wiens

pronoun
Uitspraak:  [wins]

van wie
Voorbeeld:  `De man wiens dochter ik tegenkwam, is een collega van me.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
waarvan

Spreekwoorden en zegswijzen
wiens brood men eet diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
• uit wiens hand men eet wiens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
  1. Wie z'n / wiens: Is Wie z'n (of d'r) schoenen zijn dat correct?
  2. Wier / wiens: Is het De man wier vader... of De man wiens vader...?


2 definities op Encyclo
  1. • [m] , [n] [nv.gen] van wie: van wie, waarvan. • [m] , [n] (+audio)
  2. 1) Betrekkelijk voornaamwoord 2) Van wie 3) Voornaamwoord 4) Vragend voornaamwoord 5) Waarvan
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `wiens`.