87 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `op h`
- alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
- alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen)
- als de kalveren op het ijs dansen (=nooit)
- als een vis op het droge (=iemand die zijn draai niet kan vinden of daar niet thuis hoort)
- dat was op het nippertje (=dat is maar net gelukt)
- de bokkenpruik op hebben (=slecht gehumeurd zijn)
- de dader ligt op het kerkhof (=de schuldige is niet te vinden)
- de dingen op hun kop zetten (=de dingen verkeerd of omgekeerd bekijken)
- de dood op het lijf jagen (=schrik aanjagen)
- de duivel op het kussen binden (=met iedereen raad weten)
- de kat op het spek binden (=iemand volop de gelegenheid geven zich te vergrijpen aan wat hij wil, maar beslist niet mag hebben)
- de koorts/stuipen op het lijf jagen (=doen schrikken)
- de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
- de prins op het witte paard (=de man van je dromen)
- de speelman zit op het dak (=ze zijn pas gehuwd, hebben nog geen zorgen)
- de stuipen op het lijf jagen (=iemand felle schrik aanjagen)
- een bord voor de kop hebben (=niet voor andere zienswijzen openstaan)
- een deksel op de kop hebben (=de verantwoordelijkheid voor iets nemen)
- een ei op hebben (=niets durven te zeggen)
- een glaasje op hebben (=alcohol te hebben genuttigd)
- een gouden dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- een paard dat eens op hol is geslagen, kan dat snel weer doen. (=een eens gemaakte fout, begaat men makkelijk weer)
- een peer op hebben (=dronken zijn)
- een roze bril op hebben (=verliefd op iemand zijn en hierdoor zijn/haar mindere kanten niet zien)
- een schip op het strand is een baken in zee (=van de fouten die anderen hebben gemaakt kun je zelf veel leren)
- een vlek op het blazoen (=een smet op de reputatie.)
- een zilveren dak op het huis hebben (=wonen in een huis dat gebouwd is met geleend geld)
- er geen hoge pet van op hebben (=geen hoge verwachting hebben van iets)
- er geen kijk op hebben (=de oplossing niet zien)
- er op hameren (=iets voortdurend benadrukken)
- gauw op het paard zitten. (=snel driftig worden)
- genoeg ligt op het kerkhof. (=sommige mensen hebben nooit genoeg)
- het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
- het zeil (hoog) in de top halen (=een grootse vertoning weggeven)
- iemand de stuipen op het lijf jagen (=iemand erg laten schrikken en/of bang maken)
- iemand op handen dragen (=grote bewondering hebben voor iemand)
- iemand op het matje roepen (=iemand bij zich laten komen en om uitleg vragen waarom iets zo gedaan is)
- iemand op het verkeerde been zetten (=iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt)
- iets op het hart hebben (=iets te vertellen hebben)
- iets op het oog hebben (=voor zichzelf al iets hebben uitgekozen)
- iets op het tapijt brengen (=over een onderwerp beginnen (te praten))
- je aardappelen op hebben (=niet verder meer kunnen)
- je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
- je kop houden (=stil zijn, niet praten)
- je schaapjes op het droge hebben (=de zaken op orde hebben of voldoende hebben om niet meer te hoeven werken)
- jong en oud, op het eind wordt alles koud. (=uiteindelijk gaat iedereen dood.)
- loop heen (=ga weg!)
- meeuwen op het land, onweer aan het strand. (=als meeuwen het binnenland intrekken omdat er slecht weer op zee is)
- men heeft daar latten op het dak (=daar wordt afgeluisterd)
- met beslagen paarden op het ijs komen. (=goed voorbereid zijn voor zijn taak)
49 betekenissen bevatten `op h`
- eén rotte appel in de mand, maakt al het gave fruit te schand (=als één persoon uit een groep zich misdraagt, wordt de hele groep erop aangekeken. / Een negatieve beïnvloeding van één persoon kan vele anderen op het slechte pad brengen.)
- hoop doet leven (=als je kan hopen op betere tijden, dan krijg je toch weer levenslust / zo lang je nog hoop hebt zijn er ook nog mogelijkheden)
- dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
- een uil vangen (=een grote strop hebben)
- er schuilt iets achter (=er is meer aan de hand dan op het eerste gezicht lijkt.)
- een zondagssteek houdt geen week (=er rust geen zegen op het werk wat iemand op zondag doet)
- daar zitten nogal wat haken en ogen aan (=er zijn meer problemen dan je op het eerste gezicht zou denken)
- lest best (=het beste van alles komt op het einde)
- het is lood om oud ijzer (=het komt op hetzelfde neer)
- het venijn zit hem in de staart (=het slechtste komt op het laatste)
- het zal erom houden (=het zal op het nippertje zijn)
- wie het grootste hoofd heeft, moet de grootste hoed hebben (=iemand die het recht heeft op het grootste deel, moet dat ook krijgen)
- iemand de vrije hand geven (=iemand geheel vrij laten in de wijze waarop hij een opdracht uitvoert)
- aan de schors blijven hangen (=iemand of iets alleen op het uiterlijk beoordelen)
- ik help je dat wensen (=ik hoop het wel voor je!)
- voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
- op het glazen bruggetje geweest zijn (=in doodsgevaar zijn geweest, op het nippertje ontsnappen)
- het ijzer smeden als het heet is (=je moet op het juiste moment de kansen grijpen en dingen doen)
- de appel smaakt bomig. (=kinderen lijken op hun ouders.)
- iets door het oog van de schaar halen (=materiaal van op het werk voor jezelf houden / Jezelf oneerlijk zaken toe-eigenen)
- precies in mijn straatje zijn (=me precies goed uitkomen op het juiste moment)
- het oog is groter dan de maag (=meer op het bord scheppen dan er opgegeten kan worden)
- je zus (=mij niet gezien! Loop heen!)
- buiten de waard rekenen (=niet gerekend hebben op hoe anderen er werkelijk over denken)
- niet kapot zijn van (=niet veel op hebben met)
- tussen de klippen doorzeilen (=op handige manier alle moeilijkheden vermijden)
- op de tast (=op het gevoel, zonder te zien)
- je slag slaan (=op het goede moment de kansen benutten, bijv. dingen kopen)
- een haar in de boter vinden/zoeken (=op het kleinste detail vitten)
- in het zicht van de haven schipbreuk lijden (=op het laatste nippertje nog verliezen)
- op de valreep (=op het laatste ogenblik)
- ter elfder ure (=op het laatste ogenblik)
- in extremis (=op het nippertje)
- kantje boord (=op het nippertje)
- door het oog van de naald kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
- door de mazen van het net glippen/kruipen (=op het nippertje ontsnappen)
- bij het walletje langs (=op het nippertje, zuinig)
- er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)
- tussen lepel en mond valt veel pap op de grond (=problemen komen vaak pas op het laatst)
- een woord op zijn pas is zo goed als geld in de tas (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- een woord op zijn pas is een daalder waard (=spreken op het juiste ogenblik is waardevol)
- op hetzelfde aambeeld hameren/slaan (=steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen)
- de haan en de vos hebben elkaar te gast (=twee bedriegers zijn steeds op hun eigen voordeel uit)
- twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
- bokkensprongen maken (=van het een op het ander springen - zotte sprongen maken)
- haantje de voorste (=voortrekker - wie altijd op het voorplan wil staan)
- met het mes tussen de tanden (=wanneer alles op het spel staat)
- het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen (=wie in weelde leeft moet oppassen om niet op het slechte pad te raken)
- maak geen slapende honden wakker (=zwijgen over iets, om te voorkomen dat een autoriteit op het idee komt om er werk van te maken)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen