78 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `WOR`
- men WORdt wel door een mestkar maar niet door een rijtuig overreden (=goed opgevoede mensen beledigen anderen minder)
- met alle zonden van Israël beladen WORden (=voor alles de schuld krijgen)
- met de maat waarmee gij meet, zal u weder gemeten WORden (=op de manier zoals je een ander behandelt zal je ook zelf behandeld worden)
- met een baksteen in de maag geboren WORden (=graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is)
- met een metWORst naar een zij spek gooien (=iets weinig waardevols opofferen om iets waardevols terug te krijgen)
- met passen en met meten WORdt de meeste tijd versleten (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak)
- met tak en WORtel uitroeien (=geheel uitroeien)
- met WORtel en tak uitroeien (=iets volledig bestrijden om er geen last meer van te hebben)
- neem je hoed niet af voordat je gegroet WORdt (=men moet een ander nooit in de rede vallen)
- of je WORst lust! (=antwoord als iemand `Wat?!` zegt)
- of men van de kat of de kater gebeten WORdt (=het maakt geen verschil)
- ongegund brood WORdt veel gegeten. (=vaak kan men het niet verdragen dat het een ander beter gaat.)
- ook de ceders van Libanon WORden afgehouwen (=ook heilige dingen vergaan)
- ridder te voet geWORden zijn (=rijkdom is verdwenen)
- schreeuwen of men levend gevild WORdt (=heel hard schreeuwen)
- slapende rijk WORden (=veel geld verdienen zonder er iets voor te moeten doen)
- snotterige veulens WORden de gladste paarden. (=kwajongens die nergens voor lijken te deugen, worden vaak flinke mannen)
- van je á propos gebracht WORden (=in de war gebracht worden)
- van koper blijf je proper en van ijzer WORd je niks wijzer (=koper is veel waard, ijzer niet)
- vieze varkens WORden niet vet (=wie overal vies van is, zal niet veel te eten krijgen)
- waar geen aardappelen gepoot WORden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
- waar gehakt WORdt, vallen spaanders (=waar werk verricht wordt, worden ook wel wat fouten gemaakt)
- wat Jantje is zal Jan WORden. (=wel ouder worden maar dezelfde streken houden)
- wie met pek omgaat, WORdt ermee besmet (=wie met slechte mensen omgaat neemt de gewoontes van die mensen over)
- wie olie meet WORdt er vet van (=in slecht gezelschap wordt men slecht)
- wie voor een dubbeltje geboren is, WORdt nooit een kwartje (=je kunt nooit boven de stand komen waarin je geboren bent. Arm geboren, zal wel arm blijven)
- WORtelen doet `t gat bortelen. (=het eten van wortelen bevordert de stoelgang.)
- zo rood WORden als een kalkoense haan (=bloedrood worden (van schaamte))
305 betekenissen bevatten `WOR`
- kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, WORden genegeerd)
- men heeft daar latten op het dak (=daar WORdt afgeluisterd)
- daar zal wat zwaaien (=daar zal een hartig woordje gesproken WORden)
- die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken WORden)
- dat staat op de agenda (=dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken WORden)
- dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan WORden)
- dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, WORdt het niet meer geaccepteerd)
- iets op je lever hebben (=dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je heel erg dwars zit en dat gezegd moet WORden)
- dát doet de deur dicht (=dat WORdt niet geaccepteerd)
- de natuur is sterker dan de leer (=datgene wat aangeleerd is WORdt gauw vergeten)
- door het kluisgat aan boord komen (=de lagere rangen doorlopen alvorens bevelhebber te WORden)
- de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer WORden van overmacht.)
- in de lift zitten (=de situatie waarin het zit WORdt beter)
- de dans om het gouden kalf (=de strijd om rijk te WORden)
- als de ene hand de andere wast worden ze beide schoon (=de taak WORdt gemakkelijk als je elkaar helpt)
- mundus vult decipi (=de wereld wil bedrogen WORden)
- de leer veroordelen maar de leraar sparen (=de WORtel van het probleem niet aanpakken)
- je beslag krijgen (=definitief ten einde lopen , beslist WORden)
- dat zaakje zal wel doodbloeden (=die kwestie zal geleidelijk aan wel WORden vergeten)
- die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat WORden)
- je kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan WORden als er een reële kans toe is)
- thuis is in je schuur (=dit WORdt gezegd als je weinig thuis bent)
- Oost-Indisch doof zijn (=doen alsof er niets gehoord WORdt)
- genadebrood eten (=door anderen onderhouden WORden)
- je trekken thuis krijgen (=door anderen op dezelfde manier behandeld WORden als je hun behandelde (bv met een streek))
- goed gereedschap is het halve werk (=door de juiste hulpmiddelen te gebruiken WORdt het karwei snel geklaard)
- er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er WORdt bedoeld)
- in goede aarde vallen (=door de ontvanger goed ontvangen WORden)
- tijd heelt alle wonden (=door het verloop van tijd WORden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
- tijd slijt (=door het verloop van tijd WORden herinneringen zwakker en de erge dingen minder erg)
- de nekslag geven (=door iets WORdt de situatie een te groot probleem waardoor men het niet meer aan kan)
- de gestage drup holt de steen (uit) (=door vol te houden WORdt uiteindelijk wel het doel bereikt)
- door de mand vallen (=doorzien WORden)
- een stuk in je kraag drinken (=dronken WORden)
- met een rode letter aangetekend staan (=duidelijk vermeld , zodanig dat het zeker niet vergeten WORdt)
- onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden WORdt)
- een verborgen agenda hebben (=een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden WORdt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband)
- goed bloed kan niet liegen (=een edele afkomst WORdt altijd opgemerkt)
- een vogel voor de kat (=een hulpeloos slachtoffer, dat niet meer gered kan WORden)
- van praat komt praat (=een nieuwtje WORdt snel verder verteld)
- een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag WORden afgeweken)
- zo rood als een kreeft (=een rode kleur hebben. (kreeft WORdt knalrood tijdens het koken))
- een hazenslaapje (=een slaap, die zo licht is, dat men bij `t minste geluid wakker WORdt)
- ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag WORdt vaak gevolgd door nog meer problemen)
- ten hemel schreiend (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten WORden)
- een broodje aap (=een verzonnen verhaal dat als waarheid WORdt verspreid.)
- de kost gaat voor de baat uit (=eerst moeten er kosten WORden gemaakt alvorens men er iets aan verdienen kan)
- op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen WORden)
- op de wip zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen WORden)
- op de wipstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen WORden)
50 dialectgezegden bevatten `WOR`
- hae goeng zoe heisteg ter van dür, ziëker omdat ter gepressiërd WOR (=hij was er plots vandoor, hij was zeker gehaast) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR den hoek um (=de loodgieter legde 't loodje) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR èn de ziëveste hiemel (=de cipier vond de sleutels naar het geluk) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR foetsjie (=de goochelaar toverde zichzelf weg) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR knots autgeboerd (=hij heeft het moeten opgeven) (Bilzers)
- hae WOR krimineiletig zaot (=hij was straalbezopen) (Bilzers)
- hae WOR opte slaog ribbedebie (=hij trok er snel vanonder) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR ter nie goed van (=de cardioloog was er het hart van in toen zijn patiënt stierf) (Munsterbilzen - Minsters)
- hae WOR ter van onder (=de glazenwasser poetste de plaat) (Munsterbilzen - Minsters)
