15 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `alles`1) aan alles een kleurtje weten te geven (=voor alles wel een uitleg weten) 2) alles komt uit al moesten de kraaien het uitbrengen (=de waarheid komt altijd uit) 3) alles kort en klein slaan (=de hele inboedel kapot slaan) 4) alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen) 5) alles op alles zetten. (=zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken.) 6) alles op een kaart zetten (=een groot risico nemen door op slechts één kans te gokken) 7) alles op één kaart zetten (=risico vergroten door één ding uit te kiezen in plaats van meerdere) 8) alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen) 9) alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen) 10) alles over de vloer halen (=alles verplaatsen) 11) alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen) 12) alles wat los en vast is/zit (=alles) 13) als je alles van tevoren weet, ga je liggen voor je valt. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`)) 14) als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. (=het heeft geen zin zich na afloop te beklagen over gebrek aan voorkennis. (Meestal in antwoord op klachten als `Als ik dat van tevoren geweten had.`)) 15) weet wat je zegt, maar zeg niet alles wat je weet. (=wees voorzichtig met woorden en je informatie) 96 betekenissen bevatten `alles`1) naar iemands pijpen dansen (=(onderdanig) alles doen wat iemand vraagt) 2) er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. (=aan alles komt een einde.) 3) zijn ziel en zaligheid verkopen (=absoluut alles opofferen) 4) alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen) 5) voor Sinterklaas spelen. (=alle wensen vervullen, alles voor iedereen betalen) 6) alles wat los en vast is/zit (=alles) 7) niets afslaan behalve vliegen (=alles aannemen) 8) bij de roes (=alles door elkaar) 9) alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen) 10) botertje aan de boom zijn / Het is botertje tot de boom (=alles gaat goed zonder problemen) 11) zijn ogen de kost geven (=alles goed in zich opnemen) 12) alle tij heeft zijn weertij (=alles heeft een keerzijde) 13) ogen van achteren en van voren hebben (=alles in de gaten kunnen houden) 14) geen steen op de andere laten (=alles in het werk stellen) 15) alles op het spel zetten (=alles inzetten en mogelijk alles verliezen) 16) er is niets nieuws onder de zon (=alles is al eerder vertoond) 17) boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden) 18) het is er haardje bij schuurtje (=alles is er dicht bij elkaar) 19) in kannen en kruiken zijn (=alles is geregeld) 20) de kust is veilig (=alles is in orde - er is niemand in de buurt) 21) voor niets gaat de zon op. (=alles kost geld en moeite, behalve datgene wat van de zon komt) 22) zo vrij als een vogeltje in de lucht (=alles kunnen doen en laten wat iemand wil) 23) stelen als de raven (=alles maar stelen wat je kunt) 24) we gaan geen ijsje eten. (=alles mislukt.) 25) tot in de puntjes regelen (=alles nauwkeurig regelen) 26) de bramzeilen bijzetten (=alles op alles zetten) 27) men moet geen paaseieren op goede vrijdag eten (=alles op zijn tijd, het feest niet te vroeg vieren) 28) long en lever verteren (=alles opmaken) 29) de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen) 30) alles malletje naar malletje doen/maken (=alles steeds weer op precies dezelfde manier doen) 31) een oude rot in het vak (zijn) (=alles van het vak afweten en alles weten hoe te doen) 32) iemand tot op zijn hemd uitkleden (=alles van iemand afnemen, een te hoge prijs laten betalen) 33) iemand om zijn vinger (kunnen) winden (=alles van iemand gedaan (kunnen) krijgen of alles mogen) 34) alles over de vloer halen (=alles verplaatsen) 35) geen ding betert door ouderdom (=alles verslijt door de ouderdom) 36) zijn hebben en houwen verliezen (=alles wat iemand bezit kwijtraken) 37) have en goed (verliezen) (=alles wat je hebt (verliezen)) 38) zich uitkleden voor men naar bed gaat (=alles weggeven voor men sterft) 39) overdag hebben waar men s nachts van droomt (=alles zomaar in de schoot geworpen krijgen) 40) als 't schip zinkt dan zinkt ook de lading. (=als een zaak bankroet gaat, dan is men meestal ook alles kwijt.) 41) de ouderdom komt met gebreken. (=als je ouder wordt ga je vanalles mankeren) 42) honger maakt rauwe bonen zoet (=als men honger heeft, smaakt alles) 43) met alle winden waaien (=altijd iedereen gelijk geven / door alles en iedereen laten beïnvloeden) 44) op elk potje past een dekseltje. (=bij iedereen en alles past wel iemand of iets) 45) zijn hart uitstorten (=bij iemand alles (in vertrouwen) vertellen over de moeilijkheden) 46) de boter alleen op zijn koek willen hebben (=de anderen niets gunnen - zelf alles willen hebben) 47) aan de touwtjes trekken (=de baas zijn, alles regelen, het voor het zeggen hebben) 48) de wrijfpaal zijn (=de schuld krijgen (van alles)) 49) de beer is los. (=er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek.) 50) iemand het hemd van het lijf vragen (=erg nieuwsgierig zijn en alles van iemand proberen te vragen) Het dialectenwoordenboek kent 368 spreekwoorden met `alles`1) Lokers: `En aunders ` `Gieen spaunders` (=op de vraag: `hoe gaat het voor de rest met u ` komt het antwoord:`alles gaat goed`) 2) Antwerps: 'k em gin oejge oep ma gat! (=ik kan niet alles zien!) 3) Sint-Niklaas: 'k moet me wjeiren (=ik moet moeite doen om alles op mijn bord op te eten) 4) Sint-Niklaas: 'kè geen ogen op minne rug zulle (=ik kan niet alles zien) 5) Steins: 'n vleegende krauw vunk mië dan ein zittende (=iemand die op veel plaatsen komt, krijgt meestal ook vanalles) 6) Sint-Niklaas: 'nen alweter (=iemand die altijd alles beter weet) 7) Waregems: 't es ne skuddebuindle (=alles is wanordelijk verpakt) 8) Westerkwartiers: 't is buug'n of barst'n (=ondanks alles doorzetten) 9) turnhouts: 't is koek en aai (=alles loopt goed) 10) Sint-Niklaas: 't is ne moeial (=hij bemoeit zich met alles) 11) Veurns: 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=Nietalles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.) 12) Westerkwartiers: 't is niet alles gold wat d'r blinkt (=niet alles is zo goed als het lijkt) 13) Brugs: 't is ol zèver in zakstjies ook wel : 't zien ol koenten (='t is alles larie) 14) Bilzers: 't Lèste himme hèt geen maole (=Wie sterft moet alles achterlaten) 15) Lochristis: 't ligt oiup overul (=alles ligt overhoop) 16) Veurns: 't Onderste uut de kanne will'n (=alles willen) 17) Deinzes: 't spel es espe (=alles is in orde) 18) Westerkwartiers: 't stijt aal'moal pankloar veur dij (=we hebben alles goed voor jou voorbereid) 19) Sint-Niklaas: 't veirken sloebert alles op (=het varken slobbert alles op) 20) Merenaars: a moe krochen om 't binnen te krijgen (=hij moet zijn best doem om alles op te eten) 21) Munsterbilzen - Minsters: aanes maok ich tich get aanester wijs (=je moet niet alles van me aannemen) 22) Deinzes: achter de kluud'n luup'n (=alles doen voor iemand) 23) Wetters: al overende zetten (=alles verplaatsen,er een warboel van maken) 24) Munsterbilzen - Minsters: al trautpitse (=alles er uit halen) 25) Antwerps: Alexaander,alles veur maai en niks veur een aander (=wordt gezegd tegen een egoist) 26) Sint-Niklaas: Alexander, alles vur mè mor niets vur een ander (=tegen een egoist ...zegt men:) 27) Twents: alle proemn in n drek (=alles gaat verkeerd) 28) Bilzers: alles autte kas haole (=met volle inzet) 29) Westerkwartiers: alles deur 'n anner hen (=alles door elkaar heen) 30) Munsterbilzen - Minsters: alles drèdde èn de puree (=de kok maakte er een potje van) 31) Zelzaats: alles goe in wel (=alles in orde) 32) West-Vlaams: alles goed , oallemolle goed ( iepers ) (=alles goed) 33) gronings: alles goed jongen /aal goud mienjong (=alles goed jongen) 34) Westerkwartiers: alles ien 't honnerd joag'n (=alles in de war sturen) 35) Bargoens: alles is bull shit XD (=domme yossra dat je dit leest) 36) Sint-Niklaas: alles is in dun oak mè mij (=alles is in orde met mij) 37) Oudenbosch: alles is kuis opgegaon (=er is niets overgebleven) 38) Westerkwartiers: alles kits en de bok vet (=alles is goed) 39) Bilzers: alles kup aut al moete de kraeën autbringe (=niets blijft verborgen) 40) Amsterdams: alles lekker, pik? Hoe is het wijfie? (=Hoe gaat het met jou?) 41) Zaans: alles met mate zai de kleremaker, en sloeg ze vrouw met de ellestok (=Aansporing tot matigheid) 42) Giethoorns: alles mit maote`,zee de snieder, en sleug zien vrouwe mit de ellestok (=Niet te veel en niet te weinig) 43) Zurriks: alles noavenant, as boter op de vloajka-nt (=Zeer royaal doen) 44) Westerkwartiers: alles op 't spel zett'n (=alle risico's nemen) 45) Oudenbosch: alles op aore en snaore zette (=alles doen om te bewerkstelligen) 46) Westerkwartiers: alles op één koart zett'n (=alles op één ding inzetten) 47) Weerts: alles op zieëne tieëd en bokeskook in de herfst (=weerspreuk) 48) Genneps: alles op zienen tied en boekende koe.k ien d'n herfst (=alles op zijn tijd) 49) Sint-Niklaas: alles opeten mè oren en poten (=alles opeten) 50) Sint-Niklaas: alles opfretten (=alles ongegeneerd opeten) 0 1 2 3 4 5 6 7 Volgende Bron
De spreekwoorden en gezegden zijn voor het grootste deel afgeleid van Wikiquote:
Nederlandstalige spreekwoorden,
Nederlandstalige gezegden en Wikipedia:
Lijst van Nederlandse spreekwoorden.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Tips en mededelingen Mededeling: Bedankt voor uw bezoek! | WoordenboekSpreekwoordenVertalenEncyclopedieRecente zoekopdrachtenTussen haakjes staat het aantal gevonden spreekwoorden, uitdrukkingen en gezegden• alles (15) • voor een dubbeltje (3) • KIEL (3) • KEPI (1) • de kluit (1) • een bliekje werpen (1) • de muur sturen (2) • op zijn lauweren rusten (1) • een blauwtj (1) • Lste (2) • de knuppel (1) • de kneep (1) • de kan wil hebben (1) • Ls. (2) • blauw b (2) | |||||||
| © Woorden.org MMXI | Over woorden.org | Gebruikersvoorwaarden | Woord begint met... | ||||||||