Doorverwezen van ganzen > gans Toon zonder doorverwijzing

I de gans

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [xɑns]
Verbuigingen:  ganzen (meerv.)

1) watervogel die lijkt op een grote eend
zo dom als een gans  (heel erg dom)

2) dom meisje
Voorbeeld:  `een onnozel gansje`


II gans

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xɑns]

geheel
Voorbeeld:  `de (god)ganse dag`
Synoniem:  volledig
van ganser harte  (met volle overtuiging) `Ik hoop van ganser harte dat hij er geen blijvend letsel aan overhoudt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
domoor gansje geheel volledig

Taaladvies
Gans / heel: Is het gebruik van gans correct in de volgende zin? Het ganse land kreunde onder de tropische temperaturen.

12 definities op Encyclo
  1. 1. bronsachtig metaal uit Pegu. Valentijn omschrijft het als `erts, met lood vermengd`; Stapel als `een gemengde specie van koper en loot`. Zie ook Yule-Burnell in voce g...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (...zen), zekere watervogel; [figuurlijk] maak dat aan de ganzen wijs, hiermede kunt gij mij niet foppen.
  3. • [dierkunde] "Anserinae", een vogel behorend tot de familie van de eendachtigen (Anatidae).
  4. grote zwemvogel, familie van de eend vb: in de winter gaan de ganzen naar het zuiden dom gansje [dom meisje]
  5. [Belgisch Nederlands] geheel, heel: gans de dag, gans de wereld
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met gans:
ganselijkgansrijdenganstrekken

Deze woorden eindigen op gans:
godganshooligansonganssloganssneeuwganskolgansdwerggansvetgansgrauwe gansbrandgansrotgans

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. gans (geheel)
  2. gans (zwemvogel)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `gans` kennen.