Spreekwoorden en zegswijzen
• zoals het klokje thuis tikt, tikt het ner
gens (=het is nergens zo goed als thuis)• zo het handje thuis tost, tost het ner
gens (=uiteindelijk gaat er niets boven het eigen huis)• vol
gens het boekje
(=overeenkomstig de theorie of overeenkomstig de voorschriften)• vol
gens de regels der kunst
(=zoals het hoort)• vol
gens Bartjens
(=de allereenvoudigste rekenstof (als referentie aan onderwijzer Willem Bartjens die een bekend rekenboekje schreef))Toon alle 36 spreekwoorden die gens bevatten6 definities op Encyclo
- (mv. Gentes) Geslacht van families met dezelfde naam. Alle gentes samen vormen het volk (populus).
- [Let op: Spelling en uitleg uit 1920] τὸ γένος, in den rom. staat geslacht, op gemeenschappelijke afstamming berustende. De leden van eene gens waren gentiles, en het recht, dat men aan dit lidmaatschap ontleende, heette ius gentilicium of gentilitatis. Oorspronkelijk werden alleen de patriciërs geac...
- [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] familie (van mans wegen), geslacht, stam
- 1) Oud-Romeinse familiegroep
- Een 'gens' (meervoud 'gentes') was een geslacht of groep van 'familiae' in het oude Rome met een gemeenschappelijke naam en voorouder. De oorsprong van de 'gentes' is over het algemeen onduidelijk, al zijn ze waarschijnlijk niet zo oud als de Romeinen zelf dachten; niettegenstaande het feit dat sommige geasso...
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden beginnen met gens:
•
gensterDeze woorden eindigen op gens:
•
achtereenvolgens•
ergens•
jegens•
nergens•
overigens•
tangens•
vervolgens•
volgens•
wegens•
zondagsmorgens•
zaterdagsmorgens•
woensdagsmorgens•
vrijdagsmorgens•
verheugens•
reagens•
omzeggens•
maandagsmorgens•
donderdagsmorgens•
dinsdagsmorgens•
detergensOp andere websites
Zoek gens in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gens op
Google
Zoek gens op
Woordenlijst.org
Zoek gens in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gens op
Wikipedia