zetelen

werkw.
Uitspraak:  zetələ(n)]
Vervoegingen:  zetelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeteld (volt.deelw.)

(van een instantie) gevestigd zijn
Voorbeeld:  `Het Internationaal Gerechtshof zetelt in Den Haag.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevestigd zijn resideren

Taaladvies
Is zetelen correct in de volgende zin: Ze zal niet langer zetelen in het Europees Parlement? Zie Zetelen / zitting hebben

2 definities op Encyclo
  • zitten vb: de keizer zetelt op een gouden troon er gevestigd zijn vb: de regering zetelt in Den Haag
  • 1) Gevestigd zijn 2) Gezeten zijn 3) Resideren 4) Tronen 5) Zitten
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zetelen