738 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ijn`
- dat zijn de Alfa en de Omega. (=dat is het begin en het einde.)
- dat zijn twaalf eieren en dertien kuikens. (=een meevaller)
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- de Benjamin zijn (=het lievelingetje zijn)
- de boog kan niet altijd gespannen zijn (=men moet zich soms ook kunnen ontspannen)
- de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
- de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben)
- de draad kwijt zijn (=de loop van het verhaal niet meer kunnen volgen)
- de druiven zijn zuur (zei de vos maar hij kon er niet bij) (=van iets dat men niet krijgen kan, zeggen dat men het niet wil)
- de fiolen van zijn toorn uitstorten (=heftig uitvaren)
- de gebeten hond zijn (=ten onrechte worden beschuldigd)
- de hand over zijn hart strijken (=voor één keer toestaan)
- de haring hangt aan zijn eigen kieuwen (=men dient verantwoording te nemen voor de eigen daden)
- de hort op zijn (=op pad zijn)
- de juiste man op de juiste plaats zijn (=zeer geschikt zijn voor het werk)
- de kaap te boven zijn (=het probleem overwonnen hebben)
- de kat in de gordijnen jagen (=iemand goed kwaad maken)
- de kluts kwijt zijn (=in de war zijn)
- de koning te rijk zijn. (=bijzonder gelukkig zijn)
- de kriebel in zijn gat hebben (=niet kunnen stilzitten)
- de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
- de lijn trekken (=luieren, niet voort werken)
- de lijn/teugels aanhalen (=strenger worden)
- de mijn is verkeerd gesprongen (=ongeveer als: wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in)
- de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
- de oudste moet de wijste zijn (=van het oudste kind wordt het meeste verwacht)
- de rapen zijn gaar (=er is een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
- de rijpste pruimen zijn geschud (=het belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
- de sigaar zijn (=het slachtoffer zijn / de doodstraf krijgen (een sigaar wordt `onthoofd` voor gebruik))
- de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen (=ik ben op goede plaatsen beland)
- de stoom komt uit zijn oren (=hij is heel erg boos)
- de tramontane kwijt zijn (=het spoor bijster zijn)
- de weg kwijt zijn (=zich onhandig opstellen, onverstandige keuzes maken)
- de wereld is een schouwtoneel elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
- de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
- de wereld wil bedrogen zijn. (=mensen trappen steeds weer in hetzelfde praatje)
- de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles))
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- de zondebok zijn (=ergens de schuld van krijgen)
- die wijn drinkt kweekt luizen. (=veel alcohol drinken maakt je arm)
- doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
- dood en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)
- door de wol geverfd zijn (=brutaal , schaamteloos zijn)
- een aardje naar zijn vaartje (=het karakter van zijn vader hebben)
- een adder aan zijn borst/boezem koesteren (=iets doen voor een ondankbaar iemand)
- een baas boven baas zijn (=er is altijd wel iemand die het beter kan of het beter denkt te kunnen)
- een bedrijvige Martha zijn (=een zeer ijverige vrouw zijn (Martha= bijbels symbool voor hardwerkende huisvrouw))
- een bodemloos vat zijn (=altijd te weinig van iets zijn of opraken)
- een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
876 betekenissen bevatten `ijn`
- die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
- na mij de zondvloed (=dat is een probleem dat zich pas voordoet als ik er niet meer ben - het zal mijn tijd wel duren)
- dat gaapt zo wijd als een oven (=dat is hoogst onwaarschijnlijk)
- dat gaapt als een oven (=dat is onwaarschijnlijk)
- dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. `zijn gezicht spreekt boekdelen`)
- dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
- dat is een klontje boter uit zijn pap (=dat kost een flink deel van zijn fortuin)
- dat zijn ze niet die `t Wilhelmus blazen (=dat zijn onze vrienden niet)
- het laatste woord willen hebben (=de baas willen zijn)
- het hoogste lied zingen (=de baas zijn)
- de bezem in de mast voeren (=de baas zijn en leiding hebben)
- aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
- iemands rechterhand zijn (=de belangrijkste assistent zijn)
- primus inter pares (=de beste onder zijns gelijken)
- ketters wonen het dichtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
- je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
- het verloren schaap (zijn) (=de gezochte (zijn))
- aan een zijden draadje hangen (=de kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig)
- de laatste der Mohikanen zijn (=de laatste zijn die nog ergens in gelooft)
- de wind waait uit een andere hoek (=de meningen/omstandigheden zijn veranderd)
- homo homini lupus (=de mens benadert zijn medemens als een wolf)
- geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
- de bordjes zijn verhangen (=de omstandigheden zijn veranderd)
- eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
- met de helm (op) geboren zijn (=de toekomst kunnen voorspellen / bijzonder voorzichtig zijn)
- andermans boeken zijn duister te lezen (=de toestand of bedoelingen van een ander zijn moeilijk in te schatten)
- oude wijn in nieuwe zakken (=de zaken zijn anders gepresenteerd, maar niet wezenlijk veranderd)
- dood en begraven zijn (=definitief voorbij zijn.)
- zwijgen en denken zal niemand krenken. (=denk na voor je iets zegt wat pijn kan doen)
- de waarheid in pacht hebben (=denken de enige te zijn die de waarheid kent of vertelt)
- je oren laten hangen (=depressief zijn, het opgeven)
- onder de wal zijn (=dicht bij de wal zijn)
- het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)
- in het lijntje lopen (=dienstbaar zijn)
- moet is een bitter kruid. (=dingen die men moet doen kunnen onaangenaam of vervelend zijn.)
- schijn bedriegt (=dingen zijn niet altijd zoals ze zich voordoen)
- op til zijn (=dingen zijn op dit moment gaande (met name veranderingen))
- haast je langzaam (=doe het zo snel mogelijk, maar niet sneller (uit het Latijn: Festina lente))
- verkikkerd zijn (=dol zijn op iemand/iets of verliefd zijn op iemand)
- bot gegeten hebben (=dom geboren zijn en zo blijven)
- het zwoerd/zwoord achter de oren hebben (=doof zijn)
- met een gouden hengel vissen (=door bedrog zijn doel halen)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- buurmans leed troost (=door het verdriet of de pijn van een ander kun je je eigen verdriet en pijn beter verdragen)
- voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
- zuinigheid met vlijt, bouwt huizen als kastelen (=door zuinig en ijverig te zijn, kan men veel bereiken)
- met een waterzeil thuiskomen (=doornat zijn)
- in de lucht hangen (=dreigen te gebeuren - onzeker zijn)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen