aanswitchen

werkw.
Afbreekpatroon:  'aan - swit - chen
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  switchte aan (verl.tijd )
Vervoegingen:  aangeswitcht (volt.deelw.)

iets aanzetten
Voorbeeld:  `met één druk op de knop is de machine aangeswitcht`