104 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gg`
- iemand geen strobreed in de weg leggen (=niets doen om iemand tegen te houden of te belemmeren)
- iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
- iemand het vuur na aan de schenen leggen (=iemand onder druk zetten)
- iemand het zwijgen opleggen (=er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen)
- iemand in de luren leggen (=iemand bedriegen of misbruiken)
- iemand links laten liggen (=doen alsof iemand er niet is, niet bemoeien met iemand)
- iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
- iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
- iemand op de pijnbank leggen (=iemand het moeilijk maken en daarmee dwingen iets te doen)
- iets aan banden leggen (=ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden)
- iets links laten liggen (=ergens geen aandacht aan geven)
- iets na aan het hart hebben liggen (=er erg mee begaan zijn)
- iets niet tegen/aan dovemans oren zeggen (=iets wordt erg goed onthouden)
- iets op een procrustesbed leggen (=een regeling zo toepassen dat hij er voordeel van heeft)
- iets tussen neus en lippen zeggen (=zonder dat je het merkt in het geheel iets zeggen)
- iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
- in de as leggen (=(doen) afbranden)
- in de luren leggen (=beetnemen)
- in de watten leggen (=uitzonderlijk goed verzorgen)
- in een deuk liggen (=onbedaarlijk lachen)
- in hetzelfde gasthuis ziek liggen (=aan dezelfde kwaal lijden)
- in mei leggen alle vogels een ei (=weerspreuk: aanduiding dat in mei het broedseizoen begint)
- ja en amen zeggen (=kritiekloos instemmen)
- je boontjes op iets te week leggen (=stellig op iets rekenen)
- je hoofd in de schoot leggen (=het opgeven)
- je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen)
- je met de borst op iets toeleggen (=iets erg vlijtig beoefenen)
- je oor te luisteren leggen (=informeren)
- liggen de handen dan liggen de tanden (=wie niet werkt verdient niet genoeg om te eten)
- liggende maan, staande matrozen. (=als de maan op zijn kant staat komt er storm op zee)
- niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
- onder de groene zoden liggen (=begraven zijn)
- ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
- op alle slakken zout leggen (=op alle onbelangrijke dingen commentaar hebben)
- op apegapen liggen (=bijna dood of erg benauwd zijn)
- op de tong liggen (=zeggensklaar zijn)
- op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzichtig afwegen)
- op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
- op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
- op het procrustesbed leggen (=grofweg inkorten)
- op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
- over de knie leggen (=een pak slaag geven)
- overhoop liggen (=ruzie met elkaar hebben)
- ruggespraak houden (=eerst ergens over moeten overleggen)
- samen onder een deken liggen (=een gezamenlijk standpunt innemen)
- twee ruggen uit een varken willen snijden (=uit één ding dubbel het voordeel willen halen)
- van alle markten teruggekomen zijn (=nergens voor deugen)
- vlugge eters zijn vlugge werkers. (=wie snel kan eten, kan ook snel werken.)
- voor Pampus liggen (=dronken of bewusteloos zijn)
- waar de boom gevallen is, blijft hij liggen (=gedane zaken nemen geen keer)
132 betekenissen bevatten `gg`
- een brutaal mens heeft de halve wereld (=iemand die wat durft te zeggen krijgt het meestal wel voor elkaar)
- iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie geven)
- iemand zijn vet geven (=iemand flink de waarheid zeggen)
- iemand iets in het oor fluisteren (=iemand iets zachtjes zeggen, heimelijk laten weten)
- iemand geen vingerbreed in de weg leggen (=iemand niets in de weg leggen , absoluut niet hinderen)
- iemand ongesuikerd zeggen waar het op staat (=iemand ongegeneerd de waarheid zeggen)
- iemand de mond snoeren (=iemand verbieden iets te zeggen / tot zwijgen brengen)
- iemand het gat van de deur wijzen (=iemand zeggen dat die het pand moet verlaten of iemand wegsturen)
- iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
- met geen pen te beschrijven zijn (=iets niet met woorden kunnen zeggen)
- iets uit de doeken doen (=iets uitleggen)
- uit de school klappen (=iets vertellen wat men niet mag zeggen)
- de pil vergulden (=iets vervelends op zo vriendelijk mogelijke manier zeggen)
- iets van de hand doen (=iets weggeven of verkopen)
- iets zeggen om de kool (=iets zeggen voor de grap)
- haring bij de vleet (=in overvloed. (Een `vleet` is een groot net dat door de haringloggers werd/wordt gebruikt.))
- op stootgaren liggen (=klaarliggen om in actie te schieten)
- laten we elkaar geen mietje noemen (=laten we precies zeggen hoe we denken over de ander)
- zo de heer, zo de knecht (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
- zo de abt, zo de monniken (=medewerkers gedragen zich net zoals hun leidinggevende)
- je mond voorbij praten (=meer zeggen dan dat er gezegd mag worden en/of het verklappen van een geheim)
- op het hart drukken (=met de grootste nadruk zeggen)
- op het hart binden (=met de grootste nadruk zeggen)
- naar zijn woorden zoeken (=niet goed meer weten wat te zeggen)
- geen twee missen voor hetzelfde geld doen (=niet tweemaal hetzelfde zeggen of doen)
- op je post blijven (=niet weggaan)
- met de mond vol tanden staan (=niet weten wat je moet zeggen / ergens versteld van staan)
- een ei op hebben (=niets durven te zeggen)
- niets in de melk te brokken hebben (=niets te zeggen hebben)
- stommetje spelen (=niets willen zeggen)
- boe noch bah zeggen (=niets zeggen)
- geen mond open doen (=niets zeggen)
- ongesuikerd zeggen waar het op staat (=onverbloemd de waarheid zeggen)
- iemand ongezouten de waarheid zeggen (=onverbloemd de waarheid zeggen, eerlijk zeggen waar het op staat)
- van zijn stuk raken (=onzeker worden en niet meer weten wat te zeggen)
- het hart op de lippen hebben (=over zijn emoties durven praten - alles zeggen wat men denkt)
- met iemands woorden naar de markt gaan (=overal rondvertellen wat men elders horen zeggen heeft)
- de koppen bij elkaar steken (=overleggen)
- prijs de dag niet voor het avond is (=pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging)
- met stomheid geslagen (=plotseling geen woord meer kunnen zeggen)
- geen blad voor de mond nemen (=precies zeggen hoe er over iets gedacht wordt)
- zeggen wat je doet en doen wat je zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)
- botje bij botje leggen (=samen geld bijeen leggen om te betalen)
- korte afrekening maakt lange vriendschap (=snel terugbetalen (teruggeven) voorkomt ruzie)
- goed bij de tijd zijn (=snugger)
- er is een tijd van spreken en er is een tijd van zwijgen. (=soms is het beter om niets te zeggen)
- een ridder van het lui paard zijn (=steeds smoesjes verzinnen en de schuld buiten jezelf leggen)
- een muurbloempje zijn (=stil en teruggetrokken zijn)
- iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
- uit z`n rol vallen (=tijdens het spelen iets zeggen of doen wat niet bij de rol hoort)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen