Spreekwoorden met `eze`

Zoek


79 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `eze`

  1. jezelf op de borst slaan (=duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is)
  2. jezelf tegenkomen (=geconfronteerd worden met de gevolgen van je eigen acties.)
  3. kiezen of delen/kavelen (=maak uw keuze!)
  4. kroes haar kroeze zinnen (=iemand met gekruld haar is wispelturig)
  5. krom jezelf als je door de wereld wilt komen (=je moet er wat voor over hebben om iets te bereiken)
  6. kunnen lezen en schrijven (=al lange tijd goede diensten bewezen hebben)
  7. kwaad gezelschap doet dolen. (=vermijdt omgang met mensen die een negatieve invloed op je leven kunnen hebben)
  8. kwade gezelschappen bederven goede zeden. (=slechte eigenschappen overnemen van slechte vrienden)
  9. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  10. men heeft hem de hoorns opgezet (=iemand (vooral een bekende) heeft een relatie met zijn vrouw)
  11. met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
  12. met opgestoken/opgestreken/opgezet zeil naar iemand toe gaan (=boos naar iemand toe gaan of boos bij iemand binnen komen)
  13. moeten kiezen of delen (=een (vervelende) keus moeten maken)
  14. nieuwe bezems vegen schoon, maar oude bezems kennen alle hoeken en gaten (=nieuwe medewerkers (of: nieuwe leiders) pakken de zaken grondig aan, maar oude medewerkers (of: oude leiders) weten hoe het moet op grond van ervaring)
  15. onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
  16. op dezelfde golflengte zitten (=het grotendeels eens zijn)
  17. op dezelfde leest geschoeid zijn (=erg op elkaar lijken)
  18. op dezelfde voet voortzetten (=op dezelfde manier)
  19. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  20. tussen de regels door lezen (=de diepere betekenis van een tekst begrijpen)
  21. uit dezelfde klei gebakken zijn (=dezelfde afkomst hebben)
  22. uit het oog verliezen (=er niet meer aan denken)
  23. van de bok op de ezel gaan (=snel van onderwerp wisselen zonder rode draad)
  24. van de os op de ezel springen (=steeds van onderwerp veranderen)
  25. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
  26. vieze varkens worden niet vet (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen)
  27. voorkomen is beter dan genezen (=door voorzichtig te zijn kun je problemen en ongelukken voorkomen)
  28. vreemde zorgen doden de ezel. (=je kan dingen het beste zelf doen)
  29. wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil (=het is vruchteloos iemand te willen voorlichten als hij dat niet wil)

172 betekenissen bevatten `eze`

  1. over de koppen kunnen lopen (=gezegd als het erg druk is)
  2. je moet om de beurt ademhalen (=gezegd als het erg druk is)
  3. met de benen buiten hangen (=gezegd als het erg druk is)
  4. je kan er je kont niet keren (=gezegd als het erg druk is)
  5. als het varken zat is, gooit het de bak om. (=gezegd als iemand geen dankbaarheid toont)
  6. de deugd zit in het midden. (=gezegd als iemand tussenin zit)
  7. er wordt een erfenis verdeeld. (=gezegd als iets erg lang duurt)
  8. op één been kan je niet lopen. (=gezegd als je één drankje gehad hebt en meer wilt)
  9. dood gaan we allemaal. (=gezegd als je iets ongezonds doet)
  10. arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  11. achterom is kermis (=gezegd als voorlangs niet de voorkeur heeft)
  12. een nieuwe voordeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
  13. een goede gevel versiert het huis. (=gezegd over mensen met een grote neus)
  14. als de rechte Adam komt gaat Eva mee (=gezegd van `n meisje dat liever niet wil trouwen)
  15. beer op sokken (=gezegd van een dik, plomp persoon)
  16. het regent bakstenen (=gezegd van een hevige hagelbui)
  17. goed van de tongriem gesneden (=gezegd van een vlotte prater)
  18. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  19. iets in zijn holle kies kunnen stoppen (=gezegd van eten : het is de moeite niet, het is te weinig)
  20. zo komt het luie zweet eruit (=gezegd van iemand die hard werkt)
  21. het grondsop is voor de goddelozen (=gezegd van iemand die het laatste restje uitdrinkt)
  22. de maan komt al door de bomen/wolken (=gezegd van iemand die kaal begint te worden)
  23. een holle darm. (=gezegd van iemand die veel eet)
  24. een tong als een scheermes (=gezegd van iemand die venijnig uithaalt met woorden)
  25. alle goede dingen bestaan in drieën (=gezegd van iets waarvan men er twee heeft en een derde wil krijgen)
  26. in de kleinste potjes zit de beste pommade/zalf (=gezegd van uitzonderlijk kleine personen)
  27. goede waar prijst zichzelf (=goed materiaal moet niet aangeprezen worden)
  28. met een baksteen in de maag geboren worden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
  29. steen en been vriezen. (=heel hard vriezen (alles wordt zo hard als steen en botten))
  30. het oude liedje (=het al zo vaak gebeurde of gezegde)
  31. het is de toon die de muziek maakt (=het gaat om de manier waarop iets gezegd wordt)
  32. wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet (=het is beter om energie te steken in het verbeteren van jezelf, dan in het bekritiseren van anderen)
  33. het kainsmerk aan zijn voorhoofd dragen (=het is op zijn gezicht te lezen dat hij een schurk is)
  34. niets nieuws onder de zon (=het lijkt nieuwe informatie, maar is al eerder gezegd)
  35. het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
  36. het hoge woord is er uit (=het onaangename is gezegd)
  37. het harde woord moet eruit (=het onaangename moet gezegd worden)
  38. het zeil strijken (=het opgeven / flauw vallen / van iemand verliezen)
  39. het lot valt altijd op Jonas. (=het zijn altijd dezelfde personen die onheil meemaken.)
  40. er is geen huis met hem te houden (=hij is niet tevreden te stellen, je kan er geen land mee bezeilen)
  41. hij zeit wat (=honend gezegd van iemand die iets stoms zegt)
  42. tussen hoop en vrees dobberen (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  43. tussen hoop en vrees zweven (=hopen dat het goed gaat, maar tegelijkertijd vrezen dat het mis gaat)
  44. elke ketter heeft zijn letter (=ieder denkt dat de eigen mening bewezen kan worden)
  45. een jantje-secuur (=iemand die uiterst nauwgezet werkt)
  46. iemand op de kast jagen (=iemand zijn goede humeur doen verliezen door plagen)
  47. iemand uit het zadel lichten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
  48. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  49. je oren niet geloven (=iets wat gezegd wordt, niet kunnen geloven)
  50. goede wijn behoeft geen krans (=iets wat goed is hoeft niet geprezen worden)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen