• wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht (=wie zijn goede naam verliest, komt in moeilijkheden) • wie het onderste uit de kan wil hebben die valt het lid op de neus (=wie altijd het uiterste wil, krijgt uiteindelijk niets) • overal zijn neus in steken (=zich overal mee bemoeien) • op je neus kijken (=teleurgesteld zijn) • onder de neus wrijven (=duidelijk zeggen wat er van gevonden wordt) Toon alle 41 spreekwoorden die neu bevatten