bange als dialectwoord
Bang (Nedersaksisch (NSS))   behangen (Booms)   Bang (Hierdens)   bang zijn, iemand die bang is, angst (Tilburgs)   bang (Lutters)   bang (Zeeuws)  

1 definitie op Encyclo
  • drukkend, bevangen, zwoel - Voorbeeld: ‘De dampkring was bange en laf’ - Voorbeeld: ‘'t Was klaar lijk dag buiten en stil met nog iets van de overgebleven hitte der zon in de lucht die bange woog’ (ibid. 183)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met bange:
bangelijkbangerdbangerik

Op andere websites
Zoek bange in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek bange op Google
Zoek bange op Woordenlijst.org
Zoek bange in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek bange op Wikipedia