de crisis

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  [ˈkrizɪs]
Verbuigingen:  cri|ses, crisis|sen (meerv.)

periode waarin iets heel erg slecht is
Voorbeelden:  `De doodzieke vrouw kwam de crisis te boven.`,
`een politieke crisis`,
`In een economische crisis is de werkloosheid groot.`,
`crisismanagement`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
depressie laagconjunctuur noodsituatie recessie bloei (antoniem)

Intensiveringen
Hoe kun je crisis krachtiger uitdrukken?
diepe crisis; ernstige crisis; zware crisis;

19 definities op Encyclo
  1. moment waarop iets op zijn ergst is vb: tijdens de crisis in hun huwelijk dreigde hij te vertrekken
  2. is het omslagpunt, waarbij de conjunctuurgolf een neerwaartse beweging maakt. Daarom wordt dit punt ook wel een recessiepunt genoemd.
  3. In de crisis wordt het probleem of conflict van het drama tot een zodanig hoogtepunt gevoerd dat er wel een handeling op moet volgen die tot de afwikkeling van het drama ...
  4. Periode van ernstige ontwrichting van het staatkundig, sociaal-economisch en-of cultureel leven, meestal gebruikt voor een periode van korte duur, daarnaast ook gebezigd ...
  5. Let op: Spelling van 1858 het beslissend oogenblik, waarin eene zaak op het punt staat om te verbeteren of te verslimmeren; belenkelijke staat van zaken; ziekte-hoogte, t...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met crisis:
crisisachtigcrisisbeheersingcrisiscentracrisishulpverleningcrisismaatregelcrisismanagementcrisismanagerscrisisplannencrisissencrisissituatiecrisissituatiescrisisteamscrisistijdcrisistijden

Deze woorden eindigen op crisis:
hypotheekcrisisbankencrisiszorgcrisiskerstcrisisvoedselcrisiswereldcrisisministerscrisisregeringscrisiskoffiecrisislandbouwcrisismidlifecrisispuberteitscrisisquarterlifecrisiszenuwcrisisEuropese staatsschuldencrisisbeurscrisisenergiecrisisidentiteitscrisisschuldencrisiskabinetscrisis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
crisis (beslissend keerpunt; periode van ernstige stoornis)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `crisis` kennen.