- het WOR nen echte commediant (=de acteur speelde cinema) (Munsterbilzen - Minsters)
- hij wies nie WOR z'n gewèr waar (=hij was zijn geweer kwijt) (Tilburgs)
- ich kriëg taajing datter wir WOR blijve plekke (=ik kreeg bericht dat hij weer op café was blijven hangen) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich WOR al wakker vërdat ich opstond (=ik was al heel vroeg wakker) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich WOR bekans(mëkan) Piëtëre (=ik was bijna dood (bij sint pieter)) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich WOR dich, en dich WORs mich.Ich bén men eege nimei. (=met iedere vriend die we verliezen, verliezen we een stuk van onszelf) (Bilzers)
- ich WOR heil bauten ojem van piere altrëwaose (=ik was bekaf van pure ontzetting) (Munsterbilzen - Minsters)
- ich WOR on haan en viet geklausterd (=ik kon niet anders, ik was machteloos) (Bilzers)
- ich zoo toch mér ë tauntsjë leigër zinge, as ich tich WOR (=ik zou me toch wat inhouden, als ik in je plaats was) (Munsterbilzen - Minsters)
- ie WOR in de beuter ebakkn (=hij WORdt verwend) (Zeeuws)
- ik WOR (=ik WORd) (Lunters)
- Ik WOR sjiebekes (=Ik WORd er gek van) (Brabants)
- in lee WOR da den nond zen broek afdee (=in lede waar den hond zijn broek af deed) (Leeds)
- iuëre rok WOR te kort (=zwanger zijn) (Kaprijks)
- Jezus zaach tot zën dissiepëlë : 'wae gene fits hèt, moet mèr tevoet aoftriepële. Petrus WOR heilegans nie bang en kroep bij Jezus opte stang ! (=een goede leerling neemt elke kans te baat) (Munsterbilzen - Minsters)
- jie WOR (=jij WORdt) (Lunters)
- joeng, da WOR mich e sjaun miëbel (=de antiquair deed een verjongingskuur) (Munsterbilzen - Minsters)
- kéer mor wérre va WOR da ge komt (=maak dat je weg bent) (Oudenhoofs)
- kzèn dur WOR (=Ik ben er hoor) (`t-Heikes)
- Maor as gij ut zeet, dan geleuf ik oe gère WOR (=Als jij het zegt, geloof ik je graag) (Bosch)
- mee passe en mete WOR veul tijd verslete (=dat is een tijdrovend werk) (Oudenbosch)
- mèt ne stêk bau een versjet WOR op vastgebonne, stoepde vër de vèsse èn de biëk (=we spitsten de vissen uit de beek op een vork die vastgemaakt was op een lange stok) (Munsterbilzen - Minsters)
- nen echte kammeraod és iemes dae dich onder ze laeve vertëlle WOR aander autbemmele noë zene daud (=goede vrienden hebben geen geheimen voor mekaar) (Bilzers)
- no WOR eddet (=waar ge je heen) (Antwerps)
- oast jokt moete schartn / tStae gheschrévn èn gedrukt da de moet schartn WOR dat jukt. (=als het jeukt moet je krabben) (oudenaards)
- oja mi gistrn heurt, WOR k vandoge u moarte (=ik doe niet alles wat je vraagt...) (Kortrijks)
- omdatter sneppeke WOR ho (ch) ter altijd viël nauten op zene zang (=omdat hij haantje de voorste was, had hij altijd veel komplimenten) (Munsterbilzen - Minsters)
- omdattet gee waer WOR vërnen hond dër te jaoge, stuurdeter zen kat (=oor weersomstandigheden kwam hij niet opdagen) (Bilzers)
- schiet noe es een bitje op, mn bloed WOR kerremelk (=opschieten) (Zeeuws)
- tot de pruimetijd WOR (=tot ziens) (Kerkdriels)
- tstae geschrévn èñ gedrœkt datte moet schartn WOR dat jœkt (=krabben) (oudenaards)
- ut is ok gekkewerk ok WOR (=daar is geen beginnen aan!) (Kerkdriels)
- van fèène rèège èn fèèn mêense wòr de ut miste nat. (=door fijne regen en fijne mensen WORd je het meest bedonderd) (Tilburgs)
- verdoeme, daaj WOR kot van stof (=ze was nogal kortaf, verdorie!) (Munsterbilzen - Minsters)
- Vruger konde precies dùije WOR iemes vandàn kwam. Dè gi host niemir. (=Vroeger kon je exact duiden waar iemand vandaan kwam. Dat lukt bijna niet meer.) (Valkenswaards)
- waaj pa bij os ma WOR èngëbroeëke, heb ich nieëgë moen èn de bak gezaetë (=toen onze pa onze mama heeft gepakt, was ik de klus) (Munsterbilzen - Minsters)
- WOR blèft d'n tijd (=Waar blijft de tijd) (Valkenswaards)
- WOR da te keuning tevoete gae. (=WC) (oudenaards)
- WOR ge èiges nie komt, WORre ow de vuut nie gewasse (=Waar je er zelf niet komt doen ze niets voor je.) (Genneps)
- WOR is dat eblon (=waar is dat gebleven) (Veurns)
- WOR ist nô koers (=waar loop je nu naar toe?) (Sint-Niklaas)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen