integratief

bijv.naamw.
Herkomst:  «Latijn

volledig;
geheel;
dingen combineren zodat deze elkaar aanvullen of een geheel vormen
algemeen
Voorbeelden:  `Bij Integratief onderhandelen gaat men ervan uit om samen een zo’n groot mogelijke cumulatieve waarde te creëren.`,
`Integratieve zorg voor kankerpatiënten houdt in dat de persoon in zijn geheel wordt verzorgd.`
Antoniem:  distributief