Spreekwoorden met `cht`

Zoek


344 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `cht`

  1. iets rechtzetten (=na een fout deze goed maken)
  2. iets van de achterwacht vernemen (=iets vernemen na veel omwegen)
  3. iets voor het voetlicht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
  4. in de echt verbinden (=huwen, trouwen)
  5. in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
  6. in de lucht laten vliegen (=laten ontploffen)
  7. in de lucht zitten (=algemeen voorkomen)
  8. in de wacht slepen (=winnen - verwerven)
  9. in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
  10. in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
  11. in een slechte reuk staan (=iemand die niet goed bekend staat)
  12. in een vloek en een zucht (=in heel korte tijd , zonder moeite)
  13. in het achterschip geraken (=in zaken achteruit gaan)
  14. in het licht geven (=uitgeven - publiceren)
  15. in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
  16. in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
  17. Jantje lacht en Jantje huilt (=kind dat vaak huilt maar direct ook weer lacht)
  18. je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
  19. je anker kappen/lichten (=er met spoed vandoor gaan)
  20. je gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
  21. je handen dichtknijpen (=erg veel geluk hebben)
  22. je hart luchten (=iemand over je problemen vertellen)
  23. je in allerlei bochten wringen (=er op alle mogelijke wijzen proberen onderuit te geraken)
  24. je licht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
  25. je licht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
  26. je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
  27. je volle gewicht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
  28. je woorden worden weer thuisgebracht. (=als je iets negatiefs zegt kan dat leiden tot negatieve gevolgen voor jezelf)
  29. je zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
  30. jezelf in acht nemen (=jezelf verzorgen)
  31. kastelen in de lucht bouwen (=zich illusies maken)
  32. kennis is macht (=veel weten kan veel invloed betekenen)
  33. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  34. komen als een dief in de nacht (=onverwacht komen)
  35. kort door de bocht (=voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld: `De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht.`)
  36. kort en goed valt licht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
  37. kruisjes achter de rug hebben (=tientallen jaren oud zijn)
  38. laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet (=als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten)
  39. liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
  40. lijnrecht tegenover iets staan (=volledig het omgekeerde zijn of denken)
  41. luchtkastelen bouwen (=zich illusies maken)
  42. menen ligt dicht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
  43. met de nachtschuit komen (=laat komen / iets vertellen dat iedereen al weet)
  44. met de nachtschuit vertrekken (=er erg stilletjes vandoor gaan)
  45. met de zweep erachter zitten (=opjagen)
  46. met lege handen achterblijven (=niets meer hebben)
  47. met man en macht iets doen (=iedereen werkt hard mee)
  48. met onbevaren volk is het slecht zeilen (=met onervaren mensen is het moeilijk werken)
  49. met onwillige honden is het slecht hazen vangen (=het is moeilijk om samen te werken met mensen die niet willen)
  50. niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)

556 betekenissen bevatten `cht`

  1. aan zijn neus hangen (=hem inlichten)
  2. het uitzingen (=het einde ervan afwachten, het volhouden)
  3. een streep door de rekening. (=het gaat onverwacht niet door)
  4. bergafwaarts gaan (=het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid)
  5. de handschoen opnemen (=het gevecht aangaan)
  6. het was uien (=het ging bijzonder slecht, het viel bijzonder tegen)
  7. de schapen van de bokken scheiden (=het goede van het slechte scheiden)
  8. als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  9. als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
  10. het is een pleister op een zere wonde (=het is bedoeld om het leed wat te verzachten)
  11. het is op een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
  12. het is er haardje bij schuurtje (=het is er klein, dicht op elkaar)
  13. het is bar en boos (=het is heel erg; het is heel slecht)
  14. het is volle bak (=het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen)
  15. eigen haard is goud waard (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit)
  16. het is niet om de knikkers maar om het recht van het spel (=het is niet voor persoonlijk voordeel, maar omwille van de rechtvaardigheid)
  17. het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
  18. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)
  19. je weet nooit hoe een koe een haas vangt (=het kan altijd nog op onverwachte wijze tot een oplossing komen)
  20. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
  21. je laatste troef uitspelen (=het laatste wat iemand achter de hand had naar buiten brengen)
  22. balsem in de wonde gieten (=het leed verzachten)
  23. het is altijd rouwen en trouwen (=het leven is een afwisseling van goede en slechte tijden)
  24. fiat justitia (=het recht moet zegevieren)
  25. fiat justitia et pereat mundus (=het recht moet zegevieren ook al vergaat de wereld)
  26. hoofd van jut (=het slachtoffer)
  27. de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
  28. de kop van jut (=het slachtoffer, het zwarte schaap)
  29. het ene gat met het andere stoppen (=het slecht beheren van geld door met de ene schuld de andere af te lossen)
  30. onkruid vergaat niet (=het slechte is moeilijk uit te roeien)
  31. je vel duur verkopen (=het slechts onder de grootste druk opgeven)
  32. het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
  33. niet thuis geven (=het verwachtingspatroon niet kunnen nakomen)
  34. het oog van de meester maakt het paard vet (=het werk gebeurt beter als de baas toezicht houdt)
  35. de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
  36. oude kerken hebben duistere glazen. (=het zicht wordt minder als je ouder wordt)
  37. het zo zout nog niet gegeten hebben (=het zo slecht nog nooit meegemaakt hebben)
  38. vechten dat de kraaien om de brokken komen (=hevig vechten)
  39. het komt uit zijn koker (=hij is degene die het heeft bedacht)
  40. zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumeurd)
  41. hij droomt van schol maar eet graag platvis (=hij verwacht te veel)
  42. wat de boer niet kent, dat vreet hij niet (=hij wenst uitsluitend gerechten te nuttigen die hij reeds kent)
  43. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  44. hoe een dubbeltje rollen kan (=hoe iets een onverwacht verloop kan kennen)
  45. zo lang er leven is, is er hoop (=hoe slecht het ook staat, zolang nog niet alles verloren is, kan alles nog goed komen)
  46. hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar (=hoe slecht je afkomst is, God houdt van je)
  47. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  48. `s Lands wijs, `s lands eer (=ieder volk is gehecht aan zijn eigen gewoonten, hoewel anderen ze maar raar vinden)
  49. ieder is zichzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
  50. iemand uit bed lichten (=iemand `s nachts laten opstaan)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen