I het vlot

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [vlɔt]
Verbuigingen:  vlot|ten (meerv.)

eenvoudig vaartuig van boomstammen die naast elkaar liggen, soms ook met planken en vaten
Voorbeeld:  `Ze besloten een vlot te bouwen om van het eiland af te komen.`


II vlot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vlɔt]

1) snel en gemakkelijk, zonder moeite
Voorbeeld:  `Na een vlotte rit kwamen we aan op onze bestemming.`
een vlotte tekst  (een aangename tekst die je gemakkelijk kunt lezen)
een vlotte babbel hebben  (goed kunnen praten)

2) (van iemand) die makkelijk kan praten en met wie je makkelijk contact maakt
Voorbeeld:  `Wij zoeken voor onze winkel een vlotte verkoopster.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aardig flitsend gauw gemakkelijk Gezwind goed grif grifweg guitig handig hip houtvlot meegaand met gemak modieus oppervlakkig rap snel Snelle soepel stromend trendy vaartuig vliedend vloeiend vlug

Intensiveringen
Uitdrukkingen die vlot betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
als een trein; gaan als een tiet; lezen als een trein;

13 definities op Encyclo
  1. 1> in drijvende toestand. VLOT KOMEN, VLOT ZIJN: van de bodem van het vaarwater loskomen. VLOT BRENGEN: zie vlotbrengen. UIT HET VLOT ZITTEN: in zekere mate aan de grond ...
  2. •een drijvende constructie.
  3. wat snel of gemakkelijk verloopt vb: ik werd vlot geholpen in die winkel Tegenstelling: stroef gemakkelijk in de omgang vb: mijn nicht is een vlotte meid Synoniem: los Te...
  4. geheel van aan elkaar gebonden planken of stammen vb: met een vlot zakte hij de rivier af
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-ter, -st), (zeew.) drijvend; dobberend; - maken, krijgen, van het drooge afbrengen; [figuurlij...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vlot:
vlotbrugvlotenvlotheidvlottevlottenvlottervlotteren

Deze woorden eindigen op vlot:
gevlot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vlot (drijvend plankier)
  2. vlot (drijvend, vloeiend)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vlot` kennen.