107 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `Ich`
- het oog ziet altijd van zIch af (=de eigen fouten ziet men niet, maar andermans fouten altijd wel)
- hij geeft niet om wiens huis in brand staat, als hij zIch maar aan de gloed kan warmen (=overal voordeel uit halen, ongeacht gevolgen voor anderen)
- hou je gezIcht (=zwijg!)
- ieder is zIchzelf het naast (=iedereen kiest in het slechtste geval voor zichzelf)
- ieder voor zIch en God voor ons allen (=niemand helpt elkaar)
- iemand de beurs lIchten (=van iemand geld stelen/afhandig maken)
- iemand de voet lIchten (=iemand op gemene manier de baan afnemen)
- iemand het lIcht in de ogen niet gunnen (=iemand absoluut niet kunnen verdragen)
- iemand pootje lIchten (=iemand doen struikelen)
- iemand tegen zIch in het harnas jagen (=iemand door eigen toedoen boos maken)
- iemand uit bed lIchten (=iemand `s nachts laten opstaan)
- iemand uit het zadel lIchten (=iemand zijn positie doen verliezen, iemand ontslaan)
- iemands doopceel lIchten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
- iemands lIcht betimmeren (=in de weg staan - het licht benemen)
- iets aan het lIcht brengen (=iets bekend maken wat verborgen is)
- iets over zIch hebben (=een bepaalde indruk geven)
- iets voor het voetlIcht brengen (=iets onder de aandacht brengen)
- in het lIcht geven (=uitgeven - publiceren)
- in het zIcht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
- je anker kappen/lIchten (=er met spoed vandoor gaan)
- je gezIcht verliezen (=zijn eer verliezen)
- je handen dIchtknijpen (=erg veel geluk hebben)
- je lIcht ergens op laten schijnen (=iets duidelijk maken)
- je lIcht niet onder de korenmaat zetten (=meespreken, je mening geven en laten merken dat je er iets van weet)
- je volle gewIcht in de strijd werpen (=zich er volledig voor inzetten)
- ketters wonen het dIchtst bij de paus (=de beste vrienden van een machtig man zijn vaak zijn grootste vijanden)
- kort en goed valt lIcht en zoet. (=pak dingen snel op en doe het goed)
- menen ligt dIcht bij Kortrijk (maar verre van Waregem) (=iets menen is niet genoeg; je moet er zeker van zijn.)
- nu komt er lIcht in de duisternis (=nu komt er een oplossing)
- onder zIch hebben (=baas zijn over)
- op oud ijs vriest het lIcht (=een oude kwaal komt gemakkelijk weer boven)
- platvis eet je met de ramen open en rondvis met de ramen dIcht (=m.a.w. platvis is een zomervis en rondvis is in de winter op z`n best)
- poppetje gezien kastje dIcht (=we laten het even zien, maar daarna is het voorbij)
- titanenarbeid verrIchten (=erg zwaar werk doen)
- uit het zadel lIchten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
- uit het zIcht, uit het hart (=wanneer iets niet meer zichtbaar is, wordt het vaak vergeten.)
- uit iemands aangezIcht gesneden zijn (=sterk op iemand lijken)
- van zIch afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen)
- vele handen maken lIcht werk (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
- voor de drang der omstandigheden zwIchten (=zich naar de omstandigheden schikken)
- voor het voetlIcht (=in de aandacht)
- voorzIchtigheid is de moeder der wijsheid (=doe het voorzichtig, dan komt er geen schade)
- voorzIchtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzichtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- wat de een niet lust, daar eet een ander zIch dik aan. (=smaken verschillen.)
- wie het dIchtst bij het vuur zit, warmt zIch het meest (=als je ergens nauw bij betrokken bent, geniet je het meeste voordeel ervan)
- wie zIch aan een ander spiegelt spiegelt zIch zacht (=wie uit het ongeluk van anderen lering trekt, zal minder ongeluk hebben)
- wie zIch voor hond verhuurt, moet de botten kluiven (=wie zich onderdanig gedraagt, wordt als knecht behandeld)
- wie zIchzelf bewaart, bewaart geen rotte appel (=je moet voorzichtig omgaan met jezelf, want het is niet vervangbaar)
- wie zijn naasten te schande maakt, onteert zIchzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken)
- wie zijn neus schendt schendt zijn aangezIcht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden)
329 betekenissen bevatten `Ich`
- voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast (=door voorzIchtig te zijn, gaan tere zaken langer mee)
- de ochtendstond/morgenstond heeft goud in de mond (=door vroeg te beginnen kan men meer werk verrIchten)
- alleen een piepend wiel krijgt olie (=door zIch opvallend te gedragen bekomt men aandacht)
- iets/iemand in de gaten hebben/krijgen (=doorkrijgen hoe dingen in elkaar steken of zIcht houden op de situatie)
- zoet gedronken, zuur betaald. (=drankmisbruik kan veel schade aanrIchten)
- boeren en varkens worden knorrend vet (=een boer die klaagt heeft daar wellIcht geen reden toe)
- een Uriasbrief (=een brief waarin een verschrikkelijk berIcht staat)
- een hoofd als een boei krijgen (=een erg rode kleur krijgen in het gezIcht, erg blozen)
- op je Pegasus stijgen (=een gedIcht schrijven)
- een wolf in de schaapskooi. (=een gevaarlijk iemand die zIch als onschuldig voordoet)
- een wolf in schaapskleren (=een gevaarlijk iemand die zIch als onschuldig voordoet)
- het juiste midden vinden (=een goed evenwIcht vinden tussen twee tegengestelde aanpakken. Bijvoorbeeld, als het er om gaat hoeveel bevoegdheden de politie moet hebben om de rechtsstaat te handhaven)
- een bok schieten (=een grote fout begaan of zIch lelijk vergissen)
- als de vos de passie preekt boer pas op je ganzen (=een huIchelaar is niet te vertrouwen)
- een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezIcht)
- de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lIchamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
- één uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit (=één moment van onvoorzIchtigheid kan verschrikkelijke gevolgen hebben)
- de bui zien hangen (=een ongunstige situatie aanvoelen voordat deze zIch daadwerkelijk voordoet)
- een vette gans bedruipt zichzelf (=een rijk iemand kan zIchzelf redden)
- een hazenslaapje (=een slaap, die zo lIcht is, dat men bij `t minste geluid wakker wordt)
- er is altijd wel ergens een vogel die zingt (=er is altijd wel een lIchtpuntje als je maar goed je oren en ogen open zet)
- er schuilt iets achter (=er is meer aan de hand dan op het eerste gezIcht lijkt.)
- er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplIcht zijn)
- er een balletje over opgooien (=er voorzIchtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
- geen boodschap aan iets hebben (=er zIch niets van aantrekken)
- de schouders ophalen (=er zIch niets van aantrekken - er niets over willen weten)
- daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezIcht zou denken)
- een brave Hendrik zijn (=erg braaf zijn of zIch zo voordoen)
- uit de hengstebron gedronken hebben (=erg veel gedIchten schrijven)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzIchtig zijn)
- iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zIch hiermee bezig kan houden)
- een vreemdeling in Jeruzalem zijn (=ergens niet bekend zijn met de gang van zaken of zIch ergens niet thuis voelen)
- dat raakt mijn koude kleren niet (=ergens niets mee te maken hebben en zIch niet voor interesseren)
- er zijn tenten opslaan (=ergens verblijven, zIch ergens vestigen)
- een oude vogel is niet licht te vangen. (=ervaren mensen laten zIch niet makkelijk foppen.)
- iets aan banden leggen (=ervoor zorgen dat iets zIch niet verder kan uitbreiden)
- aan de ene voet een schoen, de ander blootvoets (=evenwIcht is voornaamst)
- de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzIchtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
- kind noch kraai hebben (=geen nazaten of andere familieleden hebben, alleen rekening moeten houden met zIchzelf)
- zo glad als een aal (=geslepen, uitgekookt, iemand die zIch overal uitpraat)
- wat goed eet, schijt goed. (=gezond eten laat het lIchaam goed functioneren.)
- uit de verf komen (=goed bij anderen overkomen / zIch doen opmerken)
- zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzIchtig, dan mislukt het niet)
- op je dooie gemak (=heel rustig, zonder zIch te haasten)
- op een goudschaaltje leggen/wegen (=heel voorzIchtig afwegen)
- zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zIch laten horen)
- aan zijn neus hangen (=hem inlIchten)
- als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt (=het heeft geen zin zIch na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond (=het heeft geen zin zIch na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`))
- beter hard geblazen dan de mond gebrand (=het is beter dat men zIch inspant dan dat er door slordigheid of luiheid iets fout gaat)
50 dialectgezegden bevatten `Ich`
- da stièk Ich in mennen holen tand (=weinig eten hebben) (Heusdens)
- daaj hëb Ich opgeloje (=dieheb ik wat wijs gemaakt) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hërre peloes zoo Ich ès wille aofraaje (=met haar zou ik eens tractor willen rijden) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj hüb Ich ès gauw de mond gestop (=de diëtiste was het topje van de cake) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj höb Ich alle hiek van de kaomer lotte zien (=die heb ik eens goed tussengepakt) (Munsterbilzen - Minsters)
- daaj zoo Ich és giën tiëge mene zjilae trékke (=daar zou ik eens graag mee uitgaan) (Bilzers)
- daajdoech zoe lëlëk dat Ich mekan sjrik krieëg (=ze maakte zoveel opstand dat ik er van schrok) (Munsterbilzen - Minsters)
- Daan zèt Ich dech de kop tussen d'n oere! (=Dan doe ik je wat!) (limburgs)
- dae (daaj) kan Ich nie tausbringe (=hem (haar) ken ik helemaal niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae bekiek Ich nimei (=die is gewoon lucht voor mij) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae hüb Ich lotte zinge (=die heb ik doen wenen) (Bilzers)
- Dae höb Ich ' ns flink doorgelaote / betrokke (=Een pak slaag geven) (Steins)
- dae höb Ich effe de warre gewesje (=die heb ik het even gezegd) (Aelsers)
- Dae höb Ich ònger de taofel gezaope (=van iemand winnen bij een (bier) drinkwedstrijd) (Steins)
- dae höb Ich ònger de taofel gezaope (=meer drinken dan iemand anders) (Aelsers)
- dae kan Ich nie taus bringe (=die ken in niet) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae kan Ich nie tausbringe (=wie is dat?) (Bilzers)
- dae kan Ich nie tausbringe (=die ken ik niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae kin Ich waaj kaud geld (=hij is nogal berucht) (Munsterbilzen - Minsters)
- dae verfroemelde brief gon Ich rap voertfoeffele (=steek die gekreukte brief maar ergens weg) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dalik dan versaws Ich dIch ein (=Jij krijgt dadelijk klappen (als je niet ophoudt)) (Gelaens (Geleens))
- dalik houw Ich dIch op dien priej!! (=dadelijk geef ik je 'n pak slaag!!) (Steins)
- dalik zèt Ich dIch de kop tösse twieë oeëre (=een grappig bedoeld dreigement (meestal tegen ondeugende kinderen)) (Heitsers)
- dan zal Ich zë kontsje ins werm maoke (=dan ga ik je tegen je billen geven) (Munsterbilzen - Minsters)
- dao dènk Ich 't mient van (=daar heb ik mijn eigen mening over) (Steins)
- Dao gaon Ich mei-j op sjouw (=Daar ga ik mee stappen) (Weerts)
- dao heb Ich merd aan (=daar heb ik lak aan) (Weerts)
- dao höb Ich mIch aan verhöftj (=het is misgegaan; ’t was te veel) (Heitsers)
- Dao höb Ich sjiet aan (=Dat kan me niets schelen) (Roermonds)
- dao höb Ich sjiet aan (=er zIch niks van aantrekken) (Aelsers)
- dao höb Ich sjiet aan!! (=daar trek ik mij niets van aan!! 1) (Steins)
- Dao krieg Ich de krelkespis van!! (=Wat moet ik hier nou mee!??) (Steins)
- dao krieg Ich hinnevel van (=ik had rillingen over mijn hele lijf) (Berg en Terblijts)
- dao vaeg Ich mien vot aan aaf!! (=daar trek ik mij niks van aan!! 2) (Steins)
- Dao verhang Ich mIch veur (=Daar ben ik hartstikke gek op (meestal lekker eten) ) (Steins)
- dao verstaon Ich gein kloeëte van (=daar versta ik niets van) (Weerts)
- Dao zòl Ich miene kielf nog vanaaf sjtampe! (=Een lelijk iemand) (Roermonds)
- Dao zouw Ich waal 'ns muuske wille speele (=Daar zou ik graag mijn oren te luister leggen) (Steins)
- daste grutste smaerlapperaaj wot Ich aut hëb mètgemok (=erger kan het niet!) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat bèn Ich zoe miech as kaa pap (=dat ben ik kotsbeu) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat bèn Ich zoe mieg as kaa pap (=ik kan dat niet meer verdragen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat dink Ich ael ook (=dat zou er nog aan mankeren !) (Munsterbilzen - Minsters)
- Dat don Ich neet (=Dat doe ik niet) (Mechels (NL))
- dat ès 't nojste wot Ich doên (=daar heb ik het land aan) (Bilzers)
- Dat gaef Ich dIch op ei breefke!! (=Dat is echt waar!!) (Steins)
- dat gaef Ich tIch op e brifke (=wees er maar zeker van!) (Bilzers)
- dat gaef Ich tIch op e brifkë (=echt waar !) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat gaon Ich dIch neet aan dien naas hange (=dat ga ik jou echt niet vertellen!!) (Steins)
- dat goên Ich tIch nie aoên zën naoês hange (=dat ga ik je zeker niet vertellen) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat goên Ich tIch toch nau ëns nie aon zën naos hange (=dat ga ik je nu eens niet verklappen) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen