Spreekwoorden met `ege`

Zoek


188 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ege`

  1. aan de degen rijgen (=tot (zwaar) verliezer maken)
  2. alle wegen leiden naar Rome (=er zijn veel manieren om je doel te bereiken / de uitkomst is altijd hetzelfde)
  3. als de stok stijf staat is de uil gaan vliegen (=zit je eenmaal met een erectie, dan is de wijsheid ver zoeken)
  4. als het in de kajuit regent ,druipt het in de hut (=als de baas problemen heeft, krijgen ook de ondergeschikten hun deel)
  5. als het melk regent, staan mijn schotels omgekeerd (=wanneer ergens iets voordeligs te verkrijgen valt, loop ik het steevast mis)
  6. als het regent in mei, is april voorbij (=spreekwoord dat de spot drijft met spreekwoorden die open deuren intrappen)
  7. als honden konden bidden zou het kluiven regenen (=als is een niet ter zake doende opmerking)
  8. als je je pet ertegenaan gooit dan blijft hij hangen (=dat stukje verfwerk is niet erg vlak uitgevoerd)
  9. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  10. beter ermee verlegen dan erom verlegen (=liever van iets te veel dan van iets te weinig hebben)
  11. bot gegeten hebben (=dom geboren zijn en zo blijven)
  12. dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
  13. de boon van de koek gekregen hebben (=geluk gehad hebben)
  14. de broek lappen en het garen toegeven (=er veel verlies aan overhouden)
  15. de daad bij het woord voegen (=onmiddellijk doen wat men zegt te zullen doen)
  16. de degen/harnas aangespen (=zich op de strijd voorbereiden)
  17. de degens kruisen (=de strijd aangaan)
  18. de drie h s meegeven (=iemand (zo mogelijk definitief) wegsturen)
  19. de gelegenheid bij de haren grijpen (=de kans niet laten voorbijgaan)
  20. de gelegenheid maakt de dief (=men laat zich gemakkelijk verleiden door een goede gelegenheid)
  21. de gelegenheid te baat nemen (=van de gelegenheid gebruik maken)
  22. de kont tegen de krib gooien (=weerspannig zijn)
  23. de laatste loodjes wegen het zwaarst (=het afwerken is vaak het lastigst)
  24. de meeste aardappelen al gegeten hebben (=veel meegemaakt hebben, al lang leven)
  25. de ogen zijn de spiegels der ziel (=in de ogen van een persoon herkent men het karakter)
  26. de pan uit vliegen (=erg snel stijgen (inz. gezegd over prijzen))
  27. de regels met voeten treden (=overtreden, voorschriften niet opvolgen / onbehouwen te werk gaan)
  28. de regen schuwen en in de sloot vallen (=door iets onaangenaams te ontwijken in nog groter problemen komen)
  29. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  30. de uitzondering bevestigt de regel (=overal zijn er uitzonderingen)
  31. de verzenen tegen de prikkels slaan (=zich verzetten tegen iets wat niet tegen te gaan is)
  32. de vloer aanvegen met iemand (=iemand gemakkelijk kloppen/verslaan)
  33. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  34. de zee ploegen (=de zee bevaren)
  35. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  36. een eed met boter bezegeld. (=een belofte zonder echte intentie om de belofte na te komen)
  37. een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  38. een klap van de molen gekregen hebben (=niet goed meer bij verstand zijn)
  39. een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen. (=niet tot iets anders te bewegen)
  40. een tegenslag (=een onverwacht nadelig feit of voorval)
  41. een vliegende kraai/vogel vangt/vindt altijd wat (=als je er maar op uit gaat, vind je altijd wel wat in je voordeel)
  42. een vogel die te vroeg zingt, wordt `s avonds van de kat gegeten. (=wie al te jong naar genot streeft, gaat te gronde.)
  43. een volle buik peinst op geen lege. (=iemand die genoeg te eten heeft is niet bezig is met de zorgen van een ander)
  44. een zak zout met iemand gegeten hebben (=iemand al lang kennen)
  45. elkaar in de haren vliegen (=ruzie maken)
  46. elkaar vliegen afvangen (=op onbeduidende details elkaar beconcurreren dan wel duidelijk willen laten uitkomen dat men zelf gelijk heeft en de ander niet)
  47. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  48. er een laten vliegen (=een wind laten)
  49. er geen kaas van hebben gegeten (=er geen verstand van hebben)
  50. er geen pap van gegeten hebben (=er weinig over weten)

296 betekenissen bevatten `ege`

  1. tegen de klippen op gaan (=aan een stuk doorgaan (met liegen))
  2. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  3. plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
  4. aan de voeten van Gamaliël zitten (=aandachtig luisteren naar de les die een wijs persoon meegeeft)
  5. iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
  6. de barricades opgaan (=actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden)
  7. van God en alle mensen verlaten (=afgelegen; stil)
  8. geld stinkt niet (=alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan)
  9. het doel heiligt de middelen (=alle middelen zijn toegelaten, zolang het doel maar bereikt wordt)
  10. al het goede komt van boven (=alle zegen komt van god)
  11. in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld)
  12. tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen)
  13. het is alle dagen visdag maar geen vangdag (=als de buit of vangst tegen valt)
  14. mal moertje mal kindje (=als de moeder te veel toegeeft zal het kind niet deugen)
  15. wie zijn ogen sluit, waant zich in Rome (=als je de realiteit negeert, ben je niet bewust van wat er werkelijk gaande is.)
  16. kunst baart gunst. (=als je ergens bedreven in bent zijn anderen toegevender en welwillender)
  17. als je hem een vinger geeft, neemt hij de hele hand (=als je iemand een beetje helpt, wil diegene altijd je hulp)
  18. van leugens aaneenhangen (=altijd maar liegen)
  19. maak je borst maar nat (=bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand))
  20. ons kent ons (=betrekkelijk afgesloten clubje mensen dat onderling de zaken regelt)
  21. met hangende pootjes thuiskomen (=bewust van schuld (thuis)komen / zeer tegen zijn zin)
  22. op de poot spelen (=bij de kleinste tegenslag flink te keer gaan/razen)
  23. men poot de aardappelen wanneer men wil, ze komen toch niet in april (=boerenregel. Aardappelen komen pas in mei uit)
  24. de aardappelen komen niet voor de eikenblaren (=boerenregel. De aardappelplant begint te groeien als de eik in het blad komt)
  25. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  26. daar komt een schip met zure appels (=daar komt een stevige regenbui aan)
  27. dat is een bal voor open doel (=dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden)
  28. dat is iemand met een gebruiksaanwijzing (=dat is iemand waarvan je weet hoe je met diegene om moet gaan)
  29. dat is mij tegen de boeg. (=dat is tegen mijn zin)
  30. dat maakt van Jezus nog een ketter (=dat is zelfs bij de meest integer mens een schanddaad)
  31. aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben)
  32. aan de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen (=de beste resultaten dragen tegelijkertijd de grootste risico`s)
  33. de eigen boontjes doppen (=de eigen zaken regelen zonder hulp van anderen)
  34. de admiraal heeft geschoten. (=de gastheer heeft het sein gegeven te gaan eten.)
  35. je ei kwijt kunnen (=de gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken)
  36. bomen ontmoeten elkaar niet, mensen wel (=de kans dat je iemand toevallig tegenkomt is groot)
  37. in zijn kraag duiken (=de kraag hoog opzetten tegen de koude)
  38. eind goed, al goed (=de tegenslagen zijn gauw vergeten als het goed afloopt)
  39. het krieken van de dag/dageraad (=de vroege ochtend)
  40. het katje van de baan (=degene die baas speelt)
  41. de drager kan het beste zeggen waar de schoen wringt (=degene die een probleem heeft, kan de kern van dit probleem vaak het scherpste benoemen)
  42. het kind van de rekening (=degene die schade lijdt, terwijl anderen niets hebben)
  43. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  44. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  45. wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  46. uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
  47. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  48. sijmen betaalt (=diegene die het minste verdient draagt de kosten)
  49. het zit eraan bij hem/haar (=diegene kan het betalen, er is genoeg)
  50. het haasje zijn (=diegene zijn die er voor opdraait, het slachtoffer)

4 dialectgezegden bevatten `ege`

  1. Gikker dorp Hat zien ege dialect de wöad kunne Andesj zieë, mè went vur ze good sjrieve kinne ver 't allemaal laeze. (WT) (=Ieder dorp heeft zijn eigen dialect. de woorden kunnen anders zijn, maar als je ze goed schrijft kunnen wij het allemaal lezen.) (Mechels (NL))
  2. ich duun het vjèr zen ège guut (=ik doe het in je eigen belang) (Vlijtingens)
  3. je ège darmflora en fâhna bekèkûh (=naar de wc gaan) (Haags)
  4. kek naor oe ege (=kijk naar jezelf) (Geldermalsens)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen