Spreekwoorden met `ld`

Zoek


171 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ld`

  1. een speldje bij iets steken (=een onderwerp niet verder uitdiepen, van gespreksonderwerp veranderen)
  2. een vogel zingt zowel van armoe als van weelde. (=je kan positief zijn onder alle omstandigheden)
  3. een wild haar in de neus hebben (=onbezonnen en wild zijn)
  4. een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  5. een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
  6. eieren voor je geld kiezen (=met minder genoegen nemen dan men eerder wilde)
  7. er geen speld tussen kunnen krijgen (=iets klopt precies, geen gelegenheid krijgen in een gesprek ertussen te komen)
  8. er naar uitkijken als de pastoor naar het geld in het kerkenzakje (=iets vol verwachting tegemoet zien)
  9. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
  10. ergens verzeild raken (=ergens onbedoeld terechtkomen)
  11. gedeeld geheim, verloren geheim. (=als je een geheim doorvertelt is het geen geheim meer)
  12. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  13. geduld is een schone zaak (=wie rustig afwacht wordt beloond)
  14. geen geld, geen Zwitsers (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)
  15. geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
  16. gekruld haar, gekrulde zinnen (=vreemdelingen hebben andere zeden en gewoonten)
  17. geld baart onrust. (=waar geld is onstaat vaak onenigheid)
  18. geld dat stom is, maakt recht wat krom is (=mensen kunnen door financiële bevoordeling ertoe gebracht worden om onrecht toe te laten)
  19. geld in het water gooien (=geld verspillen)
  20. geld maakt niet gelukkig (=er is meer in het leven dan rijkdom)
  21. geld ophoesten (=met tegenzin of met moeite betalen)
  22. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  23. geld ruiken (=merken dat er iets te verdienen is)
  24. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  25. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  26. geld verzoet de arbeid (=geld dat je krijgt maakt het harde vervelende werk weer goed)
  27. genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden)
  28. gepokt en gemazeld zijn (=al veel ervaring hebben)
  29. gereed geld dingt scherp. (=als je meteen betaalt gaat de verkoop sneller)
  30. getelde schapen lopen het hok uit. (=exact alles van tevoren weten)
  31. gevleugelde woorden (=veel gebruikte en breed gedragen uitspraken)
  32. gevulde heer (=rond zandgebak)
  33. goed geld naar kwaad geld gooien (=geld ergens insteken waarvan bekend is dat het verlies oplevert)
  34. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  35. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  36. haastige spoed is zelden goed (=zaken in te hoog tempo afwerken vergroot de kans op fouten)
  37. Hansje in de kelder. (=de ongeboren baby)
  38. heet van de naald (=nog heel nieuw (van een product))
  39. het achtste wereldwonder (=een ongelooflijk prachtig iets)
  40. het antwoord schuldig blijven (=het antwoord niet kunnen geven)
  41. het geld brandt hem in de zak (=hij geeft zijn geld graag en gemakkelijk uit)
  42. het geld groeit niet op de rug (=geld komt niet zomaar binnen, er moet hard voor gewerkt worden)
  43. het geld regeert de wereld (=geld heeft grote invloed)
  44. het is bij de (wilde) beesten af (=het is verschrikkelijk; het is schandalig)
  45. het is op een oor na gevild (=het is bijna klaar. Het is bijna achter de rug)
  46. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn)
  47. het oog van de wereld (=de publieke opinie)
  48. het scheelde maar een haartje (=dat ging maar net goed)
  49. het tiend betaald hebben (=erg afgevallen zijn)
  50. het varken is op een oor na gevild/gewassen (=het is bijna klaar)

340 betekenissen bevatten `ld`

  1. mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen worden)
  2. het varken is door de buik gestoken (=de zaak is vooraf bedisseld)
  3. je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
  4. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  5. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  6. scherven brengen geluk. (=dit zeg je om iemand zich minder schuldig te laten voelen)
  7. je handen in onschuld wassen (=doen alsof men geen schuld heeft)
  8. je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld worden als je hun behandelde (bv met een streek))
  9. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  10. recht praten wat krom is (=door een ingewikkelde, onjuiste redenering een onzuivere situatie, daad of besluit trachten van een rechtvaardiging te voorzien)
  11. een zware pijp roken (=door eigen schuld in moeilijkheden komen)
  12. gierigheid is de wortel van alle kwaad (=door gierigheid ontstaan er veel problemen en is er veel ellende in de wereld)
  13. met gesloten beurs betalen (=door middel van een wederzijdse schuld het bedrag verrekenen)
  14. met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten wordt)
  15. in de papieren lopen (=duur uitkomen, veel geld kosten)
  16. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  17. iets over zich hebben (=een bepaalde indruk geven)
  18. een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
  19. twee zotten onder één kaproen (=een gek is zelden alleen)
  20. een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  21. een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zich als onschuldig voordoet)
  22. een dijk van een baan (=een geweldige baan)
  23. het juiste midden vinden (=een goed evenwicht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
  24. een goede naam is beter dan olie (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten)
  25. goede naam is beter dan goede olie (=een goede reputatie is beter dan veel geld)
  26. de hoofdvogel schieten (=een hoofdprijs winnen, maar vaak ironisch bedoeld. Letterlijk: de hoofdvogel is de hoofdprijs bij het vogelschieten)
  27. de wind waait uit die hoek (=een mening van iemand uit een bepaalde groep/partij)
  28. van praat komt praat (=een nieuwtje wordt snel verder verteld)
  29. op de koop toe nemen (=een onbedoeld gevolg accepteren)
  30. het tij keren (=een ontwikkeling stoppen. Bijvoorbeeld ten aanzien van het toenemen van zinloos geweld. Zie getij)
  31. een ijzer in het vuur hebben (=een plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld)
  32. te boek staan. (=een schuld hebben.)
  33. een kerel als Kas (=een stevig gebouwde kerel (ironisch bedoeld))
  34. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  35. een man in bonis (=een welgesteld man)
  36. Poolse landdag (=een wilde, ongeregelde bijeenkomst)
  37. op het veld van eer gevallen (=eervol gesneuveld)
  38. de smoor in hebben (=er een geweldige hekel aan hebben)
  39. er een puntje aan kunnen zuigen (=er een goed voorbeeld aan kunnen nemen)
  40. er niet aan kunnen tippen (=er een voorbeeld aan kunnen nemen)
  41. bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
  42. het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
  43. geen plaatje maken (=er niet geweldig uitzien)
  44. er debet aan zijn (=er schuldig aan zijn)
  45. er zouden geen achterklappers zijn waren er geen aanhoorders (=er wordt alleen geroddeld als er ook naar geluisterd wordt)
  46. het is broekzak-vestzak. (=er wordt betaald, maar het geld blijft bij dezelfde kliek)
  47. op iets dood blijven (=erg belust op iets zijn (bv geld; gierig))
  48. geen turf hoog zijn (=erg klein zijn, erg teleurgesteld zijn)
  49. er Spaans aan toe gaan (=erg wild en rumoerig aan toe gaan)
  50. ergens als kind in huis zijn (=ergens bekend of goed behandeld worden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen