het debet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈdebɛt]

1) wat je tegoed hebt
Voorbeeld:  `de debetzijde van de balans`
Antoniem:  credit
Synoniem:  bezit

2)
debet zijn aan  (de schuld hebben van) `Niemand is debet aan het mislukken van dat project.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bankschuld tekort tekortsaldo

Spreekwoorden en zegswijzen
• ergens debet aan zijn (=ergens schuldig aan zijn)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling van 1858 Lat., hij is schuldig, moet betalen; het debet, de schuld, die iemand heeft
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (mv. DEBENT), schuldig (geld); gij zijt mij nog -; [figuurlijk] hij is er aan -, medeplichtig; het -, de linke...
  3. kolom in de boekhouding waar de bedragen staan die van de rekening af gaan
  4. Linkerzijde van de balans of een grootboekrekening {Bedrijfsadministratie}. De tegenhanger is credit. Schuld (volksmond).
  5. De linkerkant van de balans van een onderneming, waarop de bezittingen en vorderingen van die onderneming staan.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met debet:
debetboekingdebetcarddebetkaartdebetnotadebetrente

Herkomst volgens etymologiebank.nl
debet (schuldvordering en , tegoed)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 95% van de Nederlanders en 87% van de Vlamingen het woord `debet`.