de zoetelaar

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  zoetelaars
Verbuigingen:  zoetelaartje

1) iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert
Voorbeeld:  `Maar de zoetelaar is plots verdwenen achter de wagen. Ineens komt hij vanachter de wagen, grijpt de wachter bij de kraag en 't kruis en gooit hem over de slotmuur in de diepe, brede gracht.`

2) een varende detailhandelaar


Bron: WikiWoordenboek.

2 definities op Encyclo
  • 1) Handelaar 2) Iemand die versnaperingen in het leger verkoopt 3) Iemand die versnaperingen verkoopt 4) Marketenter 5) Marketentster
  • marketenter Jaar van herkomst: 1546 (Toll. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met zoetelaar:
    zoetelaarster

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zoetelaar (marketenter)