vloeken

werkw.
Uitspraak:  ['vlukə(n)]
Vervoegingen:  vloekte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevloekt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) een vloek (1) uitspreken
vloeken als een ketter  (erg vloeken)

2) niet bij elkaar passen
Voorbeeld:  `Die kleuren vloeken.`
Antoniem:  harmoniëren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
foeteren

Spreekwoorden en zegswijzen
vloeken als een bootwerker/kartouw/ketellapper/ketter (=onbeheerst vloeken)
• alle duivels uit de hel vloeken (=heftig vloeken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je vloeken krachtiger uitdrukken?
alle duivels uit de hel vloeken; stijf vloeken; vloeken als een bootwerker; vloeken als een ketellapper; vloeken als een ketter;

3 definities op Encyclo
  1. een lelijk woord laten horen vb: hij vloekte toen de hamer op zijn teen viel slecht bij elkaar passen vb: deze kleuren vloeken
  2. 1) Absoluut niet bij elkaar passend 2) Afsteken 3) Asociale taal gebruiken 4) Briesen 5) Duivelen 6) Duvelen 7) Foeteren 8) Godslasterlijk spreken 9) Heilig schendende ta...
  3. godslasteringen gebruiken Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op vloeken:
banvloekenstijfvloekenvervloeken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vloeken (godslasteringen uiten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vloeken` kennen.