voorhebben

werkw.
Uitspraak:  ['vorhɛbə(n)]
Vervoegingen:  had voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft voorgehad (volt.deelw.)

1)
voorhebben met  (van plan zijn om te doen met) `het beste met iemand voorhebben`

2) erbij zijn als het gebeurt
Voorbeeld:  `Waarom heb ik altijd zo een dingen voor? Ik heb altijd pech.`
Synoniem:  meemaken

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
menen van plan zijn

Spreekwoorden en zegswijzen
• oogkleppen voorhebben (=iets niet willen zien)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Voorhebben: Is voorhebben correct in zinnen als Ik heb gisteren iets vreselijks voorgehad of Als ik het goed voorheb?

2 definities op Encyclo
  1. [Belgisch Nederlands] 1. denken 2. meemaken, beleven
  2. 1) Bedoelen 2) Menen 3) Van plan zijn 4) Voornemen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 88% van de Nederlanders en 91% van de Vlamingen het woord `voorhebben`.