164 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `kl`
- je klompen wegbrengen/wegzetten (=naar huis gaan/sterven)
- je uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft)
- klaar als de dag. (=overduidelijk)
- klaar is kees (=het werk is klaar)
- klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
- klare wijn schenken (=eerlijk en duidelijk vertellen hoe de situatie in elkaar steekt)
- klauwen en nagels hebben (=zich kunnen verdedigen)
- klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
- klein is de rouwe, valt de oude koe dood. (=hoe ouder iemand sterft hoe minder het verdriet)
- kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
- kleine oorzaken, grote gevolgen (=kleine dingen kunnen grote gevolgen hebben)
- kleine potjes hebben grote oren (=je moet uitkijken met wat je zegt als er kinderen bij zijn)
- kleine potjes lopen gauw over. (=kleingeestige mensen zijn snel kwaad.)
- kleine vossen bederven de wijngaard (=kleine fouten kunnen zorgen voor grote problemen in het geheel)
- kleur bekennen (=voor zijn standpunt uit moeten komen)
- kleur in je leven krijgen (=het leven wordt leuker)
- klinkende munt (=contant geld)
- lege vaten klinken het holst (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)
- met de klompen op het ijs komen (=zich onvoorzichtig ergens begeven waar men niet thuis hoort)
- met de klompen van het ijs blijven (=zich met iets niet inlaten)
- met een kluitje in het riet sturen (=iemand met veel woorden niet veel wijzer maken)
- met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
- nu breekt mijn klomp (=van verbazing niet meer weten wat te zeggen)
- om de haverklap (=op alle mogelijke momenten, steeds weer opnieuw)
- oogkleppen dragen (=iets niet (willen) zien)
- op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
- op de klippen lopen (=mislukken)
- op de kloosters reizen (=altijd bij vrienden of kennissen logeren)
- op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
- op een kluitje (=dicht bij elkaar)
- over de kling jagen (=iemand doden)
- spreek wat waar is, drink wat klaar is, eet wat gaar is. (=wees bescheiden en dankbaar voor wat je hebt)
- steen en been klagen (=constant en hevig klagen. (klagen bij alles wat heilig is, bv. botten (=been) in een graf (=steen)))
- te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
- tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
- tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden)
- twee vliegen in een klap slaan (=twee problemen gelijktijdig oplossen)
- uit de klei getrokken (=boers)
- uit de kleine kinderen zijn (=geen kleine kinderen meer hoeven opvoeden)
- uit de kluiten gewassen zijn (=erg stevig en groot zijn)
- uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
- uit dezelfde klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
- uit zijn nek praten (kletsen) (=onzin verkopen)
- van de kleef zijn (=gierig zijn)
- van zessen klaar (=erg handig zijn en van aanpakken weten)
- veel garen op zijn klos hebben (=veel te zeggen hebben - veel aanmerkingen maken)
- vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
- verkleumen tot op het bot (=het heel koud krijgen)
- voor geen klein geruchtje vervaard (=niet gauw bang)
- voor geen kleintje vervaard zijn (=veel durven)
150 betekenissen bevatten `kl`
- een kinderhand is gauw gevuld (=met een kleinigheid tevreden zijn)
- pimpelpaars met een goud randje (=met ondefinieerbare kleur)
- kleine houwen vellen grote eiken. (=met veel kleine beetjes kun je veel bereiken)
- de draad van Ariadne (=middel om klaarheid te scheppen in een ingewikkeld iets)
- op salet zitten (=mooi aangekleed zijn en niet werken)
- in adamskostuum (=naakt, zonder kleren)
- de krant brengt de leugens in het land. (=niet alles wat de media schrijft klopt.)
- tussen servet en tafellaken zijn (=niet bij de kleintjes maar ook niet bij de groten horen)
- niet volgens Lucas. (=niet controleren of iets wel klopt)
- geen krimp geven (=niet opgeven, doorgaan zonder te klagen)
- het vat der Danaïden vullen (=nooit klaar komen met het werk)
- twisten om des keizers baard (=om kleinigheden ruzie maken)
- alle beetjes helpen (=ook kleine dingen dragen bij aan het grote geheel)
- halfjes en motregen dringen door. (=ook van kleine beetjes wordt je dronken)
- een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
- bederf geen pannenkoek om een ei (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- zuinigheid die de wijsheid bedriegt (=op kleine dingen bezuinigen kan grotere gevolgen hebben)
- op je paasbest zijn (=op zijn best gekleed en goed verzorgd zijn)
- traag gereden is vroeg thuis. (=sneller klaar zijn door eerst goed na te denken)
- een snijder heeft maar een darm. (=spotternij van boeren, die veel meer eten dan de kleermaker.)
- tot in de puntjes (=tot in het kleinste detail)
- van de naald tot de draad (=tot in het kleinste detail)
- van naald tot draad (=tot in het kleinste detail)
- in het land der blinden is eenoog koning (=tussen dommeriken volstaat een klein beetje verstand om baas te zijn)
- je kap over de haag hangen (=uittreden uit klooster of priesterschap)
- met het kleine begint men bij het grote houdt men op (=van de kleine misdaad komt men vanzelf in de grote misdadigheid terecht)
- van een mug een olifant maken (=van een klein probleem onnodig een groot probleem maken, erg overdrijven)
- voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)
- klein gewin brengt rijkdom in. (=van kleine beetjes komt ook welvaart)
- het zo druk hebben als een klein baasje (=veel kleine karweitjes moeten doen)
- vele kleintjes maken een grote (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
- alle vrachtjes helpen (=veel kleintjes maken een grote)
- mensen vertellen veel op een zomerse dag. (=verhalen kloppen niet altijd)
- een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
- bouw geen molen om een bak zaad (=voor een kleinigheid moet men teveel moeite doen.)
- Aken en Keulen zijn niet op één dag gebouwd (=voor een uitgebreide klus heb je meer tijd nodig)
- de kastanjes voor iemand uit het vuur halen (=voor iemand anders het gevaarlijke werk of een lastig klusje doen)
- de handen in de schoot (=werkloos)
- op de keien staan (=werkloos zijn)
- wie voor het oortje geboren is, zal tot de stuiver niet geraken (=wie in een lage sociale klasse geboren is, zal niet in een hogere sociale klasse terechtkomen)
- al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding (=wie zich mooi aankleedt wordt daarmee zelf nog niet mooi)
- de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
- op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
- iedere stuiver brengt zijn gierigheid mee. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn)
- ieder oortje brengt zijn gierigheid. (=zelfs om kleine dingetjes kunnen mensen hebzuchtig zijn (een oortje is een oude munteenheid))
- geen haring zo mager of men braadt er vet uit. (=zelfs uit iets kleins of ogenschijnlijk onbelangrijks valt wel iets waardevols te halen.)
- de kap op de tuin werpen (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
- klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
- op de kleintjes letten (=zuinig zijn. Ook de kleine uitgaven proberen terug te dringen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen