vooroplopen

werkw.
Verbuigingen:  liep voorop
Verbuigingen:  vooropgelopen

1) als voorste lopen
Voorbeeld:  `Toen de drie Duitsers hier binnenkwamen, moesten wij hen helpen zoeken. Wij moesten de kasten en deuren openen en altijd maar vooroplopen. Nu, dat durfden wij wel te doen omdat we wisten, dat hier toch geen Russen waren. `

2) op anderen vooruit zijn
Voorbeeld:  `Dat doen we door samen te werken met partijen die in hun vak vooroplopen.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
vooraanlopen voorlopen vooruitlopen

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Vooraanlopen 2) Voorlopen 3) Vooruitlopen
Toon uitgebreidere definities