zaaien

werkw.
Uitspraak:  zajə(n)]
Vervoegingen:  zaaide (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezaaid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zaad over de grond verspreiden zodat er nieuwe planten uit kunnen groeien landbouw
Voorbeeld:  `gras zaaien`
dun gezaaid zijn  (weinig voorkomen)

2) laten ontstaan
Voorbeeld:  `tweedracht zaaien`
Synoniemen:  veroorzaken, de kiem leggen van

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bezaaien de kiem leggen van inzaaien strooien teweegbrengen veroorzaken

Spreekwoorden en zegswijzen
• wie maaien wil moet zaaien (=je moet er iets voor doen om iets te verkrijgen)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  1. 1.Het vermeerderen van planten door zaden.  2.Het uitstrooien van zaad.
  2. zaad in de grond stoppen of op de grond strooien vb: we hebben gras gezaaid onrust zaaien [veroorzaken] dat is dun gezaaid [daar zijn er niet veel van]
  3. •zaad strooien. •veroorzaken of teweegbrengen.
  4. Het verspreiden van roddel en achterklap. Zie K.I.D.
  5. zaad strooien Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zaaien:
haatzaaienbamzaaienuitzaaien

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zaaien (zaad strooien)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `zaaien`.