het gezicht

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xəˈzɪxt]
Verbuigingen:  gezicht|en (meerv.)

1) voorkant van je hoofd
Voorbeeld:  `een gezicht met mooie ogen`
Synoniem:  gelaat
iemand in zijn gezicht uitlachen  (iemand hard uitlachen waar hij bij is)
iets op iemands gezicht lezen  (iets aan zijn gezicht kunnen zien) `Ik kan je afkeuring op je gezicht lezen.`
iemand van gezicht kennen  (iemand alleen uiterlijk kennen en niet persoonlijk)
je gezicht laten zien  (op bezoek gaan) `Ik moet nodig weer eens mijn gezicht laten zien bij mijn ouders.`
een gezicht als een oorwurm  (een ontevreden gezicht)

2) wat je ziet
Voorbeeld:  `Het silhouet van het dorpje tegen de horizon is een mooi gezicht.`

3)
je gezicht redden  (zorgen dat je niet een slechte indruk maakt) `Ik stond bijna voor gek toen ik haar niet meteen herkende, maar ik kon nog net mijn gezicht redden.`

4)
op het eerste gezicht  (bij een oppervlakkig zien of nadenken) `Op het eerste gezicht lijkt me dit geen moeilijk probleem.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanblik aangezicht aanzien blikveld gelaat kijk panorama prospect smoel snoet uitzicht vergezicht vue zicht

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn gezicht verliezen (=zijn eer verliezen)
• hou je gezicht (=zwijg!)
• een vriendelijk gezicht brengt overal licht. (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
• een lang gezicht trekken/zetten (=laten merken dat men niet tevreden is)
• een gezicht van ouwe lappen (=een huilerig of lelijk gezicht)
Toon alle 6 spreekwoorden die gezicht bevatten

Taaladvies
  1. (op het eerste -) Wat is correct: op het eerste zicht of op het eerste gezicht? Zie Zicht / gezicht
  2. Wat is juist: bakkes of bakkesen? Zie bakkes / bakkesen


Intensiveringen
Hoe kun je met gezicht een ander begrip versterken?
in zijn gezicht uitlachen;

7 definities op Encyclo
  • • [anatomie] de voorkant van een menselijk hoofd. •het feit te zien. •dat wat men ziet, een landschap.
  • naakte of nagenoeg naakte huid aan de kop van het hoen rondom en beneden de ogen.
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 't inzien der ruwgoederen, die uit de mijnen zijn aangevoerd; gezicht krijgen, gezicht nemen. Gezicht hebben: aan de beurt...
  • gelaat - Jaar van herkomst: 1619 (WNT ) het zien - Jaar van herkomst: 1100 (Willeram )
  • voorkant van het hoofd vb: ze had haar gezicht niet opgemaakt met een stalen gezicht [zonder gevoel te tonen] dat geeft scheve gezichten [het maakt anderen jaloers] een r...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met gezicht:
    gezichtengezichtloosgezichtsbedroggezichtsdetectivegezichtseindergezichtseindersgezichtspuntgezichtspuntengezichtsstoornissengezichtsuitdrukkinggezichtsveldgezichtsveldengezichtsverliesgezichtsvermogen

    Deze woorden eindigen op gezicht:
    aangezichtbeschermd stadsgezichtblotebillengezichtpoppengezichtrattengezichtstadsgezichtvergezichtzeegezicht

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    gezicht (gelaat; uitzicht; aanzicht)