zetelen

werkw.
Uitspraak:  zetələ(n)]
Vervoegingen:  zetelde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeteld (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(van een instantie) gevestigd zijn
Voorbeeld:  `Het Internationaal Gerechtshof zetelt in Den Haag.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gevestigd zijn resideren

Taaladvies
Zetelen / zitting hebben: Is zetelen correct in de volgende zin: Ze zal niet langer zetelen in het Europees Parlement?

2 definities op Encyclo
  1. zitten vb: de keizer zetelt op een gouden troon er gevestigd zijn vb: de regering zetelt in Den Haag
  2. 1) Gevestigd zijn 2) Gezeten zijn 3) Resideren 4) Tronen 5) Zitten
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zetelen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `zetelen`.