Spreekwoorden met `nd`

Zoek


1193 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nd`

  1. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  2. de hakken in het zand zetten (=zich opstellen als felle tegenstander van een voorstel of ontwikkeling, zonder de bereidheid te zoeken naar positieve aspecten of naar compromissen)
  3. de hand aan de ploeg slaan (=flink aan het werk gaan)
  4. de hand aan zichzelf slaan (=zelfmoord plegen)
  5. de hand in eigen boezem steken (=zijn eigen fout inzien)
  6. de hand lenen tot (=helpen)
  7. de hand met iets lichten (=niet scherp opletten, het niet te streng nemen)
  8. de hand op de knip houden (=zuinig zijn)
  9. de hand op iets leggen (=ergens aan kunnen komen)
  10. de hand over zijn hart strijken (=voor één keer toestaan)
  11. de hand reiken (=vergiffenis schenken)
  12. de handen dicht mogen knijpen (=van geluk mogen spreken)
  13. de handen in de schoot (=werkloos)
  14. de handen slaan aan (=ontwijden)
  15. de handen thuis houden (=niet aanraken)
  16. de handen uit de mouwen steken (=aan de slag gaan en aanpakken)
  17. de handen van iemand aftrekken (=iemand niet langer steunen)
  18. de handen vrij hebben (=tijd hebben om iets te doen)
  19. de handschoen opnemen (=het gevecht aangaan)
  20. de hond de jas voorhouden (=iemand valse hoop geven op iets dat hij graag wil hebben)
  21. de hond in de pot vinden (=te laat zijn voor het eten (alles is op))
  22. de huik naar de wind hangen (=meeheulen - altijd andermans standpunt volgen)
  23. de kaart van het land kennen (=de omstandigheden kennen)
  24. de kast indraaien. (=in de gevangenis komen.)
  25. de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
  26. de kat de bel aanbinden (=als eerste een begin maken aan iets moeilijks (een lastige klus of een ingewikkeld gesprek))
  27. de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
  28. de koninklijke weg bewandelen (=eerlijk zijn)
  29. de kop in het zand steken (=doen alsof er geen gevaar dreigt en er niets aan doen)
  30. de krant brengt de leugens in het land. (=niet alles wat de media schrijft klopt.)
  31. de laatste hand aan iets leggen (=iets afmaken/voltooien)
  32. de lachende derde (=persoon die buiten een conflict staat, maar profiteert van de uitkomst)
  33. de lenden omgorden (=je gereedmaken)
  34. de lenden smeren (=afrossen)
  35. de maan met de handen willen grijpen (=het onmogelijke willen doen)
  36. de manchetten aandoen (=boeien aandoen)
  37. de mantel naar de wind hangen (=steeds de opinie van de anderen volgen)
  38. de mier aan iets/iemand hebben (=een erge hekel hebben)
  39. de mond roeren (=van zich laten horen, spreken)
  40. de mond snoeren (=tot zwijgen brengen)
  41. de muts stond hem scheef. (=een slecht humeur hebben)
  42. de nieuwe mens aandoen (=zijn gewoonten en zeden verbeteren)
  43. de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrichten)
  44. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  45. de ontbrekende schakel (=iets dat nog mist om iets compleet te maken)
  46. de overhand hebben (=iets is meer aanwezig dan het ander / meer invloed hebben)
  47. de paternosters aandoen (=boeien aandoen)
  48. de pik op iemand hebben (=iemand voortdurend plagen of aanvallen)
  49. de poten onder iemands stoel wegzagen (=iemands positie verzwakken)
  50. de ratten verlaten het zinkende schip (=als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken)

1743 betekenissen bevatten `nd`

  1. van luie Kees (=bijzonder traag)
  2. van een leien dakje gaan (=bijzonder vlot en zonder problemen verlopen)
  3. als Hollands welvaren (=blakend van gezondheid)
  4. wie de teugel slap laat hangen, kan met een mak paard nog op hol raken. (=blijf altijd aandachtig en geconcentreerd)
  5. je kop erbij houden (=blijven opletten, aandacht vasthouden)
  6. de ogen verblinden (=blind maken voor de waarheid)
  7. in den blinde (=blindelings)
  8. de paternosters aandoen (=boeien aandoen)
  9. de manchetten aandoen (=boeien aandoen)
  10. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  11. groot bal op kleine aardappelen (=boven zijn stand leven)
  12. op de koop toe (=bovendien)
  13. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  14. door merg en been gaan/dringen/snijden (=buitengewoon kwetsend of doordringend zijn)
  15. ze waren fout (=collaborateurs en fascisten gedurende de Tweede Wereldoorlog)
  16. een daad stellen. (=concrete aktie ondernemen)
  17. dat kan het paard niet trekken. (=daar heb ik onvoldoende geld voor)
  18. daar valt wel een mouw aan te passen (=daar is wel een oplossing voor te vinden)
  19. dat zal hem geen windeieren hebben gelegd (=daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben)
  20. op de schobberdebonk leven (=dakloos zijn en/of bedelend leven)
  21. daar kan de schoorsteen niet van roken (=dat brengt niets op / men kan niet alleen van vriendelijke woorden leven)
  22. dat is lariekoek (=dat heeft iemand verzonnen)
  23. zo gaan er dertien in een dozijn (=dat heeft weinig waarde, is niet zo bijzonder)
  24. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  25. dat is andere koek (=dat is heel iets anders)
  26. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  27. dat zijn de Alfa en de Omega. (=dat is het begin en het einde.)
  28. dat is het begin van het einde (=dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen)
  29. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  30. dat is een ver-van-mijn-bedshow (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt)
  31. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  32. dat is andere peper (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  33. dat is andere tabak (=dat is wat anders, dat is moeilijker)
  34. dat is andere tabak dan kanaster (=dat is wat anders!)
  35. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  36. dat is schering en inslag (=dat komt bijzonder vaak voor [onderdelen van een weefgetouw])
  37. een bodemloze put (=dat kost ontzettend veel geld)
  38. dat is zo breed als het lang is (=dat verandert niets aan de zaak)
  39. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  40. dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
  41. de kraan dichtdraaien (=de (financiële) hulp sterk verminderen of stopzetten)
  42. veel bekijks hebben (=de aandacht trekken)
  43. in het oog springen/vallen (=de aandacht trekken)
  44. uit het oog, uit het hart (=de aandacht voor iemand verliezen, als die persoon niet meer in de nabijheid is)
  45. volgens Bartjens (=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))
  46. de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
  47. de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
  48. primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
  49. ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
  50. in de tredmolen lopen (=de dagelijkse sleur volgen - zich onderwerpen)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen