zieden

werkw.
Verbuigingen:  zood
Verbuigingen:  gezoden

1) een chemische verbinding bereiden door de grondstoffen te koken;
met name van zeep, verf of vernis
Voorbeeld:  `Het productieproces van zeep begon vroeger door vet samen met loog te zieden, zodat het vet verzeepte.`

2) droogkoken, grondstoffen zuiveren of raffineren door ze aan de kook te brengen;
met name van pekel of suiker of zeep
Voorbeeld:  `In Zwijndrecht werd vroeger gezoden ter wille van de zoutwinning.`

3) koken, zo heet zijn dat het kookpunt bereikt wordt
Voorbeeld:  `Laat de pan eerst heet worden, doe er dan boter in tot deze ziedt en leg ten slotte het vlees erbij.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
briesen koken koken van woede

6 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bedrijvend werkwoord ow. gelijkvloeiend en ongelijkvloeiend (ik ziedde of zood, heb of ben gezoden), laten koken; koken. *...ER,...
  2. ov droogkoken, grondstoffen zuiveren of raffineren door ze aan de kook te brengen; met name van pekel of suiker. • ov een chemische verbinding bereiden door...
  3. (ww) - koken
  4. 1) Briesen 2) Bruisen 3) Koken 4) Koking 5) Laten koken 6) Schuimbekken 7) Schuimen 8) Vloeien 9) Woeden 10) Zoutbereiden
  5. passim koken.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zieden:
ziedend

Deze woorden eindigen op zieden:
verziedenruzieden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zieden (koken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 83% van de Nederlanders en 68% van de Vlamingen het woord `zieden`.