• tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt) • tegen de schenen schoppen (=ruzie zoeken) • op de schopstoel zitten (=elk ogenblik ontslagen kunnen worden) • iemand de schop geven (=iemand ontslaan) • handen als kolenschoppen (=zeer grote, sterke handen) Toon alle 9 spreekwoorden die chop bevatten