Spreekwoorden met `dood`

Zoek


55 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `dood`

  1. trekken aan een dood paard. (=het is een onbegonnen zaak)
  2. veel honden zijn der hazen dood (=voor de overmacht moet men wel bezwijken)
  3. voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
  4. wie bang leeft, gaat ook bang dood (=je gaat zoals je geleefd hebt)
  5. zo dood als een pier (=geheel en al dood, als een aardworm die slap aan de hengel hangt)

50 dialectgezegden bevatten `dood`

  1. d' oh kregde' t scheit van (=dat is om je dood te ergeren) (Herentals)
  2. da' s doed gaan (=dat is dood gaan) (Antwerps)
  3. daaj hits ès maajn daud (=ik ga dood van die hitte) (Munsterbilzen - Minsters)
  4. dae és al e tijdsje bij Zjeezeke énde kos (=hij is al een tijdje dood) (Bilzers)
  5. dae ès allang zaolëgër (=hij is reeds lang dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  6. dae ès bekans noeë pieringëland (=hij is op sterven na dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  7. dae ès gelèkzaolëg (=hij is dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  8. dae ès noë pieringeland (=hij is dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  9. dae ès ook allang hiemële (=die is allang dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  10. dae ès piëtëre (=hij is dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  11. dae ès smërgës daud opgestoeën (=hij lag dood in bed) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. Dae is de piep óet (=Hij is dood) (Venloos)
  13. dae is met de peerikke aan 't kaarte (=iemand is dood en begraven) (Weerts)
  14. Dae kan de pierikke hure hooste (=Hij is dood) (Venloos)
  15. Dae neet staeltj of örftj, môt wêrke totte störftj (=een eerlijk mens moet werken tot zijn dood) (Weerts)
  16. dae wor mekan vannet matsje (=hij was bijna dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  17. dae zë kèèëskë geet stilaoën aut (=hij is op sterven na dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  18. Dao zitj versjil in e veugelke det zich doeëdflötj en e ein fluit diej zich doeëdvogeltj. (=Er zit verschil in een vogeltje dat zich dood fluit en een fluit die zich doodvogelt.) (Kinroois)
  19. Daor liggen de muzen dood veur de kaaste (=Geen kruimel brood in huis hebben) (Giethoorns)
  20. Daor liggen de muzen dood veur de kaaste (=Geen kruimel brood meer in huis) (Giethoorns)
  21. Dar bin ze zo aarm, daor liggen de muzen dood veur de kaaste (=geen kruimel brood meer in huis) (Giethoorns)
  22. das zjus pietsje den daud (=hij is zo bleek als de dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  23. dat sjol nie viël of hae wor morrie (=dat scheelde niet veel of hij was dood (mort)) (Munsterbilzen - Minsters)
  24. dat zel wel 'n zaachte dood hemm'm (=dat zaakje bloedt wel dood) (Westerkwartiers)
  25. daud goën geet vanzelf, alléén mér daste doë zoe stijf van wiës (=als je dood gaat, word je stijf) (Munsterbilzen - Minsters)
  26. de bèd baeter daud aste gee laeve mei hëbs (=er is leven na de dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  27. de bès pas ne goeje as te èn de grond stiks (=na je dood wordt er misschien wat goeds over je verteld) (Munsterbilzen - Minsters)
  28. de deugd van e vêrke is pas nao zienen doeëd te mêrke (=na je dood word je pas erkend) (Weerts)
  29. de dood of de gladiolen! (=alles of niets) (Amsterdams)
  30. de groeve baeje (=in de buurt van de overledene diens dood melden en tegelijkertijd geld vragen voor een buurtkroon) (Munsterbilzen - Minsters)
  31. de kleene kos zen koeter nimei oëpehaage (=de kleine was dood moe) (Munsterbilzen - Minsters)
  32. de man oet nog nen heiring waaj ter daud wos (=de man at nog een haring toen hij dood was) (Munsterbilzen - Minsters)
  33. de maus tich nauts autdoen vër dastë op stervë liks (=geef niets weg alvorens je zo goed als dood zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
  34. de moes nauts zën humme autdoen vërdaste sloëpe gees (=geef nooit alles weg voordat je dood zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
  35. de moes tich nie autdoen viër daste daud bès (=geef nooit alles weg voordat je dood zijt) (Munsterbilzen - Minsters)
  36. de moezen ligt dood veur de spinde (=het is er armoede troef) (Drents)
  37. de muize liggen dôôd vor de kast (=dit persoon is arm) (Bredaas)
  38. de muize liggen duud in eu ijskasse, der es nie veele te fritte (=de muizen liggen dood in uw ijskast (er ligt niet veel eetwaar in uw ijskast) ) (Gents)
  39. de musschje valle dôod van ut dak / Het is bloedjie hêet/ ik het het niet meer/ wat een pleurischjhitte/ tis zo warrem de lappe valle van me lijf (=de mussen vallen dood van het dak af) (Utrechts)
  40. De musse pleuren dood van 't dak (=het is warm) (Rotterdams)
  41. de muuz'n legg'n doar dood veur de broodtrom (=daar heerst verschrikkelijke armoe) (Westerkwartiers)
  42. dea of de gladioolen (=dood of de gladiolen) (fries)
  43. Dèè ès keploons hinne hiehë (=hij is dood en begraven (het oud kerkhof lag op de kapelanie in Genk)) (Genker)
  44. den / die is de piép uut (=die is dood) (Wells)
  45. dich bès te naogël aoën mën daudskis (=jij betekent voor mij een snelle dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  46. dich bès te naogel on mën daudskis (=je betekent nog eens mijn dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  47. dich bèste naogel on mën daudskis (=je betekent nog eens mijn dood) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. dich zits op zen lui petatte en ich zit haaj mèr te vrietele (=jij zit op je luie K terwijl ik me dood werk) (Munsterbilzen - Minsters)
  49. die hep een tuin op se buik (=als iemand dood is) (Rotterdams)
  50. die is kassiewijle (=die is dood) (Haarlems)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen