô vantsaalf (s) (=dat werkt (gaat) automatisch) (Sint-Niklaas)
  19. da goa gelak e floike van ne cent (=dat gaat gemakkelijk) (winksels)
  20. da goa gelak een flötje van ne ceint (=dat gaat van zelf) (Geels)
  21. da goa goe t' huupe (=dat past goed bij elkaar) (Lovendegems)
  22. da goa goe thuupe (=dat past goed bij elkaar) (Gents)
  23. da goa goe tiuëbe (=dat past goed bij mekaar) (Kaprijks)
  24. da goa'd'oep a boekske (=dat vergeet ik niet (tegen kinderen) ) (Antwerps)
  25. da goad hier goan stuiven (=dat zal er hier heet aan toe gaan) (Lovendegems)
  26. da goad hier goan stuiven (=het zal hier flink gediscuteed worden) (Waarschoots)
  27. da goapt link nen oov' n (=dat is toch vanzelfsprekend.) (Avelgems)
  28. da goat nogal (=dat is helemaal waar) (Bosch)
  29. da goddier veroit lak boeëne knoeëpe (=het vordert niet) (Antwerps)
  30. da goef ne vieze noësmaok (=dat was niet aangenaam) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. da goinek es nie aun aan nees hangen (=iets niet willen verklappen) (Buggenhouts)
  32. da gon ich dich nie on zen naos hange (=dat hou ik voor mezelf) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. da gon ich tech nie on zen naos hange (=dat ga ik nog even geheim houden) (Bilzers)
  34. da gon ich tich nie on zen naos hange (=dat blijft geheim) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. da gon ichteg és sjaun nie on zen naos hange (=dat ga ik je mooi niet verklappen) (Bilzers)
  36. da gonnik ies uitvissen (=dat zal ik eens onderzoeken) (Sint-Niklaas)
  37. da gonver és gau flikke (=dat gaan we eens rap fiksen) (Bilzers)
  38. da got ier au wivven regenen. (=het gaat hard regenen.) (Vrasens)
  39. da got over zèn out (=dat gaat te ver) (Meers)
  40. da gottoch wè, wà? (=dat gaat toch wel, hè) (Wagenings)
  41. da h'et gèt had ètj (=Je hebt het al gekregen) (Bambrugs)
  42. da haj soms. da hej mangs (=dat heb je soms) (Twents)
  43. da hat de erm ziël rów (=dan hoeven we daarover al geen ruzie meer maken,) (Mechels (NL))
  44. da hat de vot kirmes (=billenkoek) (Heerlens)
  45. da hat mieënig vuëgelke gesjieëte dat noe nog ging vot hat (=dat duurt nog heel lang) (Sjeeter plat)
  46. da he'j manks (=things happens) (Vechtdals)
  47. da he'k 'n moal doane (=dat heb ik een keer gedaan) (Vechtdals)
  48. da he'k joa ga nie gedoan (=dat heb ik helemaal niet gedaan) (Wehls)
  49. da heb ik gemorken (=dat heb ik gemerkt) (Bosch)
  50. da heb ik tog gezeed (=dat heb ik toch gezegd) (Liessents)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen