113 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `aan de`
- als de dagen lengen, gaan de nachten strengen (=het koudste deel van de winter valt na de kortste dag)
- als de nood aan de man komt (=als het ernstig wordt)
- als het schip lek is, gaan de ratten van boord. (=als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek)
- als zwijnen aan de bak gaan (=zonder te bidden gaan eten.)
- boter aan de galg smeren (=tevergeefse moeite doen, iets zal niet helpen)
- botertje aan de boom zijn / het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen)
- dat mag met een krijtje aan de balk (=dat is een ongewone gebeurtenis)
- dat raak je aan de straatstenen niet kwijt (=dat is niet te verkopen)
- dat zet geen zoden aan de dijk (=dat is geen bijdrage van serieuze betekenis)
- de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
- de bijl ligt al aan de wortel (=de straf zal spoedig volgen)
- de fiets aan de haak hangen (=stoppen met wielrennen)
- de hand aan de ploeg slaan (=flink aan het werk gaan)
- de harp aan de wilgen hangen (=de bezigheden stopzetten)
- de kap aan de haag hangen (=het voor gezien houden)
- de lier aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten)
- de mis aan de muur plakken (=niet naar de mis gaan (verzuimen))
- de tol aan de natuur betalen (=dood gaan)
- de vinger aan de pols houden (=in de gaten houden of alles goed gaat)
- een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen (=men maakt geen twee keer dezelfde fout)
- er is geen vuiltje aan de lucht (=er is niets aan de hand)
- er is klei aan de kloet/knikker (=er is iets mis)
- er is tuk aan de hengel (=hij heeft beet (krijgt zijn zin))
- geen aarde aan de dijk zetten (=niet helpen)
- geen been aan de grond krijgen (=voorstel werd niet aangenomen)
- geen haar op mijn hoofd die er aan denkt (=ik wil hiermee niet akkoord gaan)
- geen kou aan de lucht (=geen gevaar)
- geen poot aan de grond kunnen krijgen (=geen schijn van kans blijken te hebben)
- geen wolkje aan de lucht (=niets aan de hand - alles is prima in orde)
- geen zoden aan de dijk brengen/zetten (=niets bijdragen tot)
- haring in het land, dokter aan de kant (=haring eten is zeer gezond; haring is zelfs één van de beste vissen voor je gezondheid)
- het aan de stok hebben (=ruzie hebben)
- het is boter aan de galg gesmeerd (=het is zinloos, het kan niet helpen)
- het ligt aan de schaatsen en nooit aan de man. (=men geeft het gereedschap eerder de schuld dan zichzelf)
- het met iemand aan de stok hebben/krijgen (=ruzie met elkaar hebben/krijgen)
- het vijfde rad/wiel aan de wagen (=totaal overbodig, ongewenst)
- het zijn niet de slechtste vruchten waaraan de wespen knagen (=over goede mensen worden vaak onaardige dingen verteld)
- hij geeft niet om wiens huis in brand staat, als hij zich maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
- iemand aan de dijk zetten (=iemand ontslaan)
- iemand aan de tand voelen (=op strenge manier ondervragen)
- iemand het vuur na aan de schenen leggen (=iemand onder druk zetten)
- iemand iets aan de hand doen (=iemand een suggestie geven)
- iemand iets aan de neus hangen (=iemand iets vertellen wat die beter niet kan weten)
- iets aan de grote klok hangen (=iets algemeen kenbaar maken)
- iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
- iets aan de klokreep hangen (=iets algemeen bekend maken)
- iets aan de knikker zijn (=iets niet in orde of aan de hand zijn)
- iets aan de man brengen (=iets verkopen)
- ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
- je gat aan de poort vegen (=zich nergens zorgen om maken)
50 dialectgezegden bevatten `aan de`
- d'r is stront an 'e knikker (=er is wat aan de hand) (Westerkwartiers)
- d' Endeklokke luit (=Er is iemand gestorven (te horen aan de klok op de kerk) ) (Avelgems)
- Da is nieks genodderd (=Dat brengt geen aarde aan de dijk) (Bevers)
- da snaajt geen hoot (=dat verhelpt niets aan de situatie) (Munsterbilzen - Minsters)
- da's bodder aan de galg smeerd (=dat heeft totaal geen enkele zin) (Westerkwartiers)
- da's boter aan de galg gesmeerd / baoter an de galleg gesmeërd (=Zinloos, niet doen, zonde energie, vergeefse moeite) (Utrechts)
- dae ès aut de hël gekroeëpe terwaajl den dievel sloeëp (=die is aan de duivel ontsnapt, een duiveldjong) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae haet wat aan de veut (=iemand met veel geld en bezit) (Venloos)
- dae heet aan de krînte gezaete (=iemand met uitslag in het gezicht) (Weerts)
- das jeulemaol dur Den Bos (s) eene (=dat is aan de andere kant van Oudenbosch) (Oudenbosch)
- das mich ammël get, zaag oos Bet, en zo hô twei jing aoën één T.t (=nu heb ik wat aan de hand, zei Bet, nu hangen er 2 kinderen aan 1 T.t) (Munsterbilzen - Minsters)
- das niks gekot (=breng brengt geen enkele zode aan de dijk) (Munsterbilzen - Minsters)
- das sjaering en ènslaog (=dat is aan de lopende band hetzelfde liedje) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dat is ol gin avaanse (=Dat zet geen zoden aan de dijk) (Veurns)
- Dat is ónger de vuit oet (=Dat is aan de kant) (Sittards)
- dat komt meddertied wel an bod (=dat komt later wel aan de orde) (Westerkwartiers)
- dat snit gien holt (=dat zet geen zoden aan de dijk) (Westerkwartiers)
- De baby's aan de kontjes binden en in de wieg schoppen (=De babyroosjes in bosjes doen en in de mand doen) (Boskoops)
- De Franse staon aan de grens (=Ongesteld zijn) (Steins)
- de goe goan en de slechte blijvn (=zoals de klompen aan de deur) (Knesselaars)
- Dè het nog gein nagel om aan de vot te kratse (=hij is straatarm) (Susters)
- de iene boer vroagt an den nare boer, wei giet het be oer pjerd me pjerd da giet nie da lupt, en wei lupt oer pjerd oh het giet (=de ene boer vraagt aan de andere boer hoe gaat met Uw paard de boer antwoord mijn paard gaat niet, dat loopt, en hoe loopt Uw paard oh het gaat) (Heusdens)
- De koanjel hink oan de corniche (=de afvoer hangt aan de dakgoot) (Tongers)
- de loupbóks aan hebbe (=aan de diarree zijn) (Weerts)
- De mismood is häör aan 't lief, aan de pens. (=Zij is mismoedig.) (Roermonds)
- De motrice van de nonantdeuj es gederailleit op den aiguillage van den avenulouees (=De motorwagen van tram 92 is ontspoord op de wissel aan de Louizalaan) (Brussels)
- de stroutn afdwoële me iet / leurn (=rondgaan in de straten om iets aan de man te brengen) (Moorsel)
- de viëgel ston viërdeg vër aut te vliege (=hare docolleté laat niets aan de verbeelding over) (Munsterbilzen - Minsters)
- de waereldj is wie ein hoonderkoeëj: die van baove zitte besjiete altied die óngeraan zitte (=mensen aan de top van de hiërarchie kijken neer op degenen onder hen) (Heitsers)
- de wal keert 't schip (=er komt vanzelf een einde aan de malaise) (Westerkwartiers)
- Dei jòng ligk aan de achtersjte mem (=Die jongen wordt benadeeld) (Amies)
- den hòrt op (=op stap gaan, aan de zwier gaan) (Tilburgs)
- Der is niks aon de zeis (=Er is niets aan de hand) (Lopiks)
- dich hëbs genen tëlëfao naudig! (=je spreekt te luid aan de telefoon!) (Munsterbilzen - Minsters)
- doeë kump de mizieërë aoën de dieër aut (=daar komt de ellende je tegen aan de deur) (Munsterbilzen - Minsters)
- Drie vingers, pink en doim! (=Wat is er aan de hand?) (Zaans)
- dür de bot vènsem trëg on de sjinkbank (=doorgaans vind je hem terug aan de toog) (Munsterbilzen - Minsters)
- eder huuske haet zien kruuske (=Bij ieder huishouden is wel wat aan de hand.) (Steins)
- Eemes flink aan de kleijer gaon. (=Iemand flink de mantel uitvegen.) (Roermonds)
- een pan' ieët woadre opzedn (=water aan de kook brengen) (Kaprijks)
- een waffël op ze gezich krijge (=een slag aan de kop krijgen) (Munsterbilzen - Minsters)
- één wat aan de haand doen (=iemand een goede tip geven) (Westerkwartiers)
- Een waterkieken, of een watergeest (=Inwoner van een dorp aan de overkant van de Schelde) (Antwerps)
- ei es uit de koan (=hij is aan de beterhand) (Moes)
- Ei'j sket ledder over waang (=Hij is ernstig aan de diarree) (Kampers)
- Ein vrouw diej wiltj aafvalle mót mètdoon aan miss-verkezinge. Den heet ze kans det ze al es ieëste aafviltj! (=Een vrouw die wil afvallen moet meedoen aan de miss-verkiezingen. Dan heeft ze kans dat ze reeds als eerste afvalt!) (Kinroois)
- Emes aan de baom gaon. (=Iemand in het ootje nemen.) (Gelaens (Geleens))
- emus an ziên engd brengen (=iemand verzorgen tot aan de dood) (Sevenums)
- en as ’t neet is aeve gooi vrinj (=ook als we het niet eens worden, is er niets aan de hand) (Heitsers)
- er angen prekels on de vengsters (=er hangt ijs, buiten aan de ramen) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen