80 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `doen`
- iemand tekort doen (=iemand te weinig geven of begrijpen)
- iets de deur uit doen (=iets wegdoen)
- iets mannetje voor mannetje doen (=iets strikt volgens plan uitvoeren)
- iets uit de doeken doen (=iets uitleggen)
- iets van de hand doen (=iets weggeven of verkopen)
- iets voor de kat zijn viool doen (=iets voor niets doen)
- iets voor geen goud willen doen (=iets absoluut niet willen doen)
- iets voor Jan Joker doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
- iets voor Jan Lul doen (=moeite doen zonder enig resultaat of waardering)
- in goede doen (=in goede vorm)
- in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
- je naam eer aandoen (=naar behoren uitvoeren, precies doen wat men verwacht)
- je tegoed doen aan de vleespotten (=onterecht mee profiteren)
- je woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
- kallen is mallen maar doen is een ding (=je kan het beter doen dan er altijd maar over blijven praten)
- met man en macht iets doen (=iedereen werkt hard mee)
- moedoen voor Piet Snot (=zonder toegevoegde waarde en zonder erkenning deelnemen)
- nattevingerwerk zijn / Met de natte vinger doen (=onnauwkeurig, overhaast of zonder de geschikte methode of middelen uitgevoerd werk)
- om den brode doen (=alleen werken voor het geld en niet omdat het werk fijn/leuk is)
- op eigen houtje doen (=iets zelfstandig (eventueel op eigen initiatief) ondernemen)
- over iemand een boekje opendoen (=informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt)
- stel niet uit tot morgen wat je vandaag nog kunt doen. (=wacht niet, morgen kan te laat zijn)
- tegen wil en dank (doen/zijn) (=met tegenzin)
- tekortdoen (=niet goed verzorgen, niet genoeg geven)
- uit je doen zijn (=niet in je normale toestand zijn)
- veel stof doen opwaaien (=iets heeft grote invloed op wat er leeft bij mensen)
- voor geld kun je de duivel doen dansen (=met geld kun je alles gedaan krijgen)
- water bij de wijn doen (=compromissen zien te sluiten)
- willens en wetens iets doen (=met opzet)
- zeggen wat je doet en doen wat je zegt (=proactief communiceren en je houden aan toezeggingen)
283 betekenissen bevatten `doen`
- een beentje lichten (=doen struikelen (letterlijk of figuurlijk))
- met de wolven (in het bos) huilen (=doen wat de meerderheid doet)
- je woord gestand doen (=doen wat iemand beloofd heeft)
- woord houden (=doen wat iemand beloofd heeft)
- in het gevlij komen (=doen wat iemand graag ziet om in de gunst te komen)
- je uit de markt prijzen (=door eigen toedoen laten anderen diegene links liggen)
- een proefballonnetje oplaten (=door het doen van een uitspraak de mening van anderen peilen)
- door vragen wordt men wijs (=door het stellen van vragen kun je veel te weten komen en veel kennis opdoen)
- al doende leert men (=door iets vaak te doen, leert men hoe het moet.)
- volle krop, dolle kop. (=dronken mensen doen gekke dingen)
- het wiel opnieuw uitvinden (=dubbel werk doen)
- dwazen en gekken schrijven hun namen op deuren en hekken (=dwazen doen gekke dingen)
- gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen (=dwazen doen gekke dingen)
- een knorhaan pikken (=een dutje doen)
- een uiltje knappen (=een dutje doen (zogenaamd een vlinder vangen))
- tussen beurs en geweten geplaatst zijn (=een financieel goede - maar misdadige - zaak kunnen doen)
- de kip met gouden eieren slachten (=een iets met veel rendement wegdoen)
- het varkentje wassen (=een klusje wel even doen)
- een gat in de lucht slaan (=een onnozele handeling doen)
- de aardappelen afgieten (=een plasje doen door heren)
- een dooie boel. (=een saaie bedoening)
- er aan bekocht zijn (=een slechte koop doen)
- iets te berde brengen (=een voorstel doen; iets ter sprake brengen)
- vrouwenhanden en paardentanden staan nooit stil. (=een vrouw is altijd wel wat aan het doen)
- door de molen halen (=een zeer uitgebreide procedure doen ondergaan)
- verandering van spijs doet eten (=eens iets anders te doen doet de mens goed)
- het is als met de koeien van de Farao. (=er is geen goed aan te doen (De koeien van de Farao bleven mager))
- bij de vleet (=er is meer dan voldoende van (vleet was vroeger een groot visnet))
- er is geen kruid tegen gewassen (=er is niets aan te doen)
- met de sok op de kop gezet (=er onbewust door toedoen van anderen voor joker bijlopen)
- er geen houvast aan hebben (=er weinig mee kunnen doen)
- er zijn vele wegen die naar Rome leiden (=er zijn meerdere manieren om iets te doen)
- een heilig boontje zijn (=erg braaf doen, maar niet altijd braaf zijn)
- een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zich zo voordoen)
- op een zuinigje (=erg goedkoop - weinig moeite doend)
- iemand de voet kussen (=erg onderdanig naar iemand doen)
- iemand de hielen likken (=erg onderdanig of nederig tegen iemand doen)
- de wijsheid in pacht hebben (=erg verstandig zijn of althans doen alsof)
- titanenarbeid verrichten (=erg zwaar werk doen)
- hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
- de haren ten berge (doen) rijzen (=ergens erg van (doen) schrikken)
- er is geen zalf aan te strijken (=ergens niets aan kunnen doen of geen enkel zinvol advies mogelijk voor iemand)
- het voor de deuren van de hel weghalen. (=ergens veel moeite voor doen)
- in het verdomboekje staan (=geen goed meer kunnen doen)
- het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
- bij de pakken neerzitten (=geen oplossing meer zoeken, niet meer verder doen)
- in koelen bloede iets doen (=geheel kalm en rustig iets doen, alsof er niets aan de hand is)
- geen geluk zonder druk. (=gelukkig wordt je niet zonder er moeite voor te doen)
- mooi weer spelen (=genieten (meestal van andermans goed) / mooier voordoen dan het is)
- uit de verf komen (=goed bij anderen overkomen / zich doen opmerken)
50 dialectgezegden bevatten `doen`
- ‘N draai òp gàng gooie (=Een was doen) (Volendams)
- (oarige/grellige) toeren doen (=gekke dingen uithalen) (Heusdens)
- ' k Goa plietsepletse doen zan... (=Ik zal je kletsen geven hoor (tegen kinderen) ) (Avelgems)
- ' k zit hier niet om vlieg' n te vang' n (=als ik hier ben wil ik ook wat doen) (Westerkwartiers)
- ' k' n zie der mij gieën doen an (=dat is een onbegonnen werk (1° pers. enkv.) ) (Waregems)
- ' n baksie doen (=een kopje koffie drinken) (Sliedrechts)
- a devoeërn doen (=uw best doen) (Moorsel)
- a devoren doen (=je best doen, je inzetten voor iets) (Opwijks)
- A devueren doen (=Je best doen) (BAmbrugs)
- a devuëren doen (=je best doen) (Meers)
- a nie lotten doen (=niet met zich laten sollen) (Meers)
- a tieënn oojtkooësken (=je best doen) (Ninoofs)
- a tiene ooitkosje (=je uiterste best doen) (Dilbeeks)
- a tiene uitkosjen (=zijn best doen) (Hals)
- a trevvoere deun (=je best doen) (Dilbeeks)
- A va skipenaus gebaurn (=Je van domme laten, doen alsof je het niet begrijpt) (Liedekerks)
- a wièërn / wièërd'a (=je best doen / doe je best) (Kaprijks)
- a zal ém osten (=hij zal het niet doen) (Meers)
- a zal zè sjiejel ni aftrekken (=hij zal niet teveel doen) (Meers)
- a'j doot wa'j könt wat zeur iej dan nog (=je kunt niet meer doen dan je best, dus wat maak je je druk) (Twents)
- aa devoeëre doen (=je plicht doen) (Herentals)
- aa devoeëre doen (=je best doen) (Winksels)
- aa devoeëre doen (komt van het Franse devoir)anse (=je best doen op school) (Winksels)
- Aa devoere doen (=Uw best doen bij het werk) (leuvens)
- aa devuure doon (=uw best doen) (tervurens)
- aa tieëne oaëtkoisse (=je uiterste best doen) (Winksels)
- aalpt ier een beetsjen, ge geefd aunders gieen maalk (=Help hier een beetje, je hebt toch niets te doen) (Lokers)
- aan heur heb 'k gien boodschap (=met haar wil ik niets van doen hebben) (Westerkwartiers)
- aandere veur ut keerke spanne (=anderen het werk laten doen) (Mestreechs)
- aarng's aan met doen (=ergens aan deelnemen) (Westerkwartiers)
- achter 't gat iets doen (=in het geniep iets doen) (Sint-Niklaas)
- achter de kluud'n luup'n (=alles doen voor iemand) (Deinzes)
- Achter de kluud' n luub' n (=Iets doen voor iemand) (Hansbeeks)
- achter oens piese ze der putses mee (=na ons dood doen de kinderen ons geld op) (Gents)
- achternoarloûpen (=zich bemoeien met iets- moeite doen) (Sint-Niklaas)
- ae ken twieë stieën'n doen vechten (=hij is er goed in mensen tegen elkaar op te zetten) (Wichels)
- ai jt brie- ed eit kai it brie -ed litn angen (=groot doen) (Zeeuws)
- ai kraigt et in zaain botte (=hij begint vervelend te doen) (Leefdaals)
- Aj een ezel dans'n wilt leern, he'j wal ne glönige plate nörig (=Je moet nog wel heel wat doen om dat voor elkaar te krijgen) (Twents)
- Akebake doen (=Tikkertje spelen) (Derps)
- al kaks doen (=iets zogezegd spontaan doen) (Sint-Niklaas)
- al kaks doen, al slinks doen (=iets onopgemerkts doen) (Sint-Niklaas)
- alierblouëre (=vèr in stauverèi te doen) (Dendermonds)
- alle moeite van de werd doen (=alle mogelijke inspanningen doen) (Munsterbilzen - Minsters)
- alle zeil'n biezett'n (=doen zoveel als je kunt) (Westerkwartiers)
- Alles noavenant, as boter op de vloajka-nt (=Zeer royaal doen) (Zurriks)
- alles op aore en snaore zette (=alles doen om te bewerkstelligen) (Oudenbosch)
- alles op hoar'n en snoar'n zett'n (=al het mogelijke doen) (Westerkwartiers)
- an-ewarkt ween (=klaar met werk / niks meer te doen) (Sallands)
- angs en naud doen zelfs een aad pieëd nog lope (=als het echt moet kan iedereen nog wat meer) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen