Spreekwoorden met `roo`

Zoek


104 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `roo`

  1. iemand de kroon van het hoofd nemen (=iemand te schande maken)
  2. iemand een kroon opzetten (=iemand eer bewijzen)
  3. iemand het brood uit de mond nemen/stoten (=iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien)
  4. iemand iets onder de roos vertellen (=iemand in het geheim iets meedelen)
  5. iemand iets op zijn brood geven (=iemand onvriendelijk iets verwijten)
  6. iemand naar de kroon steken (=z`n best doen anderen te overtreffen)
  7. iemand uit de droom helpen (=iemand vertellen hoe het écht in elkaar zit)
  8. iemand zand in de ogen strooien (=iemand iets wijsmaken, iemand bedriegen)
  9. in de roos schieten (=het precies goed raden/doen)
  10. in rook opgaan (=in het niets verdwijnen)
  11. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  12. je lot getroost zijn (=zijn lot aanvaarden)
  13. je natje en je droogje lusten (=graag eten en drinken)
  14. klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood (=zowel klagers als pochers kunnen de zaken nogal eens overdrijven)
  15. komen met de paal als het brood in de oven is (=te laat komen)
  16. lang vasten is geen brood sparen. (=honger lijden is niet hetzelfde als geld besparen)
  17. liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed (=van eer kan men niet leven)
  18. loop naar je grootje (=ga weg!)
  19. meer kunnen dan alleen brood eten (=verstand van zaken hebben)
  20. men vangt meer vliegen met honing/stroop dan met azijn (=door vriendelijk te zijn bereik je meer bij iemand dan met lelijke woorden)
  21. morgenrood, regen in de sloot (=weerspreuk: rood opkomende zon betekent vaak regen)
  22. niet bij brood alleen leven (=men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven)
  23. niet van het ene brood tot het andere weten te geraken (=niet rond kunnen komen)
  24. nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
  25. ongegund brood wordt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
  26. op de rooi af (=op goed geluk geschat)
  27. op een droogje zitten (=op visite zijn en niks te eten of drinken krijgen)
  28. over de rooie gaan (=de perken te buiten gaan)
  29. overdag hebben waar men `s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen)
  30. roomser dan de paus zijn (=zich overdreven precies aan de regels houden)
  31. rozen op het pad strooien. (=iets veraangenamen.)
  32. rozen voor de varkens/zwijnen strooien (=iets goed doen voor mensen die dat niet waarderen)
  33. scoren alsof het warme broodjes zijn (=scoren alsof het helemaal niets is)
  34. slapen als een marmot/otter/roos (=erg vast en heerlijk slapen)
  35. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  36. tegen de stroom is het kwaad roeien / zwemmen (=tegen algemene opvattingen kan men zich moeilijk verzetten)
  37. tegen de stroom oproeien (=tegen de gangbare opinie in gaan)
  38. tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren (=praktische belemmeringen weerhouden ons van het realiseren van onze plannen.)
  39. van de troon stoten (=de macht ontnemen)
  40. van liefde rookt de schoorsteen niet (=van de liefde alleen kan je niet leven)
  41. vasthouden aan een strootje (=blijven hopen op een kleine kans.)
  42. voor zijn roodkoperen zijn (=oud Haags voor: Alles is piekfijn in orde)
  43. waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten)
  44. waar rook is is vuur (=waar geruchten over wangedrag zijn, zal er ook wel iets mis zijn)
  45. wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
  46. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  47. wierook toezwaaien (=lof toezwaaien)
  48. zich de kaas niet van het brood laten eten (=opkomen voor iets)
  49. zo broos als glas (=erg breekbaar)
  50. zo droog als een haring (=hij zegt bijna niks)

67 betekenissen bevatten `roo`

  1. van Lillo komen (=je dom houden. Volgens de overlevering vindt dit gezegde zijn oorsprong in het (ontkennende) gedrag van de inwoners van Fort Lillo na een aan hen toegeschreven roofoverval op een boerderij te Waarde in 1579)
  2. de grote jan uithangen (=je groot voordoen)
  3. beter één vogel in de hand dan tien in de lucht (=liever een beetje dan helemaal niets / kleine concrete resultaten zijn beter dan grootse plannen)
  4. op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
  5. op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
  6. vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn)
  7. spijers zijn dijers (=ook baby`s die spuwen worden wel groot)
  8. iets door een gekleurde bril zien (=op een bevooroordeelde manier naar de zaak kijken)
  9. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  10. aan de galg komen (=ter dood veroordeeld worden)
  11. voor de poorten van de hel weghalen (=uit het grootste gevaar redden)
  12. van een mug een olifant maken (=van een klein probleem onnodig een groot probleem maken, erg overdrijven)
  13. voor de mast gediend hebben (=van gewone matroos opgeklommen zijn tot officier)
  14. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  15. morgenrood, regen in de sloot (=weerspreuk: rood opkomende zon betekent vaak regen)
  16. haastige spoed is zelden goed (=zaken in te hoog tempo afwerken vergroot de kans op fouten)
  17. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen