• je wezenloos schrikken (=erg schrikken) • het zal me worstwezen (=het maakt voor mij geen enkel verschil) • het zal je kind maar wezen (=je zal er maar voor op moeten draaien) • dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan) • `t Moet al een ruige hond wezen, die twee nesten warm houden kan (=alleen een rijke man kan er een tweede vrouw op na houden) Naar de spreekwoorden