het werk

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [wɛrk]

1) keer dat je werkt
Voorbeelden:  `Tijdens het werk mag niet gerookt worden.`,
`Is je werk af?`,
`Het is veel werk.`,
`Hij heeft plezier in zijn werk.`,
`werk zoeken`,
`Na een korte pauze ging hij weer aan het werk.`,
`zwartwerk`,
`werkvloer`
Synoniemen:  arbeid, baan, job,
het vuile werk  (het onaangename, lastige werk) `Ik moet altijd het vuile werk opknappen!`
te werk gaan  (handelen) `Om zijn doel te bereiken ging hij heel voorzichtig te werk.`
alles in het werk stellen om (...)  (heel veel moeite doen om (...)) `De politie stelt alles in het werk om de dader te vinden.`
werk van iets of iemand maken  (veel tijd en moeite besteden aan iets of iemand) `Hij maakte veel werk van zijn brief.`
Er is (veel) werk aan de winkel.  (er is veel te doen)

2) plaats waar je werkt
Voorbeelden:  `Het was druk op het werk.`,
`Ik ga altijd met de auto naar mijn werk.`

3) kunstvoorwerp of boek
Verbuigingen:  werk|en (meerv.)
Voorbeelden:  `het verzameld werk van Shakespeare`,
`een vroeg werk van Picasso`

4)
in zijn werk gaan  (gedaan worden of gebeuren) `Hoe gaat het klonen precies in zijn werk?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
ambacht arbeid baan beroep bezigheid boek inspanning karwei kunstwerk loonarbeid loonwerk meesterwerk oeuvre taak vak verzamelde werken verzamelwerken werkkring werkplek werkzaamheid

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich uit de naad werken (=veel werken, zijn uiterste best doen)
• wie plast tegen de kerk, gaat gevaarlijk te werk (=een wandaad met verstrekkende gevolgen)
werken zolang het dag is (=werken zo lang iemand kan)
werken als een rode lap op een stier (=onmiddellijk erg kwaad maken)
werken als een paard (=zeer hard werken)
Toon alle 21 spreekwoorden die werk bevatten

Taaladvies
  1. Werk / dienst: Is werk in een benaming als 'Nationaal werk tot bestrijding der tuberculose' correct?
  2. Werken / werk: Is werken correct in de betekenis van kleinere werkzaamheden aan de weg?


Intensiveringen
Hoe kun je werk krachtiger uitdrukken?
bergen werk; tot over je oren in het werk; verzuipen in het werk;

22 definities op Encyclo
  1. •dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid. •beroep •de plek waar men werkt, werkplek. •dat wat gemaakt is, kunstwerk.
  2. 1> pluis of losse hennepvezels, bij smalle naden ook katoen, die in de te breeuwen naden geslagen worden. Bossen of bundels werk worden soms klouwerk genoemd. Vooral in l...
  3. verdedigingswerk van niet nader omschreven type
  4. indien de productiefactor arbeid betaald wordt voor een geleverde prestatie in het productieproces.(Anders gezegd: er moet sprake zijn van betaalde arbeid.)
  5. Betaalde arbeid in het productieproces. ( > economie)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met werk:
werk afwerk bijwerk inwerk loswerk medewerk meewerk nawerk omwerk opwerk openwerk overwerk samenwerk tegenwerk uitwerk voorwerk wegwerkbaarwerkbaarheidwerkbankwerkbanken
Toon alle woorden die beginnen met werk

Deze woorden eindigen op werk:
aardewerkachterwerkbeeldhouwwerkbewerkbolwerkbouwwerkbroddelwerkbuurtwerkcomputernetwerkdrukwerkfamiliedrukwerkglaswerkhandwerkhekwerkhuiswerkknip-en-plakwerkknoeiwerkkoetswerkkunst- en vliegwerkkunstwerk
Toon alle woorden die eindigen op werk

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. werk (arbeid)
  2. werk (vlasvezels)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `werk`.