via

voorzetsel
Uitspraak:  ['vija]

1) langs of over (een stad, een weg)
Voorbeeld:  `Via het Suezkanaal bereikten we de Rode Zee.`
vliegen via (een plaats) (naar een andere plaats)  (met het vliegtuig eerst landen in (een plaats) en vandaar uit verder vliegen naar (een andere plaats)) `We vliegen via Madrid.`

2) door gebruik te maken van
Voorbeeld:  `Ze kreeg werk via een uitzendbureau.`
Synoniem:  met behulp van
via via  (via verschillende tussenpersonen) `Via via ben ik dat te weten gekomen.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bij langs met behulp van te ter

Spreekwoorden en zegswijzen
via de achterdeur. (=indirect, onopgemerkt, stiekem.)
Naar de spreekwoorden

11 definities op Encyclo
  1. Vlaams Intersectoraal Akkoord
  2. VAX Information Architecture
  3. Let op: Spelling van 1858 Lat., weg; middel; via facti, gewelddadig, eigendunkelijk. Op brieven, passen, enz. beteekent dit woord, ter aanduiding van den genomen of te ne...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. weg. ~, vz. over; langs; - Southampton, - Marseille, (op adressen van brieven welke naar andere werelddeelen worden verzonden). ~DUC...
  5. langs dat punt vb: we gaan via Zaandam naar Amsterdam Synoniem: over door middel van, met behulp van vb: ik heb dat baantje via mijn vader ik hoorde het via via [van iema...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met via:
viaductviaducten

Deze woorden eindigen op via:
caviareviasynovia

Herkomst volgens etymologiebank.nl
via (over, langs; door bemiddeling van)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `via` kennen.