Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


8 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `gedaan`

  1. als het geld op is, is het kopen gedaan. (=zonder liquide middelen zijn er geen uitgaven meer mogelijk.)
  2. beter gezegd dan gedaan (=je kan beter iets doen in plaats van niets doen)
  3. de kat heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  4. de kat van de bakker heeft het gedaan (=niemand is de schuldige)
  5. het is gedaan met kaatje (=het is afgelopen)
  6. jong geleerd is oud gedaan. (=hoe eerder men iets leert, des te langer de vaardigheid zal blijven)
  7. makkelijker gezegd dan gedaan (=het is eenvoudiger om iets te zeggen dan om het ook daadwerkelijk uit te voeren)
  8. voor de kat zijn viool iets hebben gedaan (=een zinloze inspanning hebben geleverd)

45 betekenissen bevatten `gedaan`

  1. iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen)
  2. ad acta leggen (=als afgedaan beschouwen)
  3. vele handen maken licht werk. (=als een karwei samen wordt opgepakt is het snel en gemakkelijk gedaan)
  4. de rijpste pruimen zijn geschud. (=belangrijkste werk is gedaan of grootste deel van de oogst is binnengehaald)
  5. het paard dat de haver verdient krijgt ze niet (=diegene die het goede gedaan heeft, krijgt de beloning niet)
  6. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  7. men kan niet door een muur lopen, behalve als er een deur in zit (=dingen kunnen alleen gedaan worden als er een reële kans toe is.)
  8. iemand de les lezen (=duidelijk zeggen dat iemand iets verkeerds gedaan heeft)
  9. de pot verwijt de ketel dat die zwart ziet (=een ander aanwijzen als schuldige, terwijl die zelf hetzelfde gedaan heeft)
  10. een stok achter de deur zijn (=een dreigement om iets gedaan te krijgen)
  11. ten hemel schreien (=een toestand die zo erg is dat er eigenlijk direct iets aan gedaan zou moeten worden)
  12. een brok in de keel krijgen (=emotioneel aangedaan zijn)
  13. een krop in de keel hebben (=emotioneel aangedaan zijn)
  14. een gezicht als een oorwurm trekken (=erg ontevreden kijken (omdat bv iets gedaan moet worden))
  15. hemel en aarde bewegen (=ergens alles aan doen om het gedaan te krijgen (bv van iemand))
  16. voor elkaar boksen (=gedaan krijgen, in orde maken)
  17. het is zondegeld (=het is jammer dat daar kosten voor gedaan zijn)
  18. het hooi op zijn gaffel krijgen (=het wel gedaan krijgen)
  19. al vaak met dat bijltje gehakt hebben (=het werk al vaker gedaan hebben en weten hoe het moet)
  20. het einde kroont het werk (=het werk is pas goed gedaan als het klaar is)
  21. iemand op het matje roepen (=iemand bij zich laten komen en om uitleg vragen waarom iets zo gedaan is)
  22. iemand een veer op de hoed steken (=iemand vertellen dat die z'n werk goed gedaan heeft)
  23. iemand de oren wassen (=iemand zeggen wat die fout gedaan heeft)
  24. een open deur intrappen (=iets doen wat niet nodig is of iets wat al gezegd of gedaan is nog een keer doen)
  25. vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden)
  26. haast en spoed is zelden goed (=iets te snel doen, resulteert vaak in iets dat slecht gedaan is)
  27. iets op zijn lever hebben (=iets willen vragen/zeggen, iets verkeerds gedaan hebbe)
  28. geen daglicht kunnen verdragen/velen (=iets wordt stiekem en/of oneerlijk gedaan)
  29. zich voor de kop schieten (=inzien dat men een grote stommiteit gedaan heeft - zelfmoord plegen)
  30. je laatste hemd aan hebben (=je hebt iets fout gedaan en er zal wat voor je zwaaien.)
  31. wie veel eist krijgt veel. Wie te veel eist krijgt niets. (=je kan door het te vragen veel bij mensen gedaan krijgen, maar als je onredelijk wordt zal je worden overgeslagen)
  32. je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen.)
  33. voor geld kun je de duivel doen dansen. (=met geld kun je alles gedaan krijgen.)
  34. praatjes vullen geen gaatjes. (=met praten alleen komt men er niet, er moet ook wat gedaan worden)
  35. nu zijn de rapen gaar (=nu is er een probleem waar direct iets aan gedaan moet worden)
  36. iemand door de mosterd halen (=op duidelijke wijze te horen krijgen wat iemand fout gedaan heeft)
  37. men moet de dag niet prijzen voor het avond is. (=pas als alles gedaan is kun je zeggen of het goed ging)
  38. instorten als een kaartenhuisje (=plots en snel in elkaar zakken, tenietgedaan worden)
  39. iemand honing om de mond smeren (=tegen iemand aardige dingen zeggen/vleien om iets gedaan te krijgen)
  40. met andermans kalf ploegen (=terwijl je de hulp van een ander gebruikt, doen alsof je het zelf alleen gedaan hebt)
  41. iets op zijn kerfstok hebben (=verkeerde dingen gedaan hebben)
  42. iemand naar de mond praten (=vleien en vriendelijk zijn om iets gedaan te krijgen)
  43. oog om oog en tand om tand. (=wraak nemen voor onrecht dat je is aangedaan, door de dader precies hetzelfde aan te doen.)
  44. iemands doopceel lichten (=zeer uitgebreid vertellen/uitzoeken wie iemand is en wat die in het verleden allemaal gedaan heeft)
  45. geen geld, geen Zwitsers. (=zonder geld krijg je hulp noch koopwaar of er is altijd wel geld nodig om iets gedaan te krijgen)

Het dialectenwoordenboek kent 133 spreekwoorden met `gedaan`

  1. Sint-Niklaas: een oekedoeleken (=jonge kikvors in zijn eerste gedaante)
  2. Munsterbilzen - Minsters: t geloof ès noeë de K. (='t is ermee gedaan)
  3. Bilzers: ze lidsje és autgezoenge (='t is gedaan met hem)
  4. Zeeuws: ai trouwt mah je mee (=goed gedaan)
  5. Astens: wa bende toch `n stom vèrreke (=iets doms gedaan)
  6. Zottegems: 't schoap es de preut af (=het is ermee gedaan)
  7. Lichtervelds: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  8. Tilburgs: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  9. Westerkwartiers: jong leerd, old doan (=jong geleerd, oud gedaan)
  10. West-vlaams: tis tied dathuut is (=tijd dat 't gedaan is)
  11. Tilburgs: zóó gezeejt zóó gedaon (=zo gezegd zo gedaan)
  12. Harelbeeks: 'T es een biëlle tussen die twië (=De verloving is afgesprongen (gedaan))
  13. Oudenbosch: daddee mijn veul deugt gedaon (=dat heeft mij goed gedaan)
  14. West-Vlaams: tetidtatute (vettige e) (=het is tijd dat het gedaan is)
  15. Waregems: jee em zieëredoan (=hij heeft zich bezeerd (pijn gedaan))
  16. Hulsters (NL): Oe è j'um da helapt? (=Hoe heb je dat gedaan?)
  17. Berchems: get da goe gedoan (=je hebt dat goed gedaan)
  18. Groesbeeks: ge bakt mar koie (=oh wat heb je nu gedaan)
  19. Westerkwartiers: wat hest doan guster ? (=wat heb je gedaan gisteren ?)
  20. Oudenbosch: zis op durre koop gewiest (=zij heeft ruim inkopen gedaan)
  21. Walshoutems: Een goei ot getrokke hêmme (=Een stevige middagdut gedaan hebben)
  22. kortemarks: jee ne slag gedoan (=hij heeft een goede zaak gedaan)
  23. Reeks: gér gedoan (=graag gedaan)
  24. Herentals: Dieje heeter mê zen klak henne gesmete (=Hij heeft er geen moeite voor gedaan)
  25. Brakels: kè vandoage nog niet duud gedoan (=ik heb vandaag nog niets zinnigs gedaan)
  26. Brabants: Is ut perd al gewasse en de waai al gemaaid ? (=Heb je ''HET'' al gedaan ?)
  27. Oudenbosch: edde wir onder d n draot deur gevrete ? (=heb je weer iets gedaan wat niet mag ?)
  28. Londerzeels: hij ei em te keut gedaan (=heeft zelfmoord gepleegd)
  29. Munsterbilzen - Minsters: das niks (=graag gedaan)
  30. Venloos: dae mosse iers unger siene zak kratse (=die moet je eerst gunsig stemmen, wil je wat gedaan krijgen)
  31. Kinrooi: Mèt twieë kriegs te mieë gedachtj es allein gedaon! (=Met twee krijg je meer gedachten dan alleen gedaan!)
  32. Oudenbosch: zullie zijn jeul aart vor mijn in de weer gewiest (=zij hebben heel erg hun best voor mij gedaan)
  33. Voorthuizens: dat hên wullie ehdoan (=dat hebben wij gedaan)
  34. Bilzers: ze lidsje és autgezoenge (=het is gedaan met hem)
  35. Munsterbilzen - Minsters: ze lidsje ès autgezoenge (=het is met je gedaan)
  36. Zummers: hedde dé gedoa? (=heb je dat gedaan?)
  37. Lokers: 't schoap is depreutte af (=het is bijna gedaan)
  38. Giethoorns: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  39. Haags: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  40. Gronings: moakieker zeit dan doan (=makkelijker gezegt dan gedaan)
  41. Hams: gedoan va keske schiet (=slecht gedaan)
  42. Zeeuws: schiet vier blis assie (=tis niks gedaan)
  43. Rijsoords: Zôô gezaaid, zôô gedaen (=Zo gezegd, zo gedaan)
  44. Waaslands: schaap is de preut af (=het is gedaan)
  45. Zaans: voor nou en naggeres (=graag gedaan, geen dank)
  46. Aalsters: Oudjes kunnen niet jongleren. (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  47. Hams: Aakes keun'n nie jongler'n (=Jong geleerd is oud gedaan.)
  48. Gronings: Wel het dat doan? (=Wie heeft dat gedaan?)
  49. Zurriks: As, as….as de as brekt vilt de kèr (=had ik dat maar gedaan of als ik dit of dat had gedaan…)
  50. Twents: Hei ut nog edoan (=Heb je het nog gedaan)


Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen