Spreekwoorden

Zoek

2 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `uitleg`

  1. na een uitleg, zo zit het dus in elkaar (eieren eten is hier als voorbeeld van een probleem gebruikt). (=)
  2. tekst en uitleg geven (=verantwoording afleggen)

6 betekenissen bevatten `uitleg`

  1. een gladde tong hebben (=goed kunnen praten, het goed kunnen uitleggen)
  2. iemand op het matje roepen (=iemand bij zich laten komen en om uitleg vragen waarom iets zo gedaan is)
  3. iets uit de doeken doen (=iets uitleggen)
  4. iemand te woord staan (=naar iemand luisteren en uitleg geven)
  5. uit de doeken doen (=uitleg verschaffen)
  6. aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten)

Het dialectenwoordenboek kent 22 spreekwoorden met `uitleg`

  1. Ronsisch: uitleg'n en peitsies tieken'n (=uitleggen en peten tekenen)
  2. Hams: hij es de piest in (=vertrokken zonder uitleg)
  3. tervurens: en den boor aa pakte zaain verke (=zonder uitleg)
  4. Zottegems: de wett'n spell'n (=de regels uitleggen (kwaad))
  5. Westerkwartiers: da's 'n heul rekboar begrip (=die uitleg kun je alle kanten mee uit)
  6. Wetters: Zes op heur tonge nie gevallen (=Ze kan het goed uitleggen)
  7. Gents: ij speelde zaan muile af (=hij kon het goed uitleggen)
  8. Gents: een tonge van lijntses, goe keune klappe (=goed kunnen uitleggen, babbelen)
  9. Oudenbosch: iets van de naold tot d n draot vertelle (=iets helemaal uitleggen)
  10. Sint-Laureins: jis nie op zijn totte gevalln (=hij kan het nogal uitleggen)
  11. Munsterbilzen - Minsters: wo nen oremus vër zau n habbekrats (=wat een uitleg voor een simpele zaak)
  12. Antwerps: zedus e kieke is gien mus en ne stamp is giene kus (=besluit na het uitleggen)
  13. Munsterbilzen - Minsters: op vërhand en aateraof és et gauw gezaag (=vooraf en achteraf kan je het wel uitleggen)
  14. Kalkens: uitleggen en peten tiëkenen (=uitvoerig praten en gesticuleren)
  15. Munsterbilzen - Minsters: kaokële ès niks,mér eer lègge ès kuns (=het uitleggen is goed,maar het ook doen is andere koek)
  16. Brakels: der nen drouj oan geeen (=iets verbloemd uitleggen)
  17. Booms: aawe ôtleg is goe maar aawe spikkelaas deegt ni (=u kan het goed uitleggen maar het houdt geen steek)
  18. Wetters: iets ein zijn soepe doen (=aan iemand iets proberen uitleggen)
  19. Ursels: ze heed een muile van lintsjes (=ze kan het goed uitleggen)
  20. Munsterbilzen - Minsters: Kaokële kan ielek,mér eer lègge nie (=de uitleg is mooi,nu nog doen !)
  21. Sint-Niklaas: die eed e lank blad (=die kan het goed uitleggen (...kan niet zwijgen))
  22. Gents: ij ee 't lapken, ij ee 'n tonge van lintjes, ij ee de muile (=iemand die het goed kan uitleggen)

Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.