5 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `bezi`1) bezint eer ge begint. (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt) 2) nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn) 3) vlees en been bezitten (=niet mager en eerder groot zijn) 4) zijn ziel in lijdzaamheid bezitten (=gelaten het ongelijk verdragen) 5) zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn) 26 betekenissen bevatten `bezi`1) tot de bedelstaf/bedelzak brengen (=alle aardse bezittingen ontnemen) 2) zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken) 3) die het breed heeft, laat het breed hangen. (=als iemand veel geld heeft kan die veel bezitten) 4) aan de draai houden (=bezig houden) 5) aan het (sleep)touw houden (=bezig houden / aan het lijntje houden) 6) dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show. (=dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.) 7) paradepaard (=een bezit, eigenschap, kunst of vaardigheid waar iets of iemand trots op is.) 8) een goede naam is beter dan olie. (=een goede naam (reputatie) is beter dan veel geld (olie) bezitten.) 9) een gehuurd paard en eigen sporen maken korte mijlen (=eigen bezit beschadigt men minder dan gekregen of gehuurd bezit) 10) zo bezig als een bij (=erg druk bezig zijn) 11) goed en bloed voor iets offeren (=ergens alles voor over hebben (goed=bezittingen, bloed=het leven)) 12) iets in de vingers hebben (=ergens ervaring en deskundigheid over hebben opgebouwd, waardoor men met grote kwaliteit en zonder fouten te maken, zich hiermee bezig kan houden.) 13) aan iets blijven hangen (=ergens verstrikt in raken, ermee bezig blijven) 14) eigen haard is goud waard. (=het is nergens zo mooi als thuis / men hecht veel waarde aan het eigen bezit) 15) schoenmaker blijf bij je leest (=hou je niet bezig met dingen waar je niets van weet.) 16) wie een kluitje heeft heeft er graag een turfje bij (=ieder probeert zijn bezittingen te vermeerderen) 17) aan de bedelstaf raken. (=in een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent.) 18) in touw zijn (=met iets druk bezig zijn) 19) het hart op de tong hebben (=meteen vertellen wat je bezig houdt.) 20) iets in de wacht slepen (=op oneerlijke manier verkrijgen, iets in bezit krijgen voor weinig geld) 21) ergens de mond vol van hebben (=praten over de zaken die iemand bezighouden) 22) tussen de bedrijven door. (=tussen andere bezigheden in; tussendoor.) 23) waar het hart vol van is, loopt/vloeit/stroomt de mond van over. (=waar men heel erg mee bezig is, daar wil men over praten.) 24) een aal bij de staart hebben (=zich met iets 'ongrijpbaars' bezig houden) 25) de harp aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten) 26) de lier aan de wilgen hangen (=zijn bezigheden stopzetten) Het dialectenwoordenboek kent 97 spreekwoorden met `bezi`1) Veurns: 'n duuvels zak is nooëit vul (=hij wenst altijd maar meer geld te bezitten) 2) Westerkwartiers: 's naachts viss'n, overdaag nett'n brei'n (=je bezigheden op het juiste moment doen) 3) Zottegems: 't bezikt de perche (=het is overdreven) 4) Maas en waals: aon ut moiku (=rommelig bezig zijn) 5) Ninoofs: au es van zauin gat gieën mieëster (=hij weet niet waar hij mee bezig is) 6) Bilzers: bekiek het dich mèr ; beziech het dich mèr (=bekijk het maar) 7) west-vlaams: bezikte zak (=verbaasd persoon) 8) Kortemarks: bezikte zak, piskoesse, trunte, truntekalle, zikkoesse, ziktièèle (=verlegen iemand) 9) Westerkwartiers: bezinn'n veur da'j begunn'n (=eerst denken, daarna doen) 10) Zeeuws: bi j nog an t kervee-en (=bezig) 11) Veurns: bie em is 't mo geld die telt (=geldbezit is zijn enige betrachting) 12) Munsterbilzen - Minsters: blijf doë mèt zen tengels vanaof (=hou je daar maar niet mee bezig) 13) Munsterbilzen - Minsters: da snaajt on twei kante (='t is hoe je het beziet) 14) Munsterbilzen - Minsters: daaj hèt den heilege gees op bezik gehad (=in verwachting en geen vent) 15) Venloos: dae haet get aan de veut (=iemand met veel geld en bezit) 16) Giethoorns: De benen uut d'aoken lopen (=Druk bezig wezen) 17) Munsterbilzen - Minsters: de bezieset tich mèr (=je doet maar, ik doe niet mee) 18) Giethoorns: De kop lop mi-j omme (=Te druk bezig zijn) 19) Bilzers: de Rus es op bezik (=ze is aan haar maandstonden) 20) Munsterbilzen - Minsters: de rus ès op bezik (=ze zit met haar maandstonden) 21) Munsterbilzen - Minsters: de Russe zin op bezik (=menstrueren) 22) Munsterbilzen - Minsters: de vaulste vèrke willen et sjünste stroj (=luieriken willen evenveel geld verdienen als bezige bijen) 23) Aalsters: der es veil beziengs (=er is heel wat bekijks) 24) gronings: Dij het zo drok as hounder veur Poasen (=Iemand die heel druk bezig is.) 25) Sinttruins: Dje beziet em lek en kaa na ene train (=Iemand verbaast aankijken) 26) Munsterbilzen - Minsters: doë geeste viël beziens mèt hübbe (=nu ga je opvallen) 27) Erps: e es gerineweert (=hij bezit niets meer) 28) Langemarks: E stong doa lik e bezikt'n zak (=Hij stond er beteuterd bij:) 29) Westerkwartiers: eerst denk'n, dan doen (=bezint eer gij begint) 30) Westerkwartiers: eig'n heerd is gold weerd (=een eigen huis is een groot bezit) 31) Iepers: en'net gin noagel vo a zen gat te klown (=hij bezit niks) 32) Lebbeeks: gat: Gieë zittend gat emmen (=Bedrijvig zijn, altijd bezig zijn) 33) Overijse: geene noegel emme ve on a gat te krabbe (=geen bezittingen hebben) 34) Overijse: giene rotte kaar nemi (=bezit geen 25 cent meer) 35) Oudenbosch: gij maok mee mijn nie de kachel aon (=ik laat mij niet door jou bezighouden) 36) Munsterbilzen - Minsters: hae hèt gene roje op zen kloete (=hij bezit geen rooie duit) 37) Westerkwartiers: hebb'n is hebb'n en krieg'n de kunst (=wat men bezit wil men behouden) 38) Bilzers: Hébben és hébbe, mér krijge éste kuns (=zonder te werken zul je niet veel bezitten) 39) Bilzers: hélaba, zen diër steet nog oëpe, verwaachste nog bezik (=opgepast, je broek staat nog open) 40) Munsterbilzen - Minsters: het lotte bekiele (bezinke) (=water bij de wijn doen) 41) Westerkwartiers: hij het 'n putje onner hand'n (=hij is bezig met een klusje) 42) Westerkwartiers: hij het verscheid'nt (=hij bezit veel exemplaren) 43) Westerkwartiers: hij is drok ien 'e weer (=hij is druk bezig) 44) Westerkwartiers: hij is stroataarm (=hij bezit niets meer) 45) Izegems: hinne noahln voe a zin hat te klauwn (=Niks hebben of bezitten) 46) Westerkwartiers: hoe komt 'n kat an 'n bukk'n (=hoe krijgt hij dat nou in zijn bezit) 47) Bilzers: hüb ich get vandech aon ? (=wat sta je me zo te bezien ?) 48) Weerts: ich pak mich beejein (=tot bezinning komen) 49) Waregems: ie 'n ee gienen nog'l om in z'n gat te skarten, ie moe leev'n van d'n dis (=niets bezitten, arm zijn) 50) ronsisch: Ie nei gienen noegol om aan zin gat te scharten. (=Hij bezit niets.) 0 1 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Tip: Dubbelklik op elk willekeurig woord om spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden met dat woord te tonen | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• bezi (5) • das (2) • Kalfje (2) • LABAN (2) • Kaf van het koren (1) • met een gebruiksaan (1) • Kab (4) • Kaarte (6) • Kaars en bril (2) • onder de wol (1) • utal (1) • KROO (6) • Iets in kleuren en geuren vertellen (1) • Iets in geuren en kleuren vertellen (1) • Iets in de (15) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||