de wachttijd

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  ['wɑxtɛit]
Verbuigingen:  wachttijd|en (meerv.)

periode dat je op iets of iemand moet wachten
Voorbeeld:  `De gemiddelde wachttijd bedraagt een tot twee weken.`

© Kernerman Dictionaries.

15 definities op Encyclo
  1. Periode waarin een werknemer moet wachten om te kunnen deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende krac...
  2. Om voor een uitkering op grond van de WAO (of WAJONG) in aanmerking te komen moet onder meer voldaan zijn aan het vereiste van een onafgebroken periode van ten minste 104...
  3. Periode waarin je moet wachten voordat je mag deelnemen aan de pensioenregeling van je werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende kracht pensioen...
  4. Periode waarin een werknemer moet wachten om te kunnen deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende krac...
  5. Periode waarin een werknemer moet wachten om te kunnen deelnemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende krac...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `wachttijd` kennen.